DE FIETS

Een thriller van formaat, wist Anouk toen ze het manuscript had uitgelezen, wie weet zelfs een bestseller. Ze had niet gemerkt dat het strand nu geheel verlaten was, zo ingespannen had ze zitten lezen. Van de losse blaadjes maakte ze een nette stapel, schoof ze in de gele enveloppe, stond op, schudde haar strandmatje uit, rolde het op en pakte de plastic zak met haar sandalen.
Haar oog viel op een achtergelaten fiets. Gedachtig aan het manuscript liep ze er hoofdschuddend langs. Ze draaide zich plotseling om en herkende het gevlochten gele armbandje aan het stuur. Dit was de fiets van Willemijn. Niets voor het vrolijke twaalfjarige meisje om haar fiets hier zomaar te vergeten. Zou ze Steven bellen? Willemijn was een kind uit zijn tweede huwelijk en hij was dol op zijn dochter. Steven, een populaire vent, knap, branieachtig… ook zij was vroeger voor zijn charme gezwicht.
Ze dacht weer aan haar werk. Meestal stelden de manuscripten die ze voor Tim’s uitgeverij doorlas niet veel voor, maar dit verhaal had haar echt getroffen.
Willemijn… hopelijk was alles goed met haar… toch maar even Steven bellen. Ze vond zijn nummer en toetste dit in. Hij nam meteen op.
‘Steven hier.’
‘Met Anouk. Zeg…’
‘Zo Anouk. Mooie meid, wat wil je van mij?’
‘Even serieus… ik ben nog op het strand. Hier staat de fiets van Willemijn… is ze al thuis?’
‘Wat zeg je? Haar fiets?’
‘Ja, op het stille strand bij paal 21.’
‘Dat is niets voor haar… ik…’
De verbinding werd verbroken. Ze had een lichte paniek in zijn stem gehoord.
Anouk liep naar haar eigen fiets, hing haar tas aan het stuur, deed het matje onder de snelbinders en fietste naar huis. Ze stalde haar fiets in het schuurtje, schopte haar sandalen uit en liep op blote voeten haar huis in. Met gymnastische toeren spoelde ze haar voeten een voor een af onder de keukenkraan. Ze dronk een groot glas water en bekeek haar post. Toch maar even douchen.
Ze stond nog haar haar uit te spoelen, toen de bel ging. Haar eerste reactie was om te laten bellen, maar het tringelen ging ongeduldig door.
Gekleed in badjas en een handdoek als tulband op haar hoofd, liep ze de steile trap af. ‘Ja, ja, ik kom al…’
Steven stond met verwaaide haren voor de deur.
Ze deed open en hij liep meteen naar binnen. ‘Zeg, haar fiets… nergens te vinden.’
Anouk haalde haar wenkbrauwen op.
‘Kan je alsjeblieft met mij meegaan en aanwijzen waar die fiets lag?’
‘Natuurlijk, maar ik moet me wel even aankleden. Heb je de politie al gebeld? Ik neem aan dat niemand weet waar ze is?’
Hij hield zijn handen hulpeloos op. ‘Dit is niets voor haar… de politie kan haar pas na 24 uur als vermist kan opgeven.’
‘Wacht, ik trek even iets aan.’
Ze rende naar boven, kneep het laatste water uit haar haar en schudde haar donkere krullen los. Gekleed in jeans en een katoenen trui liep ze op haar loafers de trap af.
Steven stond ongeduldig te wachten. Zo ernstig had ze hem nog nooit zien kijken.
‘Zo… ik ben zover, je auto staat voor neem ik aan.’
Hij liep al vooruit met zijn afstandsbediening. ‘Fijn dat je mee gaat. Eerlijkgezegd heb ik het niet meer… Mabel is ook in alle staten en geen van haar vriendinnen weet waar ze is.’
Anouk hield haar adem in. Een regiment geruststellende woorden passeerden haar lippen, zonder deze uit te spreken. Ze stapte in. Zwijgend reden ze richting zee.
Hij parkeerde zijn vier bij vier bij de toegang naar het strand, pakte twee zaklampen en duwde eentje in haar hand.
Het begon al te schemeren.
‘Vertel… waar precies stond die fiets?’
‘Kom maar mee.’
Zwijgend daalden ze naar het strand af. Het vuurtorenlicht was al aan, verder was het strand verlaten. De branding maakte een geruststellend geruis en een enkele zeemeeuw schreeuwde nog tegen de wind in.
Anouk stopte en genoot even van de schitterende zonsondergang.
Steven botste tegen haar op.
Anouk hervond haar evenwicht en knipte de zaklamp aan. Ze scheen op de paal waar ze de fiets had gezien.
Ze hield haar adem in. ‘Hij is weg… had je hier ook al gekeken?’
‘Ja, dat heb ik toch gezegd.’
Ze bukte zich en scheen met de zaklamp nu dichterbij op de plek.
‘Kijk, ik zie nog een vage afdruk van een trapper.’
‘Ik maak daar even een foto van.’ Steven pakte zijn iPhone.
Anouk bekeek de plek rond de paal. ‘Niets,’ mompelde ze. Ze scheen verder en slaakte een kreet.
