NEERGEKNALD fragment

De angst kwam altijd boven bij drukkend weer. Wie zou mij nog kunnen herkennen na al die jaren? Na bijna 30 jaar wist ik nog steeds niet waar het lichaam gebleven was. Een psycholoog raadplegen vond ik niet nodig. Ik hield niet van softies. Ik loste mijn eigen problemen zelf wel op en afleiding was in mijn ogen nog steeds het beste medicijn.
Ik zette mijn laptop aan om de tekst van mijn praatje nog eens door te lezen. Maandag moest ik naar Berlijn om mijn voordracht te houden. Ik had de tekst net uitgeprint, toen een plotselinge windvlaag de bladzijden door de kamer blies. Gebukt raapte ik de dwarrelende papieren op en sloot hierna de klapperende tuindeuren. Met de deurhandel nog in mijn hand zag ik de blaadjes steeds sneller rondwarrelen. De bomen begonnen te zwiepen en het dak kraakte alsof iemand hierop met een plof was gaan zitten. Even later hoorde ik bij het buurhuis een bloempot sneuvelen.
Ik liep de trap op om de ramen boven te controleren. De vitrage van mijn slaapkamer bolde op. Voorzichtig pakte ik de dunne stof en kreeg het raam met moeite dicht. In de verte zag ik een lichtflits. Kort daarop hoorde ik een droge donderslag knetteren. Na de tweede flits begon ik te tellen en kwam tot zes, voordat de volgende snerpende slag klonk.
Vanuit het trapgat zag ik dat mijn woonkamer aarde donker was. Langzaam liep ik naar beneden. Mijn hand vond het lichtknopje.
Met het licht aan zag de woonkamer er weer veilig uit.
Na een paar korte gierende windvlagen was het abrupt windstil. De terrasdeur kon weer open, maar de temperatuur was nog steeds drukkend.
Ik ging weer achter mijn laptop zitten en zond mijn tekst naar het filiaal in Berlijn om het daar voor geïnteresseerde toehoorders te laten afdrukken.
Na het eten van een bekertje yoghurt en een appel, bedacht ik wat ik vanavond zou aantrekken. Weer mijn oude vertrouwde zwarte jurkje? Boven haalde ik dit van het hangertje. Ik bekeek mezelf in de spiegel met het jurkje voor mij. Met een dik parelsnoer was dit jurkje altijd prima, al kwam het tamelijk braaf over. Uitstekend geschikt voor mijn zakelijke reizen, want het kreukelde nauwelijks. Tot nu toe had ik hiervoor nog geen vervanging gevonden.
Mijn Engelse vriendin Gwens vierde vanavond haar veertigste verjaardag. Ze had mij gisteren nog gebeld om te vertellen dat ze een heel speciaal iemand had uitgenodigd. In haar ogen was elk mens speciaal, dus nam ik deze opmerking niet serieus.
In mijn agenda stond de kappersafspraak al gepland. Al verzorgde ik mijn haar meestal zelf, voor dit feestje en de komende zakenreis was een bezoek aan de kapper geen overdreven luxe.
Ik legde alvast mijn accessoires klaar, sloot de boel af en stapte in mijn auto.
Op weg naar de haarkunstenaar moest ik pal op mijn rem staan voor een automobilist die zonder richting aan te geven zijn parkeerplaats verliet. De sukkel moest nog een keer zagen om weg te kunnen rijden. Het vrijgekomen plaatsje was precies voor de etalage van de bekende couturier van Woorden. Natuurlijk moest ik even kijken. Een schitterende knalrode creatie trok mijn aandacht. Impulsief parkeerde ik de auto op de vrije plek, stapte uit, trok de kreukels uit mijn jeans rok en liep de winkel in. Een saaie jonge vrouw knikte mij toe. Ik liep naar de verkoopster en wees naar de etalage. ‘Juffrouw, die rode jurk daar… kan ik hem even passen?’
Het mens keek zuinig en sputterde.
