WEERZIEN IN CAÏRO fragment

Boekcover terug naar Cairo

Verdorie, weer stoel 14C… Net zoals tijdens die noodlottige vlucht vier jaar geleden. Tess hield haar adem in. Ze wist best dat de kans om nog eens gekaapt te worden minimaal was.
Nadrukkelijk gekuch in de rij achter haar weerhield haar om een andere plaats te vragen.
Met rechte rug pakte ze haar handbagage op en liep met grote passen naar de controles. Een beambte keek haar net iets langer dan gebruikelijk aan. Wat dacht de man wel. Voor een flirt was ze niet thuis. Met een strakke blik vervolgde ze haar weg. Bij de taxfree winkels rook ze het geurtje Mitsouko. Ze voelde een steek in haar maag, Guerlin’s parfum had ze ook tijdens die rampvlucht op. Even sloot ze haar ogen en voelde dat iemand aan haar mouw trok. Een perfect opgemaakte jonge vrouw hield een fles Mitsouko uitnodigend voor. Met een kort handgebaar wimpelde Tess het gunstige aanbod af. Ze ademde zwaar uit, liep verder, zette haar koffertje neer, wreef haar gespannen handen en zocht haar gate op het scherm. Op de lopende band negeerde ze de slecht geklede mensenmassa met te veel handbagage. Bij haar gate stapte ze af en zag dat daar alle stoelen bezet waren. Straks zou ze lang genoeg kunnen zitten. Ze besloot te blijven staan en sloeg het aardige aanbod af van een overdreven gesoigneerde jongeman om zijn plaats in te nemen. Hoofdschuddend bekeek ze zijn achterhoofd waarin hij het Chanel logo had laten scheren. Gelaten wachtte ze tot de meute door de controle was. Als een van de laatste passagiers toonde ze haar paspoort. Een lange jongeman in uniform scheurde een stuk van haar instapkaart af en na zijn goedkeurend knikje liep ze met grote passen door de aviobrug naar het vliegtuig.
Bij stoel 14C speurde ze alle rijen af. Rij 13 ontbrak, typisch KLM. Nergens was een onbezette plaats. Opgelucht dat ze geen ongure types had gezien, schoof ze met enige moeite haar koffertje in het bagageluik boven zich, trok haar jasje uit en ging zitten. Ze gespte de riem vast en pakte het boardmagazine. Bij het doorbladeren zag ze schitterende foto’s van hoofdsteden die ze allemaal al kende. Bij het zien van een foto van Oslo gingen haar gedachten naar Niels, de man die haar tijdens de kaping zo goed had opgevangen. Ze hadden diepgaande gesprekken gevoerd. Hij was een van de weinige mannen die niet bang was van haar hoge intelligentie. Met hem had ze wel oud willen worden. Jammer dat hij nooit meer iets van zich had laten horen.
Na het opstijgen nam ze het aangeboden glas water aan.
Vooruit niet bijgelovig zijn, sprak ze zichzelf toe. Al probeerde ze zich te ontspannen, de beelden kwamen terug. Karin, de jonge vrouw met wie ze vanaf het opstijgen gezellig had zitten praten… de gemaskerde terroristen… de gewapende kerel die plotseling het gangpad opliep… de doodsbange stewardess… Vier jaar geleden, was het al weer… Caïro…
Met haar stoel in de ruststand, doezelde ze door het zoemen van de motoren weg. Het tijdschrift gleed ongemerkt op de grond en al gauw viel ze in slaap.
Tess voelde een hand op haar schouder en schrok wakker. Verbaasd keek ze om zich heen en haalde opgelucht adem toen ze de steward zag.
‘Mevrouw, wilt u de stoel recht zetten, we gaan landen.’
Ze knikte de man kort toe en ging rechtop zitten. Door het raampje was Caïro al te zien. De landingsbaan kwam dichterbij. Met haar handen om de armleuningen geklemd zette ze zich schrap toen het vliegtuig met een kleine plof op de landingsbaan kwam. Ze voelde zich een beetje belachelijk, dat ze zich zo druk had gemaakt om niets. De opmerking die haar vader over het lijden dat men vreest, regelmatig ventileerde, schoot door haar heen.
Geeuwend stond ze op, haalde haar bagage uit het rek en trok haar jasje aan. Ze liep het vliegtuig uit en volgde de borden exit. Na de paspoortcontrole lachte een dikke douanebeambte haar vriendelijk toe. Hij wreef met zijn hand over zijn grote snor en gaf haar met een knik te kennen dat ze mocht doorlopen. Bij de uitgang zwaaide ze naar Larry, een van haar medewerkers. Hij hield het bord met het logo van de softwarefirma voor de congresgangers omhoog.