Steven keek verschrikt op.
‘Kijk hier ligt dat gevlochten gele armbandje.’
‘Laat liggen, ik maak eerst een foto.’
‘Ik heb een pakje zakdoekjes in mijn broekzak. We kunnen het voorzichtig meenemen, dan kan de politie dat op vingerafdrukken onderzoeken.’
Hij lachte schamper. ‘Op veters…?’
‘Wel DNA.’
Hij zuchtte.
Ze pakte het gele armbandje met een zakdoekje, vouwde dit dicht en overhandigde het aan Steven. Anouk rilde.
‘Het is toch niet zo koud…’
‘Ik heb nog niets gegeten.’
‘Ik ook niet. Samen een hapje? Wat vind je van de Italiaan?’
‘Prima.’
In de auto keek hij haar onderzoekend aan.
‘Zeg je rilde…, maar niet van de kou als ik het goed heb.’
‘Jawel.’
‘Kom geen geintjes, je dacht aan iets… ik zag jou heel vreemd kijken… heeft dat met Willemijn te maken?’
‘Nou…, dat is absurd.’
‘Vooruit voor den dag ermee.’
Ze staarde in de verte. ‘Ik wil je niet bang maken… maar goed… jij je zin. Ik heb net een manuscript gelezen…’
Stevens wenkbrauwen schoten omhoog.
‘Ja, dat ging toevallig ook over een meisje van 12 die… ze werd vermoord… haar fiets lag op het strand en die was even later verdwenen… precies zo…’
Ze zag hem vreemd kijken.
‘Ik heb heus geen zonnesteek hoor. Ik droeg een petje want anders kan ik niet in de zon lezen.’
‘Allemachtig…en jij gelooft…’
‘Ik geloof niets, maar het is wel erg toevallig. Mag ik daarvan rillen?’
‘Uiteraard…’
Steven startte de auto. Hij trommelde constant met zijn vingers op het stuur.
‘Hier is het, even een plekje zoeken.’
Anouk zag rode achterlichten voor het restaurant. Ze wees.
‘Mooi voor de deur. Weer van die vroege eters, prima, dan heb ik een mooi plaatsje.’
Hij wachtte ongeduldig tot de plek vrij was.
Anouk keek naar binnen en zag dat het restaurant tamelijk vol zat. ‘Het eten moet hier erg goed zijn.’
Steven knikte, stapte uit, liep om en opende haar portier. Hij pakte haar bij haar elleboog en duwde tegen de deur van het restaurant.
Binnen was het erg warm. Steven trok zijn bodywarmer uit.
Anouk zag dat zijn buik aardig uitpuilde.
Hij klopte erop. ‘Al die zakenlunches.’
‘Dat mis ik, lijkt me heerlijk. Tim doet daar niet aan.’
‘Hoe lang werk jij nu bij die uitgever van jou?’
‘Ruim 15 jaar.’
‘Jezus.’
‘Ik heb veel contact met de schrijvers… erg plezierig… was altijd al dol op lezen en Tim is een geschikte baas.’
Hij keek haar scheef aan.
‘Nou, nou… mijn privéleven gaat jou niets aan.’
Hij knipte met zijn vingers en wees op een leeg tafeltje.
De uitbater bekeek hen geringschattend. ‘Hebt u gereserveerd mijnheer?’
‘Nee, maar dat tafeltje is toch vrij? We willen een hapje eten en begin maar met de beste Brunello. Een fles.’
Anouk gniffelde toen ze de ober het bordje gereserveerd zag weghalen.
‘Zo werkt dat. Als je je mond niet open doet trek je aan het kortste eind. Ga zitten. Eerst een goed glas, dat hebben we wel nodig.’ Steven wreef met zijn hand over zijn gezicht en snoof.
Ze knikte stil en kneep haar mondhoeken samen.
‘God Anouk, ik zie dat jij…’
‘Laat maar. We zitten toch prima?’
Hij pakte de beduimelde kaart en mompelde eens kijken.
‘Ah, kreeft, zo… zo, mijnheer denkt aan al die dure klantjes uit de Randstad. Straks maakt hij nog zo’n luxe strandtent met die vreselijke kunststof loungestoelen.’
‘Jij vindt dat toch geweldig? Steeds rijker worden?’
‘Die zit, maar zo zit ik echt niet in elkaar. Natuurlijk wil ik slagen en ik denk dat mij dat toch aardig is gelukt.’
De ober stond al bij hun tafeltje. Hij toonde de fles en ontkurkte deze.
‘Prima kerel, goed jaar. Heb je er nog meer van?’
‘Nog 3 mijnheer.’
De man schonk een bodempje in.
Steven proefde en liet een goedkeurend gebrom horen. De ober schonk verder in en ze hieven beiden het glas.
‘Op Willemijn, ik hoop dat ze gauw gevonden wordt en dat ze niets mankeert.’
‘Dat hoop ik uiteraard ook, Anouk.’
‘Zeg, ben je met Mabel…?’
‘Tja, tijdelijk uit elkaar… ze golft veel… te veel.’
