EEN DAGBOEK ALS ERFENIS fragment

De taxi reed door Halfweg. Adriaan snoof en rook dat de bietencampagne nog niet was begonnen. Na Haarlem reden ze op de Julianalaan waar de huizen ook al een miljoen moesten opbrengen. De pandjes leken veel kleiner dan vroeger, maar toen fietste hij nog.
Voor het huis van grootvader stonden de nodige auto’s. Vaders grote Jaguar, de Mini van zijn tante, de Jeep Cherokee van zijn oom en twee kleine auto’s van zijn neefjes, die ook al in de twintig waren.
De chauffeur noemde het bedrag dat Adriaan al op de meter had zien staan.
‘Hou de rest maar.’ Hij stopte de man een biljet toe en liep met de weekendtas over het grindpad naar de voordeur. Zijn moeder deed open. Ze zag er voor haar 65 nog prima uit. Zoals altijd droeg ze een haarband in het licht naar binnen gekrulde schouderlange haar. Mijn stormband, noemde ze die.
Ze omhelsden elkaar. ‘Je grootvader zou de honderd zo graag gehaald hebben. Ach, omdat hij niet meer kon reizen was de dood voor hem een zegen.’
Adriaan knikte begrijpend. ‘Was het gauw afgelopen mam?’
‘Ja lieverd. Tot het laatst was hij helder. Hij wilde jou nog feliciteren na je werk… rond zes uur kreeg hij de eerste beroerte, hierop volgde een tweede en daarna… Greetje was bij hem. Ze belde ons meteen, maar wij kwamen helaas te laat. Hij heeft gelukkig niet geleden.’
Zijn moeder gaf hem een arm. ‘Hoe was je feestje?’
Hij lachte schamper. ‘Och, je kent het wel. De getrouwde kerels gingen vrij vroeg naar huis en de rest bleef plakken en dronk zoals altijd teveel.’
‘En je baan? Moet jij niet binnenkort naar Nigeria?’ vroeg ze bezorgd.
‘Ja, maar daar heb ik weinig zin in.’ Adriaan perste zijn lippen tot een smalle spleet.
‘Ga dan niet. Ik weet zeker dat grootvader jou goed in zijn testament heeft bedeeld. Je was zijn oogappel.’
‘Ik weet het mam, maar zoveel zit er denk ik niet in dat ik mijn baan kan opzeggen.’
Hij zag haar naar de dichte deur van de zitkamer kijken voordat ze zacht zei: ‘Dat moet je niet zeggen jongen. Hij had een speciaal geheim spaarpotje.’
‘Zo, dat is nieuw voor mij. Wat weet jij daarvan?’
Ze keek een tikje ondeugend en liet haar stem nog meer dalen. ‘Enkele weken geleden ving ik toevallig flarden van een gesprek op. Opa maakte zich zorgen dat hij niet meer kon reizen. Nadrukkelijk hoorde ik hem tegen je vader zeggen: Ik hoop dat Adriaan mijn plaats in neemt. Details vindt hij in mijn dagboek. Het staat in code verborgen. Hij is slim genoeg om dat te kunnen uitvissen. Het vermogen is goed belegd, zodat hij er prima van kan leven. Meer hoorde ik niet. Hou je mond hierover tegenover de anderen.’
Ze rechtte haar rug en sprak luider: ‘Kom mee, de anderen zijn er al.’
Adriaan knikte. In de gang viel zijn blik op de antieke barometer waar zijn grootvader elke dag op had getikt. Slecht weer, gaf de voorspelling aan. Hij herhaalde opa’s ritueel en nadat hij de wijzer van de barometer gelijk had gezet, liep hij samen met zijn moeder de zitkamer in. Behalve zijn neefjes, was iedereen in het zwart gekleed.
Greetje kwam naar hem toe en vroeg of hij ook een kop koffie wilde, waarop hij beamend knikte. Ze liep nog krommer en reuma tekende haar handen. Het korte grijze haar had recent onder een sterke permanent geleden.