De reis was een fluitje van een cent geweest, ook al had ze weer op stoel 14C gezeten. Ze haalde diep adem en liep naar de taxistandplaats. Na een blik op de oudere chauffeur van de gereedstaande taxi, gaf ze de naam van het hotel in de lokale taal op en stapte ze in. Vanuit het raampje genoot ze van het prachtige Oud Caïro. Het was nog steeds zo rommelig en het assortiment koopwaar leek niet veranderd, al bespeurde ze wel meer politie dan vier jaar geleden. Ze gniffelde even toen ze merkte dat de chauffeur niet omreed. Door haar vele reizen had ze zich een stel eenvoudige zinnen in de taal van het land waar ze zijn moest foutloos eigen gemaakt en dat had haar al veel geld en tijd bespaard.
De taxi stopte voor een van de grote hotels aan de Nijl waar het softwarecongres zou plaatsvinden.
Ze rekende af en liep met haar koffertje het hotel in.
Bij de incheckbalie stonden al enkele koffers met congres-labels.
Uit het zijvak van haar koffertje haalde ze haar reservering.
Een alerte baliebediende pakte de uitdraai aan. ‘Ah, mevrouw u bent een van de sprekers. Voor u ligt het programma op uw kamer. Ik wens u een plezierig verblijf. Mocht u iets nodig…’
Ze maakte een handgebaar dat het goed was.
De man gaf de kamersleutel aan een piccolo.
Gedienstig pakte de jongen haar koffertje op en ging haar voor naar de lift. Terwijl ze stond te wachten bekeek ze het ventje. Hij was vast nog geen achttien. Zodra de liftdeur open ging drukte de jongen met een gewichtig gebaar op de knop van de tiende verdieping en zette haar koffertje in de liftkooi.
Met een knik dat ze de kamer zelf wel kon vinden, nam ze haar elektronische kamersleutel aan, waarop de piccolo met een dankbare buiging wegliep. In de liftspiegel controleerde ze haar blonde kapsel. Het haar zat nog mooi opgestoken. Op het koperen knoppenpaneel stond het zwembad in het souterrain aangegeven. Als haar werk het toeliet, wilde ze nog even gaan zwemmen om zich te kunnen ontspannen.
De lift stopte, ze pakte haar koffertje op, deed haar reistas over haar schouder, stapte uit en liep over de bordeauxrode vloerbedekking naar haar kamer. Ze haalde de kaart door de gleuf, zag het groene lichtje en duwde de deur open. Haar kamer rook fris. Ze liep naar het raam en genoot even van het uitzicht over de Nijl met de schilderachtige felucca’s voordat ze het venster sloot. Ze draaide aan het cijferslot, pakte haar koffertje op en legde dit op de kunstleren strook op het voeteneind van het bed. Gewoontegetrouw, pakte ze haar spullen meteen uit. Uit de kast pakte ze een hangertje voor haar zakelijke kleding.
Het programma van het softwarecongres lag op haar bed. Snel las ze dit door en zag dat ze nog twee uur de tijd had voor haar eerste vergadering.
Gekleed in haar zwarte badpak trok ze de witte badjas aan waarin ze bijna verdronk. Met de vraag waarom die badjassen altijd zo groot moesten zijn, schoof ze haar voeten in de bijgeleverde slippers en liep de gang op.
In de lift drukte ze op de knop van het sousterrein. Door haar vele reizen, wist ze dat de hotelzwembaden rond deze tijd meestal rustig waren. Snuivend liep ze op de chloorlucht af en duwde de deur naar het fitness centrum open. Blij dat ze alleen was, deed ze geen badmuts over haar Grace Kelly-rol. Het wateroppervlak was spiegelglad.
Na een korte douche, waarbij ze haar hoofd zo draaide dat haar haar niet nat werd, liep ze naar het trapje. Zwemmen deed haar altijd goed, zeker na een vlucht waarbij ze zich moe voelde van het nietsdoen. Ze stond halverwege even stil om aan de temperatuur van het water te wennen en sloeg toen haar armen uit om met flinke slagen naar de diepe kant te zwemmen. Met haar voeten voelde ze daar al een randje. Ze ging hierop staan en deed met haar benen enkele strekoefeningen. In het verkoelende water gleden alle zorgen om niets van haar af.
Plotseling dook een man vlak naast haar het zwembad in. Ze kreeg een plens water op haar hoofd en vloekte zacht. Boos draaide ze zich naar de duiker en zag alleen gespierde schouders. De man kwam boven water. Met haar hand op het natte haar draaide ze zich naar de man. ‘Zeg, u bent hier niet alleen. Kan het iets rustiger?’ Verbaasd zag ze dat het Niels was. Ze riep zijn naam, maar hij reageerde niet en zwom door. Met samengeperste lippen dacht ze aan de kaping en vroeg ze zich af of hij haar vergeten zou zijn.