‘Juffrouw ik neem aan dat deze jurk bedoeld is voor de verkoop. Als deze rode robe goed zit, dan koop ik hem. Is het echt een uniek exemplaar? Vraag uw baas maar om de jurk uit de etalage te halen als u het zelf niet durft.’
Hierop kwam Van Woorden aanlopen. Hij keek zijn verkoopster berispend aan en monsterde mij snel waarbij zijn blik op mijn dure tas bleef rusten. ‘Natuurlijk kunt u deze jurk passen mevrouw. Zo te zien is het uw maat. Het lijkt of ik aan u gedacht heb, toen ik deze robe ontwierp.’
Ik reageerde niet op zijn slijmerige opmerking en keek hoe de verkoopster de etalage in kroop. Met haar dikke kont wiebelde ze als een traag dier op de jurk af. De troela reikte de jurk zonder een lachje aan.
In de paskamer voelde ik dat de jurk gegoten zat. De prima coup met diepe V-hals en overslag plooien naar de taille flatteerde mijn figuur enorm. Die jurk moest ik hebben, een prima vervanging voor mijn brave zwarte jurkje.
Buiten het kleedhokje liep ik op blote voeten naar de tweede spiegel om de achterkant te bekijken. Van Woorden knikte goedkeurend, waarbij hij wel vijf keer prachtig herhaalde.
Het bedrag op het prijskaartje loog er niet om, maar met mijn goed betaalde baan in de PR was dit geen probleem.
De verkoopster pakte de jurk zorgvuldig in vloeipapier en van Woorden schreef met een dure vulpen de nota. Ik wapperde ongeduldig met mijn gold card. Van Woorden pakte mijn kaart alsof het een relikwie was en na zijn gebaar tikte ik de code in.
Met de jurk in een grote zak met het van Woorden logo, reed ik door naar de kapper.
Ik zag Albert even op zijn horloge kijken toen ik zijn salon binnenliep.
‘Albert, sorry dat ik tien minuten te laat ben, maar ik kon het niet laten om een creatie bij van Woorden te kopen. Ik maakte een noodstop en voilà, voor mijn neus zag ik een prachtige jurk in de etalage liggen.’
‘Bedoelde u die rode jurk?’
Ik knikte.
‘Die jurk staat u vast geweldig,’ zei de knappe lange magere man.
‘Ja, dank je.’
‘Wilt u dezelfde coupe maar iets korter mevrouw?’
‘Graag, ik voel mij hiermee prima. Onregelmatige plukjes die tegenwoordig in zijn is niets voor mij.’
Hij wees naar een onbezette stoel.
Na het wassen en knippen föhnde hij mijn haar mooi in model.
‘Geen haarlak zeker?’
‘Nee, geen betonnen Beatrix kapsel.’
Albert schoot in de lach. ‘Leuk verwoord mevrouw.’
In de ovale spiegel die Albert achter mijn hoofd hield zag ik dat het haar ook daar perfect zat.
‘Fijn Albert, dank je. Nu ben ik weer presentabel.’
In de auto hoorde ik een piepje.
Thuis bekeek ik mijn iPhone. Een bericht van Sjoerd uit Berlijn, of ik nog iets aan mijn presentatie wilde toevoegen. Om mijn zondagse strandwandeling niet op te hoeven opofferen begon ik hier meteen aan. Met een mega mok ijsthee opende ik de bijlage op mijn laptop. Na twee uur werken hield ik het wel voor gezien, zond het bijgewerkte Word document op, sloot de laptop en liep met mijn nieuwe aankoop naar boven. Om het plakkerige gevoel weg te krijgen, spoelde ik mij af met een kom lauw water; mandiën noemde mijn moeder dat vroeger.
Helemaal blij met het resultaat, zowel met de strakke rode robe, als met het knipwerk van Albert, stapte ik in mijn bordeauxrode schoenen met hoge hakken. Kritisch bekeek ik het kleurverschil, maar het geheel vloekte niet.