Adriaan omarmde zijn vader. Woorden waren niet nodig. Enkele momenten bleven ze zo staan. Paps klemde zijn kaken, een teken dat hij zich wilde beheersen. Adriaan zag een buikje bij hem opkomen maar kon de opmerking, moet je niet meer bewegen, nu niet over zijn lippen krijgen. Hij gaf oom Theo een hand, tante Trudy kreeg een vluchtige kus en hij knikte naar beide neven. Als laatste begroette hij zijn tweeling zusje Muriëlle. Beiden leken totaal niet op elkaar. Muriëlle had rossige haar en de sproeten die haar hele gezicht sierden, geërfd van haar Engelse grootmoeder. Ze reikte tot zijn schouder.
‘Zo, Londen ontvlucht?’ begon hij luchtig. Hij gaf haar een kus, pakte haar bij haar schouders en keek haar onderzoekend aan. ‘Je ziet er triest uit, toch niet alleen om opa?’
‘Nee, ik heb met Patrick gebroken.’
‘Wat. Die rijke bankjongen met zijn mooie Aston Martin?’
Ze knikte mat.
‘Wil je erover spreken?’ vroeg bij meelevend.
Schamper begon ze: ‘Hij ging mij iets te vaak met zijn piepjonge secretaresse uit. Het wicht keek enorm tegen hem op. Patrick wilde van twee walletjes eten.’
Hij klopte haar op haar rug. ‘Beroerd zusje. Kom je na de begrafenis enkele dagen bij mij logeren, of redt je dat niet met je baan?’
‘Graag, maar ik vertik het om te gaan opruimen.’
‘Oké, het is een puinhoop, maar als je mij een beetje helpt, neem ik je elke dag mee uit eten. Deal?’
‘Afgesproken,’ zei Muriëlle met een flauw lachje.
Greetje reikte hem een kop koffie aan. ‘Net gezet mijnheer Adriaan.’
‘Fijn dank je Greetje. Jij zult de oude baas wel missen.’
‘Ja mijnheer, nou en of.’
Ze trok hem aan zijn mouw. Adriaan keek haar vragend aan. Greetje slikte. ‘Uw grootvader heeft mij laten beloven om persoonlijk iets aan u te geven als hij zijn ogen voorgoed had gesloten. Ik ga het even halen.’
Greetje liet hem los, trok een samenzweerdersgezicht en liep de kamer uit. Adriaan hoorde haar op de krakende houten trap naar boven lopen. Even later kwam ze binnen met plat pakje dat strak in een plastic zak was gewikkeld. Terwijl ze om zich heen keek, reikte ze hem dit zo onopvallend mogelijk aan.
‘Dank je Greetje. Ik zal hier zuinig op zijn.’
Ze keek speurend of niemand een woord zou kunnen opvangen en fluisterde ernstig: ‘Uw grootvader wil dat zijn dagboek beslist niet in andere handen komt. Mijnheer had u nog willen waarschuwen dat u extra moet oppassen voor foute mensen zonder krapules.’
‘Ja, ja, zonder scrupules, ik begrijp het.’ Hij kneep zijn ogen even dicht.
Greetje keek nog steeds bezorgd al leek er, nu ze geen verantwoording meer droeg voor opa’s dagboek, een kleine last van haar te zijn afgevallen.
‘Dat heeft opa mij jaren geleden ook al laten beloven. Natuurlijk zal ik er zuinig op zijn. Wees maar niet benauwd Greetje.’ Hij gaf haar een geruststellend kneepje in haar arm.
Greetje knikte goedkeurend en liep speurend rond naar lege kopjes.
‘Zo kerel, maak jij je al op voor Nigeria?’ hoorde hij zijn vader achter zich zeggen.
Verstrooid draaide hij zich naar zijn vader.
‘Nou erg enthousiast kan ik je niet noemen jongen.’
‘Nee pap, ik zit er niet op te wachten om vermoord te worden.’
‘Ik neem aan dat een grote maatschappij zijn mensen niet zal uitsturen als het daar gevaarlijk is,’ zei zijn vader en streek met zijn hand over zijn kin.
De opmerking dat winst maken bij de maatschappij voorop stond, slikte Adriaan in.
‘Zo iedereen is er. Ik zal zijn laatste wilsbeschikking maar gaan voorlezen. Adriaan, kan jij Greetje halen? Zij krijgt een legaat.’