Hij draaide zich om en zwom haar richting uit. Hun blikken kruisten elkaar en hij lachte verheugd. ‘Tess, ik heb je net nodig, dat is ook toevallig.’
Ze trok haar lippen samen. ‘Kijk wat je gedaan hebt… mijn haar… je wordt bedankt, zo kan ik niet… ik heb straks een vergadering.’
Hij keek schuldig. ‘Sorry. Kan ik je spreken?’
Hij ging naast haar op het randje staan en wreef zijn natte haar naar achteren.
‘Niels, na al die jaren… ik dacht dat je mij vergeten was.’
‘Ik… eh.’
‘Leuk je weer te zien. Ik ben hier voor mijn werk en jij?’
‘Dat kan ik niet zeggen. Ik moet je spreken.’
Zijn houding begon haar te irriteren. Waarom zou hij haar moeten spreken? Ze keek hem koel aan. ‘Geen tijd. Ik moet nu mijn haar föhnen.’
‘Dan kom ik naar je toe. Wat is je kamernummer?’
‘Jeetje, Niels… Ik ben hier voor mijn werk.’
‘Alsjeblieft, ik heb jouw hulp nodig. Jij bent de beste.’
‘Nou, als jij dat zegt.’
Ze draaide haar rug naar hem toe, stapte van het randje af en zwom naar de trap. Ze stapte uit het water, trok een gezicht en pakte haar badjas.
Hij zwom haar achterna en riep: ‘Ik meen het, dit is geen grapje Tess.’
Hij trok zich op uit het water en keek haar zittend vanaf de rand zo serieus aan, dat ze hem haar kamernummer gaf.
Ze stond nog in badjas te föhnen, toen ze zijn bekende klopje hoorde, net zoals destijds. Met een hand opende ze de deur op een kier. Niels duwde de deur zo snel open dat ze bijna omviel.
‘Tess, jij bent softwarespecialist en…’
‘Gedraag je alsjeblieft.’
Hij trommelde met zijn vingers op zijn arm. ‘Als je nu even naar mij wilt luisteren.’
Ze legde de föhn neer en sloeg haar armen over elkaar.
Niels keek vreselijk ernstig en maakte een gebaar dat ze hem moest laten uitspreken.
Mokkend gaf ze toe.
Hij gebaarde dat ze beter kon gaan zitten.
Met tegenzin ging ze op de punt van het bankje zitten. Al gauw luisterde ze ademloos.
‘Dit is het Tess… en?’
Ze zag zijn vragende blik en streek een natte haarsliert achter haar oor. ‘Zo, denk jij dat ik iets kan doen?’
‘Jij bent iemand die ik kan vertrouwen.’
Met een spottend lachje leunde ze achterover. ‘Dank je.’ Ze keek op haar horloge. ‘Ik moet echt opschieten.’
Niels maakte een gebaar. ‘Ga maar door met je haar. Ik kom zo terug met enkele papieren. Stop deze als-je-blieft in je kluis. Heb je een laptop bij je?’
‘Uiteraard.’
Niels stond op, liep naar de deur en draaide zich even om. Hij bromde iets in zichzelf en liep haar kamer uit.
Ze rekte zich uit en stond toen op om de föhn te pakken. Tijdens het föhnen hield ze de tijd op haar reiswekker in de gaten. Zodra het haar droog was, stak ze het met lange haarspelden op voor de badkamerspiegel. In een handspiegel bekeek ze de achterkant van de rol en knikte tevreden.
Binnen een paar minuten was ze aangekleed. Ze stapte net in haar pumps toen ze een klopje hoorde. Door het kijkgat zag ze aan de lichtblauwe ogen dat het Niels was. Ze opende de deur en deed nu een flinke stap achteruit.
Met de deurhandel nog in zijn hand begon hij: ‘Sorry nog voor mijn gespat. Je haar zit overigens mooi hoor.’
Hij liep haar kamer in en sloot de deur meteen. Met samengeperste lippen probeerde hij iets uit de zak van zijn beige broek te vissen.
‘Oh… wacht… ik heb ook nog een USB-stick.’ Samen met de map papieren duwde hij die in haar hand.
Ze knikte en opende de hotelkluis. ‘Ik bekijk het wel na mijn afspraak.’ Ze stopte de spullen in de kluis en bedacht gauw een code. Met een klik sloot ze de deur.
Niels tikte haar op haar arm. ‘Enig idee hoelang?’
Ze haalde haar schouders op.
‘Mag ik op tien uur vanavond rekenen?’
Ze draaide zich naar hem. ‘Waar? Hier?’
‘Ja, dat is veiliger.’
‘Zeg speel je tegenwoordig James Bond?’
Hij klopte op de borstzak van zijn linnen jasje en pakte een geplastificeerde ID-kaart. Hij wapperde hiermee voor haar ogen.