‘Die knappe prof zeker?’
‘Hoe weet jij dat?’
‘Kijk maar niet zo onthutst, dat weet toch iedereen? Een ras versierder, hoeveel hij wel niet…’
‘Ja, hou er maar over op. Ik ben een ouwe vent.’
‘Begin 50… dan ben je toch niet oud?’
Hij keek op.
‘Ach, Steven, al die vlinders vliegen toch na twee jaar uit je buik en dan wordt elke relatie routine, maar dat moet jij toch weten?’
‘Ben jij daarom nooit…?’
‘Kindergekrijs is niets voor mij. Ik heb voor mijn vrijheid gekozen. Zeg, moeten we niet iets eten… als we alleen maar drinken worden we teut.’
‘Wil jij die kreeft?’
‘Ik hoef niet zo nodig duur… een pizza en een salade is prima.’
Hij grinnikte. ‘Zo goedkoop heb ik nog nooit een vrouw uit eten genomen.’
‘Ik neem aan dat je vanavond niet op de versiertoer bent.’
Hij keek somber en haalde diep adem.
Anouk pakte de kaart en wees een pizza aan. ‘Doe deze maar, die met vier kazen en een gemengde sla, maar niet met mayo. Wel goede olijfolie graag.’
Steven knipte met zijn vingers en hield de lege fles op.
Anouk keek bedenkelijk maar liet zich door de kelner toch weer inschenken.
‘Wat zit jij te broeden?’
‘Ik drink lekker door. In het manuscript stond niets over een verkeersongeval.’
‘Hier controleren ze toch niet, ze staan meestal bij kruispunten, kunnen ze lekker veel vangen. Ik rij straks binnendoor.’
Anouk kreeg een pizza voorgeschoteld.
Steven had haar voorbeeld gevolgd.
Ze zag hem zijn pizza met glimoogjes bekijken.
‘Jaren niet gegeten.’ Hij goot er een scheut scherpe olijfolie over en brandde bij de eerste hap prompt zijn mond.
Het geroezemoes begon af te nemen. De ober was al bezig enkele houten tafeltjes aan de kant te schuiven.
Steven draaide zich om. ‘Verdomme, kunnen ze daarmee niet even wachten?’
Hij wilde opstaan.
Anouk pakte hem bij zijn arm. ‘Maak nou geen stampij. Met een espresso hierna ben ik best tevreden.’ Ze keek op haar horloge.
‘Ja, al tien uur. Half Nederland zit voor de buis of ligt te rollebollen.’
Anouk haalde haar schouders op. ‘Ik moet morgen weer aan de slag.’
Steven schonk de fles leeg.
‘We hebben…’ Ze probeerde iets te zeggen.
Hij hikte. ‘Niet slecht hè?’
‘Dit drink ik niet dagelijks.’
‘Zou je moeten doen. Die rode kleur maakt jou verdomd aantrekkelijk, weet je dat?’
Ze sloeg haar ogen neer.
Samen liepen ze waggelend naar de zwarte Range Rover.
Hij steunde op de motorkap en drukte op de afstandsbediening. ‘Wel zo gemakkelijk. Die vervloekte sleutel kreeg ik nooit in het slot als ik een beetje gedronken had.’
‘Een beetje?’ riep Anouk.
Steve reed langzaam door de kleine straatjes en stopte voor haar huisje.
‘Zou je wel naar huis rijden? Steven je moet over die gevaarlijke snelweg.’
Hij bromde.
‘Drink eerst een paar koppen koffie.’
Hij stapte met moeite uit en volgde haar zwalkend naar de ingang van haar gerenoveerde pandje.
Anouk kreeg het Nespresso apparaat pas na twee keer drukken aan de praat. Ze wankelde bij het zoeken naar kopjes.
Steven had zich al op de bank in haar leefruimte geïnstalleerd. Ze zag hem knikkenbollen.
Toen ze de espresso voor hem neerzette lag hij al te snurken.
Op handen en voeten kroop ze de trap op.
Anouk schrok wakker van kabaal in de woonruimte. ‘Verdomme, ben ik van die rot bank afgelazerd.’
Ze grinnikte, trok een kamerjas aan en liep naar beneden. ‘Goedemorgen. Leef je nog? We hadden hem gister aardig om. Koffie?’ Ze wees naar het apparaat.
Steven trok zijn das recht en pakte zijn mobieltje. Hij knikte naar haar voor de koffie en belde met het politiebureau.
Door het geratel van de koffiemachine hoorde ze niets van het gesprek.
Ze zag Steven door zijn haar woelen. ‘Verdomme, niets…’
Prompt daarna belde hij Mabel.
Anouk hoorde getier op de achtergrond.
‘Ik sliep bij Anouk.’
Ze hoorde een lange uithaal, waarop Steven het toestel dichtklapte.
‘Zeg, dat manuscript…’
Ze keek op haar horloge. ‘Ik moet naar mijn werk.’
‘Begrijp ik, maar wat staat er in dat er verder gebeurt?’
‘Ga daar nu geen geloof aanhechten.’
Ze zette een pak Alka Selzer neer en schoof de volle mok koffie naar hem toe.