In de verte rommelde het plotseling harder. Onwillekeurig schoot die schietpartij mij weer te binnen. Ik wilde de avond hierdoor niet laten vergallen en besteedde mijn aandacht aan het lakken van mijn nagels. Na het droog wapperen spoot ik een beetje parfum op.
Ik stond al met mijn autosleutels in mijn hand, toe ik een auto hoorde toeteren. Nieuwsgierig opende ik de voordeur.
Machteld en Berthil stonden met ronkende motor te wachten. Machteld opende het raampje. Haar grote oorbellen bewogen toen ze haar hoofd naar buiten draaide. ‘Annabelle, wil je meerijden naar Gwen? Ik probeerde je al eerder te bellen, maar je nam niet op. Berthil speelt vanavond voor Bob. We halen Peter ook nog even op.’
‘Graag.’ Ik legde mijn autosleutels terug, pakte een grote zwarte dunne kasjmier sjaal en  sloot de voordeur af. Ik knikte naar Berthil die voor zich uit zat te staren en stapte voorzichtig achterin. Berthil knikte en reed meteen weg.
Vijf minuten later stopte hij voor Peters flat. Peter stond al buiten klaar. Zodra hij in de auto zat gaf hij mij een vluchtige kus. ‘Zo Annabelle, je ziet er prima uit. Nieuw wat je aanhebt?’
‘Ja, dank je. Net gekocht.’
Machteld draaide zich om. ‘Gelukkig hebben we allemaal een goede baan, zodat we niet op een dubbeltje hoeven te kijken. Ik zou er niet aan moeten denken om alleen maar bij C&A te moeten kopen.’
Als reactie op haar geaffecteerde woorden zei ik: ‘Nou, bij Cheap and Aweful hebben ze soms best leuke dingen.’
Peter grinnikte. ‘Ik bestel altijd twee pakken tegelijk, dan ben ik een tijd van dat gedoe af. Overhemden koop ik via internet.’
‘Goh, hou jij niet van winkelen?’ vroeg ik plagend.
Peter keek mij semi-serieus aan. ‘Hoe kun je het zo raden.’
Het was een klein half uur rijden naar de straat waar ik tijdens mijn huwelijk had gewoond.
Gwen en Gordon kochten het pand naast mij 9 jaar geleden. Deze ouderwetse villa met een rieten dak was nog gebouwd door de ouders van een van mijn vriendinnen. De oude mensen konden de moed niet meer opbrengen om het te onderhouden. Na een grondige opknapbeurt, was de villa nu een plaatje. De stijl aan de buitenkant was behouden. Gwen had de tuin uitstekend onderhanden genomen en in een beschutte hoek, niet te zien vanaf de weg, was een zwembad gekomen, compleet met een zomerkeuken.
Op de oprijlaan stonden al een paar auto’s. Een bolide trok mijn aandacht.
Peter tikte tegen het raampje. ‘Zeg van wie is die dure bak, vast van een nieuwe ster aan Gwens firmament.’
Gwen verzamelde, zoals ze dat zelf noemde, interessante personen. Door haar werk als succesvol interieur decoratrice kende ze ontzettend veel mensen, al voldeed lang niet iedereen aan haar maatstaven om uitgenodigd te worden.
Gwen mat niet meer dan anderhalve meter. Haar rossige korte haar was altijd perfect geföhnd. Ze praatte graag en ze was dol op aandacht. Haar vrolijke levendige karakter vroeg er gewoon om vaak vrienden te ontvangen. Echtgenoot Gordon was een beer van een vent. Hij sprak lijzig. Zijn pakken liet hij in Londen maken en door de uitstekende snit, leek zijn omgang een maat minder.
Ik liep op mijn tenen over het grind. Peter had al gebeld. De ingehuurde butler Augustino deed de koperen deur open. Deze Portugees kende het klappen van de zweep. Hij was majordomus bij een ambassadeur en diende in zijn vrije tijd op feesten en partijen.