Ze trok deze uit zijn hand en bekeek de foto. Haar wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Wealth of Nations, toe maar. Heet jij Adam Smith? Ik wist niet beter dat jij Niels…’
Hij keek schaapachtig.
Ze draaide de kaart om en las de datum. Haar wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Zo, je werkte al voor die tent tijdens de kaping. Waarom deed jij niets tegen de vent die Karin neerschoot? Mocht je dat niet van je baas?’
Ze sloot even haar ogen en balde haar vuisten toen ze het uit elkaar gespatte gezicht van Karin weer voor zich zag.
‘Tess, ik kan niets over mijn werk loslaten. Nu moet ik er vandoor. Tot straks, alvast bedankt.’ Hij pakte de kaart aan en liep de kamer uit voordat ze nog iets had kunnen vragen.
Haar hart klopte in haar keel. Niels… hij had haar geweldig opgevangen tijdens de kaping… bij hem had ze zich veilig gevoeld. Destijds haar rots in de branding en nu had hij haar nodig. Hij was iets jongensachtigs kwijtgeraakt. Wat deed hij bij de geheime dienst? Waarom had hij… Ze kneep haar lippen samen en keek op haar horloge. Ze moest opschieten om bij de voorbespreking te kunnen zijn. Te laat komen was niets voor haar.
Na een extra controle van de kluisdeur trok ze haar kamerdeur dicht en duwde nog even tegen het slot om te kijken of deze goed dicht was. In gedachten liep ze naar de vergaderzaal. Ze knikte naar de aanwezigen en ging zitten. Larry had zijn laptop al aanstaan en scrolde de PowerPointafbeeldingen door.
De bespreking en het uitzoeken van de PowerPoint afbeeldingen verliep vlot en na een klein hapje met Larry, was ze tegen acht uur al weer op haar kamer.
Het beeld van Niels of Adam, of wat dan ook zijn echte naam mocht zijn, kwam boven. Ze herinnerde zich nog precies waarover ze tijdens de kaping hadden gesproken al strookte zijn passie voor archeologie niet met haar fotografische geheugen en haar hackerstalent.
Een geluid op de gang, deed haar schrikken. Iemand rende hijgend langs haar kamer. Ze meende een harde bons te horen, opende haar deur en keek nieuwsgierig om de hoek. In de gang lag een man ineengedoken op de grond. Hij kreunde.
Als uit het niets verscheen Niels. Hij hield zijn vinger op zijn lippen, pakte haar bij haar arm en trok haar de kamer in.
‘Wat…’
‘Je hebt dit niet gezien,’ siste hij.
‘Kom nou Niels. Ken jij die vent?’
Hij maakte een onduidelijk gebaar, luisterde even en knikte goedkeurend toen ze ook geschuifel hoorde.
Niels stond met zijn rug tegen de dichte deur en trommelde met zijn vingers op zijn arm.
‘Heb jij die spullen al…’
‘Ik ben nog geen vijf minuten op mijn kamer.’ Ze schopte haar schoenen uit, hing haar jasje op, haalde de spelden uit haar opgestoken haar en schudde het los.
‘En nu ga jij mij eerst vertellen waarom jij die kerel…’
Hij liep de kamer in en keek naar het dichte raam. ‘Dat heeft hier niets mee te maken. Je bent intelligent genoeg dat je begrijpt dat ik over mijn werk niets mag loslaten. Ik heb jou al teveel verteld, maar anders zou je mij niet willen helpen, voilà.’
‘Oké. Nu je toch hier bent kan je mij beter briefen, dat gaat sneller. Is internet hier veilig als ik ga hacken? Ik wil geen gedonder…’
Hij haalde zijn schouders op en pakte het stickje. ‘Je ziet het toch vanzelf.’
Tess zette haar laptop aan, leunde achterover en rekte zich uit. ‘Wil jij jouw gegevens zelf intikken, zodat ik het uit veiligheid…’
Hij pakte haar laptop en tikte het protocol in. Met een knik draaide hij haar laptop weer terug.
Tess sloot even haar ogen, haalde diep adem en toetste enkele tekens in. Ze boog zich naar het scherm en zag vanuit een ooghoek dat Niels haar handelingen probeerde te volgen. Na drie pogingen floot ze. ‘Bingo, dus toch terroristen… Zit je daar achteraan?’ Ze draaide haar laptop een halve slag en vouwde haar handen.
Ze dag hem gefascineerd kijken.
Niels bromde goedkeurend. ‘Dat heb je verrekt snel gedaan.’
Ze snoof, stond op en liep naar het ijskastje. Ze opende het deurtje. ‘Verdorie, leeg. Ik heb een razende dorst. Is dat ding van jou vol?’
‘Niet naar gekeken.’
Ze zag Niels de gegevens op het scherm ernstig bestuderen.
Ze gaf hem een zachte por. ‘Wil je dat ik dit voor jou opsla?’
‘Kan dat?’