‘Eet jij niets?’
‘Ik ontbijt wel bij Tim.’
Hij keek haar schuin aan, geeuwde en stond op. ‘Dank voor je gastvrijheid, al had ik op iets anders gehoopt.’
‘Ga je geen voorstellingen maken Steven. Ik ben geen type voor een one-night-stand.’
‘Dat weet ik, maar…’
Ze zag zijn flirtende blik, stak berispend haar vinger op, pakte het manuscript en stopte dit in haar tas. ‘Even iets aantrekken.’
Ze rende de trap op, deed een poezenwasje en schoot een schone jeans met een zijden blouse aan. Vlug een kam door het haar, tanden poetsen en lippenstift op. Ze knikte goedkeurend naar haar spiegelbeeld. Op sokjes liep ze de trap af en zocht haar loafers.
Ze stapte in haar schoenen en keek op. ‘Verdorie Steven.’
Steven keek betrapt met het manuscript in zijn hand. Ze griste weg en stopte dit weer in haar tas.
‘Dank voor de pizza en de Brunello. Sluit jij af?’
‘Ik breng je wel, dan ben je sneller op kantoor.’
Ze knikte. Samen verlieten ze haar vissershuisje. Bij de auto stopte ze. ‘Zeg, kan mijn fiets in jouw achterbak?’
‘Groot genoeg, waar staat die?’
Anouk liep naar het schuurtje. Gedienstig pakte Steven haar oude karretje op en schoof het voorzichtig door de openstaande achterklep.
‘Ga je actie ondernemen op het politiebureau?’
‘Ze is nog geen 24 uur vermist, maar ik zal ze een foto van haar geven.’
Hij reed een andere weg. Met de fiets kon ze afsteken.
‘Zo, je bent er. Ik zal je fiets even pakken. Zeg… nog bedankt voor je steun. Ik had er niet aan moeten denken om gisteravond alleen door mijn huis te moeten dolen.’
‘Graag gedaan. Ik ben blij dat ik jou gebeld heb. Had nog even getwijfeld… wilde je niet bang maken, maar nu ze nog niet boven water is gekomen… God ik hoop dat ze snel terecht komt en dat ze gewoon bij een vriendinnetje is gebleven.’
Hij zette haar fiets op de grond en gaf haar een vriendschappelijke kus.
Ze zwaaide hem uit en liep het kantoor in.
‘Zo, ik wist niet dat jij Steven mocht.’
‘Goedemorgen Tim, stond jij mij te bespioneren?’
Hij keek haar aan en snufte. ‘Je hebt een kegel van hier tot ginder.’
‘Ja, mag ik.’
Ze ging zitten en haalde het manuscript uit haar tas. ‘Geweldig manuscript, dit kan een bestseller worden.’
‘Heb jij het helemaal doorgelezen?’
‘Ja, dat had je toch gevraagd? Zeg zit niet zo te broeden over Steven. Hij was in alle staten.’
‘Nou daar zag hij niet naar uit. Heb je met hem geslapen?’
‘God, doe niet zo kinderachtig. Het antwoord is nee, maar hij heeft wel de nacht bij mij doorgebracht en als je hoort waarom, hou je wel op met die insinuaties. Ik mag in mijn privéleven doen wat ik wil.’
Ze schikte de losse bladzijden op een stapel en pakte een pen. ‘Ik wil even bepaalde passages doorlezen.’
‘Je had dat toch al gedaan?’
‘Ja, maar niet nadat ik die fiets had gezien. Kijk maar niet zo onbegrijpelijk. Wil je koffie? Als je kunt luisteren zonder mij te onderbreken en Steven er steeds bij te halen, zal ik jou vertellen wat er gebeurd is.’
Tim boog zich over de post en legde twee nieuwe manuscripten op haar bureau.
Anouk liep naar het espresso apparaat en maakte twee kopjes klaar. Ze tikte met haar tenen op de grond terwijl het mengsel doorliep.
‘Zo, hier jij je koffie, lekker sterk. Ga zitten want het is een ingewikkeld verhaal.’
Tim streek over zijn grijze stoppeltjes haar en stopte zijn overhemd verder in zijn broek. Hij keek haar nieuwsgierig aan terwijl hij in zijn koffie roerde.
‘Ik ben naar het strand geweest…’
Ze vertelde over de fiets, de zoektocht met Steven, het vinden van het armbandje, het feit dat Willemijn niet thuis was gekomen en de toevalligheden die over de fiets in het manuscript stonden.
‘Ja, en omdat ik nog niets gegeten had, nodigde Steven mij uit bij de Italiaan. Oké, we dronken aardig door, maar we hebben geen brokken gemaakt. Ik zette koffie voor hem, maar hij was al op mijn bank in slaap gevallen. Ik wil het manuscript snel doorkijken en aantekeningen maken van de stukjes over dat 12 jarig meisje en uiteraard wat er met die fiets gebeurde. Toen ik het manuscript las heb ik daar niet op gelet, want ik zag die fiets pas…’
‘Allemachtig. Sorry van mijn gedrag zojuist.’