Adriaan ging naar de keuken. ‘Greetje, kom je? Vader wil jou iets vertellen.’
Ze knikte en slofte achter hem aan.
Vader klapte in zijn handen en vroeg of iedereen even aandachtig wilde luisteren.
‘Greetje ga jij maar op mijn plaats zitten. Ik lees dit staande voor.’
De oude vrouw ging verlegen in de grote stoel van grootvader zitten.
Paps schraapte zijn keel en begon: ‘Eerst even een minuut stilte om vader te herdenken.’
Behalve de twee zoons van vaders jongere broer Theo, stond iedereen op. Toen Adriaans moeder de jongens strak aankeek, gniffelden ze een beetje, maar gingen staan, zij het niet van harte. Paps keek op zijn horloge om de minuut te timen. Even later richtte hij zijn hoofd op. ‘Zo, nu kunnen jullie wel weer gaan zitten.’
Adriaan zag dat zijn neefjes met het jaar onverschilliger werden. Een van hen haalde zijn mobieltje uit zijn zak en begon een spelletje te spelen. Op het horen van de irritante piepjes kuchte zijn vader berispend. Vervolgens haalde hij een papier uit de binnenzak en vouwde dit voorzichtig open. Op de achterkant herkende Adriaan het eens zo forse handschrift van zijn grootvader, dat nu bibberig was geworden.
Overmand door emoties, was vader even zijn stem kwijt. Hij schraapte zijn keel. ‘Nu ben ik de oudste van de familie.’ Na een kort moment stilte ging hij verder. ‘Enkele weken geleden was ik met mijn broer bij vader om dit testament op te stellen. Vader was volledig bij zinnen. Omdat hij tegen de honderd liep, wilde hij in het bijzijn van een notaris orde op zaken stellen. Ik wil beginnen met Greetje, zonder je trouwe hulp had vader nooit tot het einde in zijn huis kunnen blijven. We zijn jou daarvoor allemaal erg dankbaar.’
Greetje pakte een zakdoek en veegde een traan weg.
‘Mijn vader heeft jou een bedrag van €25.000 nagelaten. Maandag zal ik dat op je bankrekening storten. Het is een schenking en daarover hoef je geen erfbelasting te betalen.’
‘O mijnheer Jacques, dat is veel te veel,’ zei ze bedeesd.
‘Greetje, dit heeft mijn vader bepaald.’
De oude hulp slikte iets weg en Adriaans vader Jacques ging verder: ‘Theo krijgt het equivalent van de waarde van vaders onbelaste huis in aandelen. De prijs wordt bepaald in bewoonde staat.’
Hij keek de kring rond. ‘Vader wilde zijn huis graag in de familie houden en ik heb daarom voor het huis gekozen. Wie weet kan een van onze kinderen hier in de toekomst gaan wonen.’
Adriaan voelde een veelbetekenende blik van zijn vader op zich rusten. Zijn moeders ogen leken zie je wel te zeggen.
Om hier te kunnen wonen leek hem geweldig. Natuurlijk zou hij de keuken en de badkamer willen laten moderniseren, maar verder was het pand perfect. Bovendien voelde hij zich hier thuis.
Hardop las vader verder. ‘Nu kom ik bij Trudy. Aan mijn schoondochter Trudy vermaak ik het kristal.’
Trudy keek zuinig. Beide zoons, Caspar en Christiaan zwaaiden verveeld met hun benen. Adriaan had de jongens nooit erg gemogen. De tweede vrouw van zijn oom Theo was op een bepaalde manier knap. Ze had een hard gezicht, geraffineerd opgemaakt, maar met haar net iets te laag uitgesneden zwarte truitje en een overdaad van sieraden oogde ze een tikje ordinair. In haar spraak bespeurde hij een vaag plat accent. Veel had ze nooit te melden en ze sprak geen woord over de grens. Theo had uit zijn eerste huwelijk geen kinderen. Adriaan wist dat zijn grootvader Trudy niet mocht. Eens had hij laten vallen dat ze alleen van zichzelf hield en dat haar zoontjes door en door verwend werden.