‘Geef mij maar een leeg stickje. Ik zag dat het de nodige bites heeft.’
‘Kan je dat zien?’
‘Uh huh.’ Ze trok de laptop naar zich toe en tikte snel enkele formules in. Het wieltje begon al te draaien. ‘Ik schat 20 minuten.’
‘Zoveel?’
‘Wat dacht je, je wilt zeker alles bewaren? Dit is maar een klein deel, als ik alles ophaal zitten we hier overmorgen nog.’ Tess keek op haar horloge. ‘Was dit alles?’
Niels keek verlegen op. ‘Nee, eigenlijk niet.’
Met haar handen maakte ze een hopeloos gebaar. ‘Niels, mijn werk…’
‘Daar ben ik al mee bezig geweest. Je baas zal jou hiervoor vrijaf geven.’
Ze stond abrupt op. ‘Beslis jij zomaar voor mij? Jezus Niels, dat pik ik niet.’
‘Geen gemaar Tess, wat zeg je als ik je vertel dat de president van de Verenigde Staten jou hiervoor wil inzetten.’
Ze begon hard te lachen. ‘Nou moet je mij geen sprookjes gaan vertellen. Volgens je kaart doe jij dit soort klusjes al jaren. Waarom heb jij vier jaar geleden niets gedaan? Je liet Karin en die andere man afslachten zonder een vinger uit te steken. Ik ben nu aan een stevige borrel toe.’ Boos dat hij haar niet leek te vertrouwen, stapte ze in haar schoenen en liep kordaat naar de deur.
Niels was haar voor.
Ze voelde zijn handen op haar schouders. ‘Sorry, ik heb me als een lompe boer gedragen. In mijn werk…’
‘Ja, blijkbaar denk je dat jij je door die kaart alles kunt permitteren. Dat lukt je misschien met dom volk, maar ik zit anders in elkaar.’
‘Dat heb ik vier jaar geleden al gemerkt Tess. Het spijt me dat ik niet eerder contact met je hebt gezocht. Je bent heel bijzonder.’
‘Zo, begin je nu te flemen?’
‘Alsjeblieft Tess, ik ben hier niet handig in.’
Ze haalde zijn handen van haar schouder. ‘Ik ben echt bekaf.’
Hij knikte en zei zacht: ‘Doe vannacht voor niemand open. Ik kan ook hier blijven. Je kent me, ik zal niets proberen.’
‘Niels, niemand weet toch wat ik gedaan heb?’
‘Daar ben ik niet zo zeker van. Die man op de gang…’
‘Wil jij mij vertellen dat jij aan de bar hebt staan opscheppen over mijn hackerstalent?’ Ze geeuwde en deed haar laptop in de kluis.
‘Je meent het van die borrel?’
‘Nou en of. De bar is nog open. Jij hebt de gegevens. Stop die stick desnoods in je sok. Kom op naar de bar. Ik ben geen angsthaas.’ Ze keek even in de spiegel en schudde het haar naar achteren en knikte tevreden naar haar evenbeeld.
‘Oké, één drankje vooruit dan maar.’
‘Krent.’

Op de begane grond hoorde ze de pianist al. Ze struinde met Niels naar de bar en bekeek de flessen sterke drank. Na een knikje aan de barkeeper, liep ze naar de witte vleugel. Ze wees naar de kleine ronde dansvloer en draaide zich naar Niels. ‘Goh ik heb eeuwen niet gedanst. Niels, heb je dat ook geleerd voor je spionnenwerk?’
Hij zei niets, maar perste zijn lippen samen.
‘Sorry Niels, maar tijdens die kaping wist ik niet beter dat je archeoloog was… nu blijkt dat je iemand anders bent… en…’
Hij pakte haar hand en stapte met haar op de dansvloer, waar hij haar dicht tegen zich aandrukte.
Ze voelde zich verward. Die afstandelijke Niels… wilde hij haar inpalmen? Ze sloot haar ogen en volgde zijn ritme. Toen de pianist aan een sneller stuk begon, opende ze haar ogen en zag een Arabier in een wit pak met een glas whisky aan de bar zitten. Dat paste niet… een Arabier aan de alcohol. Ze bekeek hem zo onopvallend mogelijk en zag hem zijn glas op een bepaalde manier vastpakken. De man was links. Een dergelijke beweging had ze eerder gezien. Ze kneep haar ogen tot spleetjes en dacht het witte pak weg. De man pakte zijn glas weer op om een slok te nemen, waarbij ze net een stukje van een tatoeage op zijn arm meende te herkennen. Niels zocht haar blik, maar ze draaide haar mond naar zijn oor en fluisterde: ‘Niels, die man aan de bar in dat witte pak. Dat is de vent die Karin neerschoot.’