‘Ongefundeerd conclusies trekken is niet jouw ding, maar goed… zand erover.’
Tim was jaloers. Om een glimlach te onderdrukken zocht ze naarstig naar een tissue in haar tas.
‘Ik neem aan dat jij geen bezwaar hebt wanneer ik eerst die aantekeningen maak? Stel dat er een gek rondloopt die toevallig dit manuscript gelezen heeft en hier naar ging handelen… goed, dat is vergezocht, maar wellicht een idee om na te gaan wie deze schrijfster is en welke lieden…’
Tim knikte en nam de telefoon op. ‘Voor jou.’ Hij gaf haar het toestel.
Ze hoorde Steven al ongeduldig over het manuscript drammen.
‘Steven, ja, ik heb het manuscript voor mij en ik had ook al het idee om dit door te lezen op…’
Ze knikte en legde het toestel neer. ‘De politie is in dit manuscript geïnteresseerd.’
‘Hoe weten ze…’
‘Iemand moet gekletst hebben. Ik haal het wel even snel door de kopieermachine.’
Tim knikte en verdiepte zich verder in de post.
Zodra de eerste tien bladzijden uit het apparaat gespogen waren, scande ze de blaadjes snel door. Ze krabde zich met een ballpoint achter haar oor. Ondertussen gaf ze de orchideeën een scheutje water en zette de espresso kopjes in de kleine afwasmachine. Tim keek haar over zijn montuur-loze bril af en toe aan.
Het kostte haar een dik uur om het verhaal door te werken. Om het te scannen en daarna via PDF op steekwoorden te onderzoeken zou net zoveel tijd hebben gekost.
Af en toe haalde ze diep adem. Al lezend maakte ze zich een voorstelling van de dader. Wat een rotjoch om een onschuldig kind te vermoorden. Het meisje was eerst 10 dagen vastgehouden voordat…  Ze schreef dit op. De politie moest opschieten, want er was al bijna één dag voorbij. Ze wilde de gekopieerde aantekeningen ook aan Steven te geven.
Ze stopte de aantekeningen in haar tas en rekte zich uit. ‘Tim, bijna lunchtijd. Wat gaan we doen?’
Tim zat met opgerolde hemdsmouwen een manuscript te redigeren. Hij keek nauwelijks op en bromde: ‘Maak maar twee sandwiches… ik heb geen tijd om buiten de deur te eten.’
‘Dat doe je toch nooit,’ zei ze zacht.
Ze pakte haar tas en haar telefoon en liep het gebouw uit. Om de hoek begonnen de winkels.
Bij de bakker kocht ze een halfje bruin.
‘Zo moet mijnheer weer bediend worden?’
Ze lachte een beetje naar bakker Kees, een van haar oude klasgenoten.
‘Anouk, hoe hou je het vol om voor die saaie vent te werken.’
De opmerking, wacht maar, als straks dit manuscript een bestseller wordt, piepen jullie wel anders, wilde ze niet ventileren. Snel verliet ze de winkel en ging de slagerij in. Beladen met heerlijke San Daniële ham, zoute boter en een stuk Parmezaanse kaas liep ze de luxe winkel uit. Bij de groenteman kocht ze een mooie bak aardbeien.
Voor het kantoor stond een politie auto. Vlug liep ze naar binnen. Tim was in alle staten.
‘Hé, wat moet dat,’ riep ze en wees op het manuscript dat de mannen samen met Tim vast hielden.
Vlug maakte ze hiervan een foto met haar mobieltje. ‘Ik ben advocaat. Wat jullie doen is onwettig. Huisvredebreuk. Hebben jullie een huiszoekingsbevel? Weten jullie waarmee jullie bezig zijn? Als jullie willen lezen moeten jullie naar de bibliotheek.’
Afgebluft lieten de agenten het manuscript los. Tim zette zijn bril recht.
‘Vort, wegwezen.’ Bijna had ze gezegd of ik roep de politie
De mannen dropen af.
Anouk sloot de deur met de sleutel af. ‘Zo, nu kunnen ze er niet in. Vertel, wat moest dat zootje hier?’
Steve zou dit beter hebben aangepakt, wist ze.
Tim keek alleen maar verdwaasd.
‘Kom een glas wijn kan geen kwaad. Ga zitten. Je moet even bijkomen Tim. Ik maak een paar lekkere sandwiches. Schenk jij maar in, dat is mannenwerk.’
Hij wilde even protesteren zag ze, maar hij liep al naar het keukenkastje en haalde twee wijnglazen tevoorschijn.
Ze pakte de boodschappen uit en sneed alvast een paar blokjes kaas.
Tim reikte haar een glas aan. ‘Advocaat… hoe kom je er op….’
‘Ben je vergeten dat ik rechten heb gestudeerd? Voordat ik bij jou ging werken, heb ik twee jaar advocaat gespeeld, maar ik vond er niets aan.’
Ze pakte haar mobieltje en toetste het nummer van Steven in.
‘Zeg, er stonden zojuist twee ettertjes van de politie hier in dit kantoor. Heb jij iets losgelaten over het manuscript?’
‘Ik… nee, dat zal Mabel geweest zijn… ze weet waar jij werkt.’