Ik had hem op een andere partij in Wassenaar aan het werk gezien en vroeg toen meteen zijn telefoonnummer. Nu serveerde hij in ook in het circuit van Aerdenhout.
‘Zo Augustino, alles goed met je dochter? Krijgen we vanavond weer jouw zalige hapjes?’
Hij glom. ’U ziet er vanavond betoverend uit, mevrouw.’
Ik gaf hem een kneepje in zijn arm en liep over de zwart/wit marmeren tegels op het geroezemoes af.
Gwen kwam mij met uitgestrekte armen tegemoet. ‘Annabelle… fijn om je te zien. Nieuw wat je aan hebt? Uitstekende keus… staat je goed. Kom, ik stel je voor aan Frederic. Hij is psycholoog, de man die met zijn bestseller Mijn relatie, mijn leven op de televisie is geweest. Dit is echt iemand voor jou.’
Ik zag een knappe man die druk stond te praten. De mensen hingen aan zijn lippen. Plotseling werd er hard gelachen. Een populaire man die niets weg had van een serieuze zielenknijper.
Gwen pakte mij bij de arm. ‘Frederic, dit is Annabelle. Je moet haar beslist leren kennen.’
Op het moment dat hij mijn hand pakte, voelde ik een schok. Frederic keek mij met een vlaag van herkenning aan. Niemand leek iets gemerkt te hebben. Hij werd al weer in beslag genomen door een lange magere vrouw en Gordon gaf Gwen een seintje met opgeheven whiskyglas.
Ik pijnigde mijn hersens af. Zijn gezicht kwam mij ergens bekend voor, maar ik wist zeker dat ik hem nooit eerder ontmoet had.
Ik liep door de zitkamer die als een typisch Engels landhuis was ingericht en knikte even naar Gwens oudere zuster die op de zachtgele bank een interieur tijdschrift doorbladerde. Vanuit de kleine vierkante ruitjes kon ik mijn oude huis zien en zag dat de nieuwe eigenaren de border anders hadden beplant. Ik nam een slok van de champagne en dacht terug aan de tijd dat ik hier met Arthur had gewoond. Ons huwelijk werd een flop. Arthur was populair en erg aantrekkelijk. Zoals iedereen al voorspelde: een knappe man heb je nooit alleen, gebeurde ook. Thuiszitten wachten terwijl Arthur de hort op ging, hield ik 7 jaar vol. Elke keer dezelfde verhalen aanhoren dat het slippertje niets voorstelde en maar lippenstift uit zijn overhemd halen was geen goede basis om aan kinderen te beginnen. Arthur zag een scheiding eerst niet zitten. Hij vond het wel gemakkelijk om een vrouw te hebben die hem opving als hij weer eens te veel had gedronken. De scheiding werd netjes geregeld. Ieder had een goed inkomen, zodat er niet werd gezeurd over centen. We verkochten het mooie huis. Arthur trok naar Amsterdam maar ik wilde buiten blijven wonen. Bloemendaal was voor mijn werk in Haarlem een aantrekkelijke plek. Het lag net iets verder van Aerdenhout en bovendien kon ik snel naar zee als ik zin had om uit te waaien. Via een bevriende makelaar, kocht ik een aantrekkelijk huis. Voor één persoon was het pand aan de grote kant, maar de sfeer beviel mij zo goed, dat ik meteen toehapte. Bouwkundig hoefde er nauwelijks iets aan gedaan te worden. De grenen keuken had een mooie doorgang naar het woongedeelte en er was een praktische hoek om mijn werkplek te creëren. Met een ander kleurenschema, een kwestie van verfwerk, kregen de werklui het opknappen binnen een maand klaar. De kleine tuin, met een beschut terras, kon ik gemakkelijk onderhouden. In plaats van gras kocht ik een stel grote potten, waarin ik alleen wit bloeiende planten zette. De oude klimroos bloeide weer uitbundig na vakkundig gesnoeid te zijn.