De stem van zijn vader haalde hem uit zijn gepeins.
‘Jacques’ Engelse echtgenote Geraldine, krijgt het tafelzilver en de sieraden van oma, behalve het parelsnoer, dat is voor mijn lieve kleindochter Muriëlle. Mijn kleinzoon Adriaan krijgt mijn dagboek.’
Vader keek op. ‘Oh, ik zag zojuist dat jij dat al uit handen van Greetje hebt ontvangen.’
Christiaan en Caspar zaten met hun benen te zwaaien. Paps keek beide jongens strak aan. ‘Christiaan en Caspar krijgen elk een €5000 onder voorwaarde dat ze voor hun 25ste verjaardag een diploma van een universiteit kunnen tonen.’
Beide jongens en Trudy begonnen luid te protesteren. Jacques schonk geen aandacht aan hun gemor en zei terloops: ‘Adriaan en Muriëlle hebben dit zonder schenking voor elkaar gekregen.’
De jongens liepen kwaad weg zonder afscheid te nemen. Theo keek verdrietig.
Trudy boog zich naar hem en zei luid: ‘Kon je daar niets aan doen, sufferd.’
Theo stond op. Hij keek koeltjes. ‘Als het je niet bevalt, kun je ook beter gaan. Door jouw verwennerij zijn de jongens slapjanussen geworden. Ik geef vader groot gelijk. Misschien komt er op deze manier nog iets van ze terecht.’
Trudy pakte haar dure tas, waarin haar knalrode lange nagels zich als klauwen kromden en liep boos het vertrek uit. Ze draaide zich om en riep: ‘Dat rot kristal kunnen jullie houden.’
De voordeur sloeg met een knal dicht. Even later hoorden ze het grind opspatten.
Jacques keek verbouwereerd. Geraldine pakte Theo’s arm. ‘I am so sorry.’
Theo rechte zijn rug. ‘Na ons bezoek aan vader, ben ik meteen doorgereden naar mijn advocaat om een scheiding aan te vragen. Jullie hebben zelf gezien hoe Trudy is. Ik heb mijn huwelijk proberen te redden, maar…’ Even leek het of hij in huilen zou uitbarsten. Hij slikte. ‘Vader had haar veel eerder door dan ik. Helaas heb ik mij in haar karakter vergist. Uiteraard erft ze geen cent. Samen met vader heb ik die toelage voor onze zoons bedacht, maar ik vrees dat ze het niet kunnen waarmaken om een studie af te maken.’
‘Afschuwelijk voor je,’ zei Geraldine.
‘Och, eigenlijk ben ik opgelucht,’ sprak Theo berustend.
‘Je kunt altijd bij ons komen logeren Theo,’ ging Geraldine door.
‘Dat is lief aangeboden. Fijn dat ik op mijn familie kan terugvallen.’
Theo had het ovale gezicht van opa. Hij was niet zo lang als zijn oudere broer. Hij begon al kaal te worden. Adriaan herinnerde zich de commotie toen Trudy hem een toupetje had willen laten aansmeren.
Greetje was stilletjes de kamer uit gegaan. Muriëlle ging haar achterna. Adriaan volgde, zodat beide broers rustig over de komende scheiding konden spreken. In de keuken zat Greetje verloren op een stoel.
‘Moet je niet iets eten Greetje,’ hoorde hij zijn zusje vragen.
Greetje zuchtte en keek bedrukt.
‘Maak je geen zorgen Greetje. Ik weet zeker dat mijn vader jou het huis niet uitzet. Zo is hij niet. Vader houdt het huis en het is beter dat dit nog een tijdje bewoond blijft. Mams zei dat ze een aardige verzorgingsflat heeft gezien. Je kunt altijd gaan kijken.’ Muriëlle legde beschermend haar arm om de schouders van de oude vrouw.
‘Ach, mevrouw Muriëlle en ook u mijnheer Adriaan, u bent beiden schatten.’
‘Kom, er is vast iets te eten,’ zei Muriëlle.