‘Godsamme, ik kreeg die lui er met moeite uit. Ik zit hierop niet te wachten. Zeg, heb je al nieuws?’
‘Nee, de politie doet nog niets.’
‘Hou me op de hoogte als Willemijn boven water komt.’
Ze klapte haar toestel dicht, dronk de wijn op, hield het glas op voor een refill en ging met het brood aan de slag.
‘Hm, lekker,’ bromde Tim na een hap.
Ze knikte en viste de bonnetjes uit haar portemonnee. Ze schoof die naar hem toe. Tim keek zuinig.
‘Wat had je dan gedacht… pindakaas of hagelslag? Als je het te duur vindt doe je voortaan zelf maar boodschappen. Je neemt mij nooit mee uit eten. Een zakenlunch kun je aftrekken. Een goede relatie op de werkvloer is ook belangrijk. Ik heb dit krentengedoe al jaren geslikt. Na je gedrag van vanmorgen, heb ik het even helemaal gehad.’
Ze schoof haar lege bordje naar hem toe en pakte demonstratief een van de manuscripten die vanmorgen met de post bezorgd waren. Het eerste verhaal boeide haar totaal niet. Ze kreeg de neiging om dit in de prullenbak te smijten.
Ze schoof de blaadjes weer in de enveloppe en zette hierop met viltstift een groot rood kruis.
Ruw scheurde ze de volgende gele enveloppe open. Een aantal gedichten… paste ook niet in het fonds. Haar blik ging even over de zoetelijke tekst. ‘Hup, terug,’ zei ze hardop.
Toen ook die enveloppe van een rood kruis voorzien was, vouwde ze haar handen. ‘Zo dit was het voor vandaag? Doe je nog iets aan het manuscript over de fiets?’
‘Anouk, zo ken ik je niet.’
‘Dat is dan jammer. Ik ga maar naar huis en duik mijn bed in om die kater weg te slapen.’
Tim zei niets toen ze naar de deur liep.
Haar fiets stond er gelukkig nog.
Ze trapte hard door. Eenmaal thuis bedacht ze dat ze niets in huis had.
Te moe om terug te gaan, zette ze haar fiets in het schuurtje en liep naar de deur. Ze rukte enkele onkruid plantjes uit de bakken naast de voordeur en smeet die over de heg naar de buren.
Op de mat lag post. Ze raapte deze op en kwakte de brieven op de grote tafel.
Haar huisje leek ineens zo leeg. Ze keek kritisch naar haar weinige meubels die prima uitkwamen in het gerenoveerde pandje. De aannemer had eerst nog getwijfeld toen ze zei dat alle muren er uit moesten. Achteraf was hij zelf verbaasd over de ruimte die dit gecreëerd had. Met een half muurtje achter het aanrecht bleef de vieze boel tijdens een etentje uit het zicht. Het openhaardje deed het in de wintermaanden prima. Ze plofte op de bank waarop Steven in slaap gevallen was en rook zijn aftershave nog.
Ze staarde besluiteloos naar de tv toen haar mobieltje ging.
Steven. Ze liet het toestel zakken en dacht wat nou weer.
‘Anouk, kan ik vannacht weer bij jou slapen, ik neem wel lakens mee. Mabel is niet te harden. Ik heb al gedreigd met een scheiding en dat vindt ze prima. Voor ik haar in elkaar ga slaan…’
Even maakte haar hart een sprongetje. Zo mat mogelijk zei ze: ‘Kom maar. Ik ben al thuis.’
Hij had al opgehangen.
Ze graaide de brieven bij elkaar, bekeek ze snel en legde ze op haar bureautje. Uit haar tas pakte ze de gegevens die ze van het manuscript had geplukt.
Ze liep snel naar boven om te douchen. Op haar horloge zag ze dat Steven elk ogenblik zou kunnen komen.
Ze was net beneden en hoorde een portier van een zware auto dichtklappen. Steven stond met een fles Malt voor de deur. ‘Ik heb iets voor jou.’
‘En ik voor jou.’
Ze zag zijn verbaasde blik. Hij grijnsde toen ze de aantekeningen van achter haar rug haalde.
‘Tim weet van niets.’
Hij ging op de bank zitten en las de details zorgvuldig door. Zijn blik versomberde toen hij bij de moord kwam.
‘10 dagen, je hebt dat extra onderstreept… wat doen we nu? Waar beginnen?’
‘Morgen gaat de politie aan de slag.’
‘Maar die kent dit verhaal niet.’
‘Ik had even een idee… stel dat iemand dit manuscript al gelezen heeft en volgens dit patroon aan het moorden gaat?’
Hij keek haar met open mond aan en fluisterde: ‘Briljant. Zeg ken je de auteur?’
‘Nee, in haar curriculum stond dat het een vrouw van 60 is. Ze woont hier niet ver vandaan…’
‘Laten we erop af gaan.’
‘Wat, dan? Aanbellen en vragen aan wie ze dit heeft laten lezen… en dan de man in de houdgreep nemen?’
‘Nee, ik zie ook wel in dat dit nergens op kan slaan…’
Ze geeuwde.