Ze voelde hem verstrakken. Daarna drukte hij haar nog vaster tegen zich aan en fluisterde: ‘Tess, gewoon doordansen, trek vooral geen aandacht.’
De pianist ging over op een ander ritme. De man in het witte pak stond op en liep hun richting uit. Plotseling kuste Niels haar vurig. Automatisch kuste ze hem terug. Ze voelde dat ze meer wilde.
Zodra de man uit het zicht was liet Niels haar los en was de korte betovering verbroken. ‘Wil je die whisky nog?’ vroeg hij koel.
‘Jawel, maar niet hier.’
Hij trok haar mee, keek af en toe om zich heen en laveerde haar naar de lift. In de lift keek ze naar haar schoenen. Ook Niels leek iets onduidelijks te inspecteren.
Voor haar kamerdeur stopte hij. ‘Ik probeer een fles te organiseren… ben zo terug.’
In haar kamer plofte ze op haar bed. Haar hart ging als een razende tekeer. Zijn kus, zo echt… of was het allemaal verbeelding. Ze zakte achterover. Niels klopte al weer. Hij was nog geen vijf minuten weg geweest. Ze deed open.
Met een fles whisky triomfantelijk voor zich uit keek hij haar speurend aan. ‘Gaat het?’
Ze schraapte haar keel en probeerde zich van de schok van zijn kus te herstellen. ‘Ja, ik schrok wel even. Zeg, kunnen we die vent met jouw organisatie te grazen nemen?’
‘Ik kan het aanzwengelen.’
‘Aanzwengelen? Wat is dat nou? Je moet actie ondernemen. Ik neem aan dat je een wapen hebt.’
‘Tess, niet zo gestrest.’
‘Ik weet niet wat ik nu van jou moet denken Niels, of moet ik je Adam noemen. Hoe heet je eigenlijk?’
Hij liep naar de badkamer en kwam terug met twee glazen. ‘Wil je puur of moet ik er een beetje water bij doen?’
‘Doe maar puur.’ Ze leunde achterover op het tweezits bankje.
Niels ging naast haar zitten en gaf haar een glas.
Peinzend draaide ze haar glas rond voordat ze een slok nam.
Ook Niels sprak niet.
Zwijgend dronk ze haar glas leeg.
Zonder haar aan te kijken schonk hij haar lege glas bij. ‘Je hebt een drukke dag achter de rug Tess. Het is beter dat we gaan slapen voordat we elkaar verwijten gaan maken waarvan we later spijt krijgen.’
Terwijl haar gevoel voor hem op volle toeren draaide, stond ze abrupt op. ‘Goed idee, slaap lekker Niels, ik ga naar de badkamer, je vindt de weg naar je kamer vast nog wel.’
Ze voelde zich gesloopt. In de badkamer haalde ze haar make-up van haar gezicht, poetste haar tanden en deed haar sieraden af. Op de tast vond ze haar bed. Tot haar verbazing lag Niels daar in diepe rust. Hij had alleen zijn schoenen uitgedaan. Ze had geen energie meer om hem wakker te maken. Voorzichtig kroop ze onder het dekbed.
Rond een uur of vier werd ze wakker. De maan scheen door een kier in het gordijn. Op de grond zag ze een overhemd en een broek liggen. Niels, in boxershort, snurkte licht. Ze draaide zich om en sliep weer in. Tegen een uur of zes werd ze opnieuw wakker. Niels was tegen haar aangekropen. Hij mompelde iets in zijn slaap. Ze bekeek de regelmatige trekken in zijn gezicht en voelde even de neiging om die te strelen. Een man tegen haar lichaam voelde goed. De meeste relaties hielden geen stand omdat de mannen zich bedreigd voelden door haar hoge intelligentie. Niels leek dat niet te deren. Ze dommelde weg en schrok wakker door geklop op haar deur. Ze schoot overeind en zag dat er een enveloppe onder haar deur werd geschoven. Op blote voeten liep ze in haar zacht paars batisten nachthemd naar de deur en pakte de enveloppe. Verbaasd scheurde ze deze open, las het korte bericht en vloekte.
Ze hoorde Niels geeuwen en keek hoe hij zich op een arm oprichtte.
‘Goeden morgen Tess, slecht nieuws?’
Ze keek Niels aan en gaf hem het bericht. ‘Je wordt bedankt.’
Hij ging zitten, las het en gromde zacht.
Prompt ging haar mobieltje. Pieter zag ze. Ze zwiepte het halflange haar naar links en hield het toestel tegen haar rechter oor.
‘Tess, je bent op staande voet ontslagen.’
‘Pieter, wat zullen we nu krijgen?’
‘Je weet best wat ik bedoel. Gisteravond zag Larry jou op de dansvloer innig verstrengeld met een wildvreemde kerel. Je kent de veiligheidsregels van ons bedrijf.’