Greetje stond op en deed de deur van de ijskast open en pakte een grote met aluminium folie afgedekte schaal. Adriaan haalde de bescherming eraf en lichtte de hoekjes van een paar sandwiches op. ‘Hm, zalm, paté en kaas.’ Met de schaal maakte hij met zijn hoofd een gebaar dat hij deze wel naar binnen zou brengen.
Muriëlle pakte een blad met glazen. ‘Greetje, ik draag dat wel.’
‘De wijn staat koud mijnheer Adriaan,’ hoorde hij Greetje zeggen toen hij met zijn elleboog de zitkamerdeur opendeed.
Zijn vader keek op. ‘Zet dat maar op de eetkamer tafel jongen, dat is gemakkelijker. We hoeven nu geen extra stoelen te pakken.’
Ze liepen door de schuifdeuren naar de eetkamer. Muriëlle stootte Adriaan aan. ‘Wel zo rustig nu dat kreng met die rotjochies weg is.’
Ze gingen zitten en Greetje gaf iedereen een bordje.
Zijn moeder deelde het bestek en de servetjes rond en vroeg: ‘Greetje, eet je ook mee?’
‘Ik eet liever in de keuken mevrouw Geraldine,’ antwoordde ze zacht.
Jacques knikte en bood Greetje aan om enkele sandwiches te pakken. Toen de vrouw vertrokken was trok Theo de fles open. Hij schonk de glazen vol en zei plechtig: ‘Op onze onvergetelijke vader en op jullie grootvader.’
Ze aten zwijgend. Theo schoof zijn lege bord opzij en keek Geraldine aan. ‘Meen je echt dat ik kan komen logeren?’
‘Natuurlijk Theo.’
‘Nou dan ga ik maar. Even wat kleren pakken. Ik zou ook hier kunnen blijven, dan is het huis bewoond.’
‘Je doet wat je wilt Theo. Als je het gezelliger vindt om bij ons te zijn, ben je van harte welkom, maar als je liever alleen bent, kan je in je ouderlijk huis trekken. Ik ben toch niet van plan om het te verkopen en Greetje mag hier blijven wonen zolang ze wil en kan. Als Muriëlle of Adriaan hier willen intrekken, zien we wel verder.’
Theo stond op om afscheid te nemen. ‘Sterkte in Nigeria Adriaan, al hoop ik dat dit niet doorgaat.’
‘Ga je niet mee naar het rouwcentrum? Adriaan en Muriëlle kunnen dan nog even afscheid nemen en ik wil kijken hoe mijn schoonvader er bij ligt,’ sprak Geraldine.
Theo keek op zijn horloge, knikte en ging weer zitten.
‘Wat een toestand, al zag ik zoiets wel aankomen,’ zei ze tot niemand in het bijzonder.
‘Ach, menselijke relaties… Mijn relatie met Patrick is voorbij. Nu weten jullie dat ook meteen,’ flapte Muriëlle er uit.
‘Schat, wat naar,’ zei haar moeder vol medeleven.
‘Ik heb met hem gebroken. Hij had een ander.’
‘Schandalig.’
‘Mam, dat komt vaker voor. Beter dat ik er nu ben achter gekomen, dan wanneer we getrouwd zouden zijn.’
Ze nam een flinke slok en zette haar glas resoluut neer.
‘Wanneer is de crematie?’ vroeg Adriaan.
‘Dinsdagmorgen op Westerveld. Kom we moeten niet te lang wachten, het rouwcentrum is tot 4 uur open,’ zei Jacques.
Muriëlle stond op om de bordjes te stapelen. Greetje kwam al op het geluid af om verder af te ruimen.
‘Greetje, we gaan even afscheid nemen van vader. Over een uurtje zijn we weer terug,’ zei Jacques.
Greetje knikte. Even later hoorden ze haar in de keuken scharrelen.
‘Heeft iemand voor bloemen gezorgd?’ vroeg Adriaan.
‘We hebben een groot bloemstuk van de hele familie besteld. Je weet dat opa niet van verspilling hield,’ zei zijn moeder.
Adriaan liep met grote passen naar boven. In de logeerkamer waar hij altijd als kind in het ouderwetse bed had geslapen schoof hij het dagboek onder het kussen.