‘Sorry Anouk, maar bij jou… jij bent een evenwichtige vrouw en jij begrijpt…’
‘Ho, ho… Wil je echt scheiden?’
Hij knikte. ‘Het zal wel een rib uit mijn lijf zijn…’
‘Niet als jij kunt aantonen dat zij met die golf jongen…’
‘Hoe kom ik daar achter.’
‘Ik heb rechten gestudeerd en twee jaar in de advocatuur gewerkt en…’
‘Nu je het zegt… ik was dat bijna vergeten. Je had smakken kunnen verdienen.’
‘Ik hoef geen gouden kranen in de badkamer… bovendien vond ik de advocatuur saai.’
‘Ben je nu wel gelukkig?’
‘Och…’
Hij stond op en sloeg zijn armen om haar heen en wilde haar kussen.
‘Steven, wees verstandig. Die bak van jou hier voor mijn deur… Als Mabel echt geld wil, gaat ze jouw gangen misschien na.’
‘Je hebt gelijk.’ Hij liet haar los.
Ze keek hem ernstig aan en voelde vlinders in haar buik. ‘Ik heb niets in huis. Ik kan nog boodschappen doen.’
‘Geen sprake van. Ik profiteer van jouw gastvrijheid. We gaan vanavond een hapje eten, maar we drinken niet meer dan één fles.’
‘Deal.’
Ze plofte naast hem op de bank en wees naar de fles Malt.
‘Eentje kan nog wel.’
‘Glazen?’
Ze wees naar een keukenkastje.
Hij had de ijskast ook al gevonden en was al bezig om ijsklontjes in de glazen te doen.
‘Ik zie hier een stuk kaas. Mag ik?’ Hij hield het omhoog.
Ze knikte en wilde iets over messen zeggen, maar hij had er al een in zijn hand.
‘Leuk pandje. Jouw idee om de muren weg te breken?
‘Ja, eerst leek het een roefje. Ik was op dit vissershuisje gevallen. Kon het goedkoop krijgen. Ik gooide de erfenis van mijn moeder er tegenaan en voilà…’
‘Je hebt verdomd veel smaak.’
‘Dank je.’
‘Mag de tv even aan. Zo meteen begint het regionaal nieuws.’
‘Natuurlijk.’
Ze zag de knokkels van zijn hand wit worden toen de foto van Willemijn verscheen.
Teleurgesteld draaide hij zich naar haar toe en snoof.
‘Ja, daar hebben we niets aan. Je dacht toch niet dat de politie haar al had gevonden, anders…’
Hij ging zitten en sloeg de inhoud van het glas in een teug achterover. ‘Ik reserveer even, wat wil je Frans of naar Garoeda?’
‘Frans graag. Bij Garoeda duurt het uren.’
Ze haalde haar wenkbrauwen op toen ze de naam van het restaurant hoorde. Een sterrentent. Het water liep al in haar mond. ‘Zo, dat is een verwennerij.’
‘Ik praat met mijn advocaat… dat kan ik aftrekken.’
‘Tja, aftrekken…’ Ze kreeg een kleur als een biet. ‘Ik bedoelde… eh… eh.’
Zijn lachje had meer van de boer met de bekende kiespijn, maar al gauw had hij zich weer onder controle. ‘Je hebt een dirty mind en dat mag ik wel.’
‘Moet ik op chic?’
Hij monsterde haar. ‘Al trek je een vuilniszak aan…’
‘Goed idee, ik loop even naar boven.’
‘De vuilniszakken liggen toch in de keuken?’
‘Ha, ha.’
Ze pakte haar uitgaansjurkje. Oer oud. Ze kocht het ruim 20 jaar geleden toen ze nog naar grote partijen ging. Het paste haar nog en door de klassieke coupe viel het niet uit de toon. De diamanten oorbellen van haar moeder stonden hier prima bij. Verder geen sieraden.
Ze rommelde op de grond van haar klerenkast en vond de doos met haar nette schoenen. Jaren niet op hoge hakken gelopen, maar sportschoenen of sandalen onder dit jurkje kon echt niet. In de spiegel trok ze lijntjes rond haar ogen, blauw boven en een dun zwart lijntje onder. Een dot mascara deed haar ogen sprekend uitkomen. Ze vond haar kleine zwarte tasje achter haar truien. Nog een vleug parfum en ze was klaar voor de strijd.
‘Ik wist niet dat er al vuilniszakken van stof bestonden.’
‘Ja Steven, dit is het nieuwste, biologisch afbreekbaar, beter dan plastic.’
Hij pakte een jasje uit een kledingzak, wisselde de inhoud van zijn zakken en knikte. ‘Vooruit, we gaan.’
In de auto hield hij zijn blik op de weg. ‘Zeg Anouk, heb je hier al eens gegeten?’
‘O, dagelijks… grapje. Een van mijn vroegere vlammen kende de eigenaar, maar dat is jaren geleden en ik geloof dat ze nu een andere kok hebben. Destijds was het erg goed, maar ik neem aan dat het eten daar nu zelfs uitstekend is.’
‘Was dat Diederik?’