Door beider drukke werkzaamheden, was van kinderen krijgen niets van gekomen. Arthur vond ze maar lastig en ik wist eigenlijk zelf niet wat ik wilde. Kwam dat omdat iets uit mijn jeugd mij dwarszat? Na mijn scheidingstrauma verwerkt te hebben, had ik verschillende vrienden. Ik vond alle aandacht spannend, maar al gauw ontdekte ik bij de meeste heren trekjes die niet bevielen. Niemand was perfect, maar ik wilde toch proberen om zonder te veel irritaties een nieuwe relatie op te bouwen.
Gwen had al diverse keren geprobeerd om mij te koppelen. Haar woorden echoden in mijn hoofd. ‘Je bent nu 7 jaar alleen. Om zonder partner oud te worden is niet leuk hoor.’
Frederic leek mij een populaire man. Psycholoog. Net wat ik nodig had, gonsde even door mijn hoofd.
Ik voelde Frederic naast mij staan.
‘Zo, stond jij te filosoferen? Gwen vertelde het nodige over jou. Ze zei dat ik jou beslist moet leren kennen.’
‘Zo, moet dat?’ sprak ik pinnig, zonder hem aan te kijken.
‘Je bent een hele mooie vrouw, wist je dat? Intelligent, gevoelig en spiritueel. Zoveel zijn daar niet van.’
‘Wil je mij verlegen maken? Dan moet je vroeger opstaan.’
Ik liep weg van hem, want zijn aanpak irriteerde mij, hoewel ik ook weer niet ongevoelig was voor zijn complimenten. Zijn aanwezigheid verwarde mij en ik begreep mijn eigen reactie niet. Zo bits gedroeg ik mij nooit. Frederic was een aantrekkelijke man, al bracht zijn nabijheid vreemd genoeg die nare herinnering boven.

Augustino kwam aanzetten met een schaal heerlijke hapjes. De man kon echt alles, zoals hij eens heel open, zonder valse bescheidenheid had gezegd. Zijn borrelhappen die hij voor elke partij in de keuken van de gastvrouw maakte, waren niet alleen zalig, maar zagen er ook uit als kleine kunstwerkjes. De toastjes met zalmtartaar en de rolletjes met scampi’s lokten mij toe.
‘Voordat uw lievelingshapjes op zijn, neemt u er maar twee,’ zei hij met een knipoog. Met in iedere hand een hap, raakte ik al gauw in gesprek met Peter. Een aardige vent, bij wie ik mij helemaal op mijn gemak voelde. Bij hem ontbrak de merkbare spanning die ik gevoeld had toen ik met Frederic sprak. Peter werkte in het zelfde grote gebouw, waar mijn PR kantoor was. Hij verdiende zijn kost als architect; een totaal andere discipline. Zoals altijd droeg hij een vlinderdasje. Hij zag mij wel zitten, al wist hij dat de vonken tussen ons niet oversprongen. Af en toe aten we samen een hapje en daar bleef het bij.
Ik voelde dat Frederic telkens mijn kant uitkeek.
Gwen had zich dit keer erg uitgesloofd. Na de cocktail kregen we een diner.
Ik liep de eetkamer in om haar beeldig gedekte tafel te bewonderen. Ze had alles in het wit gedekt. Het kantenkleed was nog van haar grootmoeder geweest wist ik. Het zilver glom en blonk. Op de mooi gekalligrafeerde naamkaartjes zag ik dat Gwen mij naast Frederic had gezet. Frederic met een ‘c’.
Ik keek nog even naar het prachtige bloemen atelier stuk en liep terug om haar uit een gesprek los te weken. ‘Gwen, kan je mij niet een andere plaats geven? Frederic lijkt me een arrogante vlerk.’
‘Daar vergis jij je in. Hij is erg verlegen… als hij niet in het spotlight staat is hij ontzettend aardig… geef hem een kans… als ik na het voorgerecht niet gelijk heb, kan je altijd met mij van plaats wisselen, maar dan zit je wel naast Peter.’