Greetje keek hem goedkeurend aan en liet hen uit. Met een beetje inschikken pasten ze met zijn vijven in de Jaguar. In stilte reden ze naar het uitvaartcentrum. Adriaan slaakte een diepe zucht.
‘Ja kerel, hij is er echt niet meer. Je hebt een fijne grootvader gehad en ik een pracht van een vader.’
Zijn vader stopte op de kleine parkeerplaats van het rouwcentrum. De begrafenisondernemer zag hen aankomen, opende de deur van het centrum en knikte ernstig.
Zou de man nooit lachen vroeg Adriaan zich af. Binnen zag hij verschillende vertrekken die met zwart fluwelen gordijnen waren afgescheiden. Zijn ogen moesten even aan het donker wennen. Twee grote kandelaars stonden aan het hoofdeinde van de kist die een beetje schuin op een met fluweel bekleedde verhoging was gezet. De brandende kaarsen gaven weinig licht. Voor de kist lag een enorm bloemstuk.
‘Zo, dat heeft de bloemist snel gedaan,’ zei zijn moeder en knikte goedkeurend toen ze de opdruk op het brede lint zag.
Grootvader lag er vredig bij, alsof hij een middagdutje deed. Hij droeg zijn beste pak en zijn handen lagen gevouwen op zijn borst. Zijn haar was naar achteren gekamd. Adriaan zag dat zijn zegelring en trouwring miste. Hij liet het beeld op zich inwerken. Het leek of opa glimlachte. Toen hij aan de beurt was om hem een laatste kus te geven, boog hij zich voorover.
Hij verbleekte toen hij opa, bewaar mijn geheim en ga er mee door, hoorde fluisteren. Zijn verstand zei dat dit onmogelijk was. Vermoedelijk was de drank voor deze hallucinatie verantwoordelijk. Met zijn handen om de rand van de kist geklemd, bleef hij als versteend staan.
Zijn vader stootte hem aan en zei zachtjes: ‘Kom, we gaan. We moeten nog het een en ander regelen.’
Hij reageerde niet en pas toen Muriëlle hem bij de arm pakte, keek hij op. Hij knikte en snoot zijn neus. Niemand sprak op de terugweg.
Greetje deed open en vroeg of ze thee kon schenken.
Theo hield zijn jas aan. ‘Ik kan maar beter gaan voordat Trudy rare dingen gaat doen.’
‘Sterkte kerel,’ hoorde Adriaan zijn vader zeggen, terwijl hij naar zijn jongenskamer liep om opa’s dagboek te pakken. Voorzichtig haalde hij het uit de verpakking. Beneden rook hij aan het donkergroene leer en wreef over het kaft voordat hij het boek voorzichtig opende. Voorin vond hij een briefje dat opa vlak voor zijn dood geschreven had. Hij slikte een paar keer voordat hij langzaam en geconcentreerd begon te lezen.

Mijn lieve kleinzoon Adriaan,
Als je deze woorden leest ben ik er niet meer. Dit is je erfenis. Lees dit boek zorgvuldig door. Mijnheer Guttman in Zürich is al op de hoogte van jouw komst. Hij verwacht jou een dezer dagen. Het adres lees je op een van de laatste bladzijden. Ga hier zo snel mogelijk heen en neem een pakje in ontvangst. Helaas kon ik dit zelf niet meer ophalen. Op jou rust nu de taak om dit alles van mij over te nemen. Laat het dagboek nooit in vreemde handen vallen. Ga desnoods samen met Muriëlle op onderzoek uit, maar vertrouw verder NIEMAND. Het ga je goed. Je liefhebbende grootvader Theodoor Nicolai Vassillikov.
Beide ouders keken hem verbouwereerd aan, waarop zijn vader begon: ‘Zo heeft opa een tipje van de geheimzinnige sluier opgelicht?’
‘Nou een tipje kan ik het moeilijk noemen. Wisten jullie wat hij in Zwitserland deed?’
‘Hij ging daar regelmatig heen en deed daar altijd erg vaag over. Blijkbaar moet jij iets voortzetten, maar wat dit precies is weten we ook niet.’