Haar gezicht versomberde.
‘God, zijn parachute ging niet open… hoe lang is dat niet geleden?’
‘Ja, reuze stom, dat ongeluk. Had niet hoeven gebeuren. Hij was op slag dood.’
‘Rot voor je.’
‘Hij was een dare-devil. Klimmen, hanggliden, parachutespringen…’
‘En jij? Niet zo sportief?’
‘Hemel nee, ik moet er niet aan denken. Ik kon hem dat toch niet verbieden?’
‘We zijn er, maar goed dat ik even gebeld heb.’
Ze keek naar een gloednieuwe Aston Martin. ‘Mooi duur blik.’
‘Leuk om mee te scheuren, maar je hebt er niet veel aan.’
‘Goh, ik dacht nu net dat jij zo’n speeltje best zou willen hebben.’
‘Daar kan geen fiets in.’
‘Die zit.’
‘Anouk, ik moet even bellen, ik stal je even in de bar.’
Eerst fiets, nu stallen als een paard, grinnikte Anouk. De bar was een gezellig zitje met mooie witleren stoelen. Ze pakte het aangeboden glas champagne en nipte er van. Ze bekeek het volk dat zich tegoed deed aan de kunstwerkjes die ze op de langskomende borden zag en het water liep al in haar mond. Even dacht ze aan Diederik. Om als vitale vent zo weggerukt te worden… een vaste relatie zou het waarschijnlijk toch nooit zijn geworden en was dit wel het geval geweest, dan was ze nu weduwe. Een vreselijk woord.
Steven stevende al op haar af. ‘Niets, belde de politie weer even…’ Hij plofte neer. ‘Is die champagne te drinken?’ Hij stak zijn vinger op en gaf een seintje aan de opkijkende ober.
‘Zo en nu gaan we genieten. Mijn mobieltje staat op trillen.’
‘Ik zag al een paar borden langskomen. De kok maakt er plaatjes van.’
‘Een prima vent, wil op naar een tweede ster. Ik vraag de kaart wel even, kunnen we hier rustig uitzoeken.’
Ze hield even haar adem in toen ze de prijzen zag.
‘Verdorie man, geef mevrouw de kaart zonder prijzen. Wat is dit? Willen jullie een tweede ster?’
De jonge ober liep rood aan. Met duizend excuses kwam hij met een andere kaart aanzetten.
‘Steven, ik… doe maar het dagmenu.’
‘Ga nu niet zo bescheiden doen. Ik wil dat jij er van geniet. Kies wat je lekker vindt anders haal ik de kaart helemaal weg en kan jij gewoon zeggen wat je wilt. Moeten ze maar eens laten zien of ze dat kunnen.’
Ze perste haar lippen samen. ‘Ik hou er niet van om iemand op kosten te jagen en ik heb geleerd om nooit het duurste gerecht te kiezen.’
‘Doe dat vandaag dan maar wel. Jouw hulp om gewoon met mij te praten is niet in geld uit te drukken.’
Ze pakte de kaart weer op en bekeek de gerechten die op de andere tafeltjes stonden.
‘Ik ga even mijn neus poederen.’
Steven stond op en kneep zijn lippen samen.
Anouk moest het hele restaurant door. Ze stond plotseling stokstijf stil en gaf een gil.
Daar zat Willemijn, opgemaakt en wel. Het meisje droeg een gewaagde strapless jurk. De knappe sportieve kerel keek haar verstoord aan.
Steven stond al achter haar. Hij pakte Willemijn bij haar schouder. ‘Ben je helemaal gek geworden. En wij maar ongerust zijn en dat zit daar maar met een gluiperd…’
De gluiperd stond op en gaf Steven een stomp in zijn gezicht. Hij siste: ‘Kom, vooruit meekomen.’
Steven veegde over zijn bloedneus. Hij zag het bloed en viel als een zoutzak op de grond.
Anouk pakte een stoel en smeet die naar de kerel. Hij liet het meisje meteen los.
‘Willemijn, je gaat met ons mee.’
De ober kwam aanlopen. Meerdere mensen verlieten het restaurant.
‘Hij… ik wilde…’
‘Zo, ga jij uit met de lover van je moeder…’
Willemijn barstte in snikken uit. Hortend kwam het verhaal er uit.
‘Ik… wil niet dat mama… dacht haar jaloers te maken… zodat ze niet meer…’
Anouk sloeg een arm om haar heen. ‘Stil maar, alles komt goed. Hij heeft jou toch niet…?’
‘Geneukt?’
Steven verschoot.
‘Nou? Zo ja, dan moet je meteen naar een dokter.’
‘Hij wilde dat straks doen, na het eten.’
Anouk wees op de fles die op tafel stond.
De golfprof probeerde het restaurant uit te lopen, maar werd door een ober tegengehouden. De man maakte met zijn vingers een gebaar dat hij moest betalen.
‘Steven, breng mij maar thuis.’
‘Anouk het spijt me, maar…’
‘Zeg maar niets, jij hebt je dochter terug. Dat manuscript… gelukkig is het met haar niet zo afgelopen.’
Met een brok in de keel liep ze naar de auto.