‘Niels is geen wildvreemde voor mij. Vertrouw je mij niet? Dacht je heus dat ik onze vindingen aan Jan en allemaal ging vertellen?’
‘Probeer je er niet uit te kletsen. Als het goed is ontvang je een brief. Je hotelkamer is deze nacht betaald, maar daarna…’
Boos verbrak ze het gesprek, smeet haar telefoon op het bed en sloeg beide handen voor haar gezicht. ‘Shit, nu ben ik ook nog door jou ontslagen!’
‘Vertel even rustig… hoe…’
Ze keek op en haalde diep adem.
‘Larry, een van mijn medewerkers heeft ons gisteravond op het dansvloertje gezien. Jouw omhelzing heeft hij gefotografeerd en aan Pieter, mijn baas, gezonden.’
‘Was hij daar? Heb je hem gezien?’
‘Nee. Ik had alle aandacht voor jou en daarna voor die kaper.’
Niels trok een gezicht.
Tess rechtte plotseling haar rug, liep enkele passen en pakte haar mobieltje. ‘Wacht, stel dat hij meerdere foto’s heeft gemaakt, dan staat die kaper er misschien ook op.’
Niels wreef over zijn stoppelbaard.
Met haar telefoon wees ze richting badkamer. ‘Ga jij maar naar de badkamer, dan bel ik Larry.’
Ze telde tot tien en vond dat ze nu kalm genoeg was om hem te bellen.
‘Larry, ik vind je een zak dat je die foto’s aan Pieter stuurde. Oké, dat is gebeurd, maar luister even…’
Larry wilde eerst van niets weten, maar zodra hij begreep dat ze doodernstig was bond hij in. ‘Tess, ik nam meerdere foto’s. Zal even kijken… wit pak aan de bar zei je?’
Ze hoorde hem in zichzelf praten terwijl hij de beelden doorzocht.
‘Hebbes, staat er op.’
Zie je een tatoeage op zijn pols?’
‘Daarvoor moet ik hem vergroten.’
‘Delete hem alsjeblieft niet. Dat deze killer nog vrij rond loopt…’
‘We kunnen beneden afspreken in het ontbijtrestaurant.’
‘Prima, ik moet me nog aankleden. Tot over een kwartier.’
Niels liep met een handdoek om de slaapkamer in. Hij fronste zijn wenkbrauwen.
‘Over een kwartier zie ik Larry in de ontbijtzaal. Kom je ook?’

In de eetzaal zag Tess Larry in vrijetijdstenue zitten. Ze schoof bij hem aan en knikte kort.
Larry zette zijn stalen bril af, pakte zijn mobieltje uit het borstzakje van zijn T-shirt en scrolde naar de bewuste foto. ‘Tess, ik heb het niet helemaal begrepen.’
‘Niels leerde ik tijdens de kaping kennen. Hij…’ Ze aarzelde even, boog zich voorover en begon met zachte stem te vertellen.
‘Ze wilden alle mobieltjes hebben. De stewardess werd ruw bij haar arm gegrepen en de kaper duwde haar een plastic zak in haar hand. Op zijn gestrekte arm zag ik een tatoeage van twee slangenkoppen.’
Na een veelbetekenende blik ging ze door. ‘Karin, de jonge vrouw naast mij met wie ik vanaf het opstijgen gezellig had zitten praten, begon snel een berichtje te componeren. Ik hoorde haar vooruit fluisteren. Het zenden lukte niet snel. Het toestel maakte geluid en we hielden onze adem in. De kaper keek speurend rond en liet zijn blik op haar rusten. Obey my orders, snauwde hij en trok haar overeind. Karins toestel kwam met een bons op de grond. Bitch, siste de man en gaf haar een klap in haar gezicht. Karin krijste asshole, waarop de vent woedend werd en de stewardess gebood dit op te rapen. Hij griste het mobieltje uit haar hand, klapte het open, keek Karin aan, schudde zijn hoofd en richtte zijn machinepistool op haar. Karin gilde voordat haar hoofd uit elkaar spatte. Ik voelde stukjes hersens en bloed op mijn gezicht. Mijn keel zat dichtgeknepen en ik kon nauwelijks ademhalen. Shut up, snauwde de man mij toe. Ik durfde mij niet meer te bewegen. Van de kaper mocht ik mij niet opfrissen. De man aan de andere kant van het gangpad, reikte mij een pakje zakdoekjes aan. Hij dook weer in zijn boek over opgravingen; iemand die de kunst verstond om zich onzichtbaar te maken. De kaper gaf opdracht dat alle luikjes naar beneden moesten. We hadden hierdoor geen idee waar we vlogen. Na een tijdje voelde ik dat het vliegtuig ging landen. Waar, dat wist ik niet. Het werd nacht. Niemand mocht van zijn plaats. Ik rook dat veel mensen hun ontlasting niet konden ophouden. Ook ik moest nodig. Het was doodstil in het vliegtuig en ik kon de angst ruiken. Iemand begon zachtjes