Adriaan bladerde het dagboek door. Tussen de tekst zag hij hier en daar een mooie potloodtekening, maar hij kon er geen wijs uit worden wat opa voor hem in petto had. Eerst wilde hij het boek rustig doorlezen. Voor zijn vertrek naar Nigeria kon hij nog net naar Zürich gaan. Grootvader had erop gestaan dat hij dit snel moest doen. Het intrigeerde hem wat de oude baas regelmatig in Zürich deed. De woorden van zijn moeder dat het wel eens om een groot bedrag zou kunnen gaan, maakten hem extra nieuwsgierig.
Muriëlle ging op de rand van zijn stoel zitten: ‘Zo, heeft opa jou weer in zijn greep? Toen je naast zijn kist stond leek het of je mijlen ver weg was. Zag je een geest of zo. Ik vond het best eng hoe jij keek.’
‘Ik… eh… zijn dood heeft mij erg aangegrepen.’
‘Ja, vooral jij… je hebt vast veel genen van hem geërfd. Moet jij een schat gaan zoeken? Hij was daar vaak mee bezig. Eens vertelde hij mij dat hij iets geweldigs had ontdekt, maar verder liet hij niets los. Over bepaalde dingen, was hij erg gesloten.’
‘Met opa ging ik op jacht naar schatten, maar dat waren allemaal kleinigheden, hoewel deze strandvondsten voor hem erg waardevol waren. Hij noemde dit verzamelen van goede herinneringen. Niemand kan die van je afnemen, vond hij.’
Zijn moeder mengde zich in het gesprek. ‘Jullie grootvader ging vast niet naar Zwitserland om steentjes te zoeken. Mijn schoonvader was een schat, maar af en toe vroeg ik mij af of hij niet in een fantasiewereldje leefde. Enfin, jij hebt zijn dagboek en om dat te lezen ben je wel even zoet.’ Ze streek met haar hand door zijn haar. Adriaan keek haar afwezig aan en dook weer in het dagboek.
Vader maakte het grote cilinderbureau open en pakte een paar boekjes met bankafschriften. Hij nam het pakket mee naar de afgeruimde eetkamertafel en begon de papieren door te spitten. Adriaan raakte uit zijn concentratie door een vreemd fluitend geluid dat meer op een gesis leek. Vader keek gefascineerd naar de bankafschriften. Adriaan stond op en boog zich over zijn vaders schouder. Verbaasd zag hij het grote bedrag waarop zijn vader met zijn vinger trommelde. Bij het terugbladeren ontdekten ze weer een grote overboeking. Het ging in beide gevallen om een bedrag van 50.000 Zwitserse Franken. De overmakingen kwamen uit Zürich, slechts onder vermelding van een nummer. Adriaan pakte een pen en schreef het nummer over en vroeg zich af of dit nu zijn erfenis zou zijn: een regelmatige overmaking uit Zwitserland. Hoe of wat, was hem nog niet duidelijk. Bezat zijn grootvader daar onroerend goed, waarvan hij regelmatige inkomsten trok, of behelsde het toch iets anders. Zou dit de schat zijn waarover hij af en toe iets had losgelaten?
Zijn vader ging door met het terugbladeren van de bankafschriften. Om de drie maanden ontdekte hij het zelfde bedrag met het daarbij corresponderende nummer. Met een diepe zucht schoof hij de bankboekjes voor zich uit en wreef bedachtzaam over zijn kin.
‘Zeg pap, wat deed opa eigenlijk, ik bedoel had hij een baan waarmee hij zijn geld verdiende?’
Zijn vader keek hem peinzend aan en schudde zijn hoofd. ‘Jongen, ook voor mij is dit een raadsel. Vroeger sprak je met je ouders niet over geld. Mijn vader ging erg veel op reis en je grootmoeder vond dat best. Hij pakte zelf zijn koffer en kwam dan meestal na enkele weken weer terug. Geen nieuws is goed nieuws zei hij altijd, maar verder liet hij niets los.’
‘Hm, dus je hebt geen idee. Zat hij in zaken, was hij wetenschapper, heeft hij gestudeerd?’
Zijn vader schudde langzaam zijn hoofd. ‘Mijn vader zou een superspion geweest zijn.’