‘Oké, ik waag het erop.’
Frederic stond al weer naast mij. ‘Zo, durf je echt naast mij te zitten? Bang dat ik jou ga analyseren?’
‘Ik geef je één kans.’ Ik keek in de antieke spiegel en bolde met mijn vingers mijn haar op.
‘Je haar zit perfect hoor. Kom, we mogen al aan tafel.’
Hoffelijk schoof hij mijn Queen Anne stoel aan.
Na het originele voorgerecht, geroosterde groenten met een forel mousse, bleek Frederic erg mee te vallen. Gwen had geen woord teveel gezegd. Ik begon hem zelfs leuk te vinden. Hij was, charmant en zeer onderhoudend.
Een paar keer raakte mijn blote arm zijn jasje De stof voelde prettig aan. Prima kwaliteit, vast niet uit het rek bij C&A. Ik gniffelde.
Frederic keek mij onderzoekend aan.
Ik deed mijn kin omhoog. ‘Zo, kan je ook zien wat je patiënten denken?’
‘Ik zie jou niet als patiënt.’
‘Hoe dan? Als slachtoffer?’ Ik kon zichzelf wel slaan, dat ik dit eruit had geflapt, maar het scheen Frederic niet te deren. Tijdens het dessert spraken we weinig, maar bij de koffie was het ijs weer helemaal gebroken. Ik merkte dat ik hem graag weer wilde ontmoeten.
‘Mag ik je thuisbrengen?’ vroeg hij met een charmant verlegen lachje toen de eerste gasten zich opmaakten om te vertrekken.
‘Graag.’ Mijn hart klopte in mijn keel en ik voelde mij een puber.
‘Waar kan ik jou droppen? Ik hoorde van Gwen dat jij nu in Bloemendaal woont. Dat kan ik zo vinden, maar je moet mij wel uitleggen hoe ik het laatste stuk moet rijden.’
‘Prima, ik zal je de weg wijzen.’
Bij het afscheid zei ik tegen Berthil en Machteld dat ik niet met hen mee zou terugrijden. Peter hoorde dit ook en keek mij veelzeggend aan, een blik die ik wijselijk negeerde.
Gwen nam mij even apart. ’Frederic is voor jou bestemd… geniet ervan.’
Frederic hield het portier van zijn Bentley cabriolet open en keek zorgzaam of mijn sjaal niet tussen de deur kon komen. We reden zwijgend naar Bloemendaal. Zijn nabijheid gaf mij een goed gevoel en het deerde niet dat hij geen woord sprak.
‘Deze weg uitrijden en daarna naar links,’ zei ik toen hij in de buurt van mijn huis kwam. Frederic knikte alleen maar.
‘Hier is het.’
Frederic stopte voor de deur. ’Wat een gezellig huis… heb je dit pandje al lang?’
‘Ongeveer zeven jaar. Na mijn scheiding kon ik dit kopen en het bevalt mij hier prima. Vertelde Gwen jou dat we vroeger buren waren?’
‘Nee, daarover zei ze niets… mis je je oude buurtje niet?’
Zonder een antwoord af te wachten, stapte hij uit, hield het portier voor mij open en liep mee naar de groen gelakte voordeur.
‘Zo nu weet ik dat je veilig thuis bent. Goedenacht Annabelle, ik heb van je gezelschap genoten.’
Weg was hij. Geen hand, geen kus… Vreemd, maar wel zo goed, want om meteen met hem het bed in te duiken, wilde ik niet. Die tijd was voorbij. Voor hem blijkbaar ook. Wat wist ik eigenlijk over hem, behalve dat hij een succesvolle psycholoog was?
Hij zag er goed uit, lang en slank. Zijn blonde haar werd al een beetje grijs. Zijn zwierige gedrag kon plotseling in verlegenheid veranderen, maar verder was hij zonder meer charmant. Ik was te moe om hem te Googelen.