te kreunen, waarop ik een andere persoon hoorde zeggen, laat lopen meid, straks knap je. Water, bromde een andere man. Ik hoorde meer kreten zoals: Verdomme, ze kunnen ons echt niet zo behandelen? Klootzakken zijn het, Ik zal ze! De stewardess kwam achter het gordijn vandaan en vroeg met verstikte stem of we stil wilden zijn. Zo, zeiden ze dat, hoorde ik een lange kerel honend zeggen. Hij stond dreigend op en werd prompt door een van de kapers doodgeschoten. Zodra het licht werd pakten de kapers beide lichamen op. Ze deden de deur open en smeten die naar buiten. Mijn maag draaide om. Een intussen aangekomen cameraploeg filmde de kapers. Ik vroeg of ik ergens anders kon zitten, want mijn plaats was doordrenkt met Karins bloed, maar ik kreeg van de doodsbange stewardess te horen dat alle plaatsen bezet waren. Ik keek naar de lege plaats naast mijn buurman aan de andere kant van het gangpad. Kom maar naast mij zitten, ik reserveerde twee plaatsen, zei de man. Ik stond op en ging naast hem zitten. Hij keek mij onderzoekend aan en vroeg of het een beetje ging. Dat was Niels. Hij hoorde aan mijn Engels dat ik uit Nederland kwam. Meteen fluisterde hij mij instructies toe hoe ik zoveel mogelijk moest proberen te bewegen om de bloedsomloop op gang te houden, kijk zo.’ Ze draaide met haar voeten.
Larry knikte en maakte een gebaar dat ze door moest gaan.
‘Ik vroeg hem of hij wist hoe lang dit kon duren, maar het was ook zijn eerste kaping en hij vermoedde dat ze eerst losgeld wilden vragen. Ik was bang dat ze ons zouden neerschieten, maar Niels zei alleen dat hun waarden nogal met die van ons verschilden. Goed daar had ik weinig aan.’
Larry perste zijn lippen op elkaar.
‘Niels vertelde dat hij naar Noorwegen ging. Blijkbaar werkte hij op een universiteit. Ik had zijn boek over archeologie opgemerkt. Nou, daarna vertelde ik dat ik iets deed met computers. Aan het eind van de volgende dag mochten we het vliegtuig verlaten. Niels en ik waren enkele van de weinige passagiers die zonder moeite konden opstaan en lopen. Hierna werden we met de andere passagiers met bussen naar een hotel in Caïro gebracht. Omdat er niet voldoende kamers waren, moesten we een kamer delen. Niels vroeg of ik er bezwaar tegen had om dat met hem te doen. Ik zag geen andere vrouw alleen. Ik vertrouwde hem en bovendien konden wij elkaar verstaan. Hij heeft het overvliegen van het lichaam van Karin verzorgd.’
Ze keek Larry aan. ‘Nu zag ik Niels hier. God dat jij die ene kus die we ooit met elkaar wisselden op je mobiel hebt vereeuwigd en dat ook nog eens naar Pieter zond. Leuk hoor. Nu zit ik zonder baan.’
‘Sorry. Ik zal Pieter bellen en het hem uitleggen. Je sprak trouwens nooit over die kaping.’
‘Traumatische ervaringen stop ik het liefst weg Larry.’
Larry keek op. ‘Zeg, is dat Niels?’
Tess draaide haar hoofd om en knikte. Haar hart maakte een sprongetje. Ze zag hem speurend kijken en lachen toen hij haar zag. Ze stak haar hand op en maakte een gebaar. ‘Niels, kom erbij.’
Ze boog zich naar Larry. ‘Als je wilt kun je het verhaal ook van Niels horen. Ik heb er mijn buik vol van. Praten jullie maar, ik ga daar een espresso te drinken.’ Ze wees naar het grote apparaat, stond op, liep naar de koffiemachine en bestelde een ristretto. Tijdens het gesis van het apparaat zag ze beide mannen serieus met elkaar praten. Met een knik nam ze het kopje aan. Peinzend roerde ze een klontje rietsuiker door de sterke koffie. Een man liep rakelings langs haar heen. Ze keek op en herkende de kaper, nu gekleed in de lokale dracht. Ze nam een slok, liet de koffie staan en probeerde met enkele kleine gebaren de aandacht van Niels te trekken. De man aarzelde even bij de receptie en vervolgde zijn weg naar buiten.
Voor ze het hotel verliet, zag ze Niels niet meer naast Larry zitten.
Blijkbaar wist de kerel hier goed de weg, want hij liep zonder dralen door de wirwar van straatjes. Na enkele minuten verdween hij door een kleine verveloze deur, een zijdeur van een moskee. Ze pakte de deurhandel en werd plotseling hard achteruit getrokken.