DE BUTLER

DE BUTLER

Arnold stapte uit op het kleine station van Overveen. Ofschoon hij meende dat niemand hem hier zou verwachten, deed hij toch de kraag van zijn jas omhoog en liep met zijn koffer en een doorzichtige kledingzak naar het grote huis. Even schoten de woorden hem te binnen je bent alleen geschikt als butler die Thérèse hem had toe gebruld toen ze hem verliet na het faillissement van het familiebedrijf. Het stak hem nog het meest dat hij zich in haar had vergist.
Hoe zijn vader zo stom had kunnen zijn…Vader had het roer nog stevig in handen en hij had zich om laten praten door… Nu niet aan denken.
Arnold rechtte zijn rug, liep over het knarsende grind de oprijlaan op en drukte op de bel van de voordeur.
Jenny Vermeulen deed zelf open. Met een denigrerend knikje liet ze hem binnen. ‘Oh, ben jij het, onze nieuwe butler. Is dat al jouw bagage? Personeel hoort de keukendeur te nemen.’
Hij zag haar loeren naar het etiket van zijn smoking, gemaakt door de bekendste kleermaker.
Hier zou hij, afhankelijk naar Harry Vermeulens tevredenheid, een tijd van zijn leven gaan doorbrengen. Het interieur oogde protserig en duur, maar hij had ook niet anders verwacht van de grote projectontwikkelaar.
Jenny, opzichtig gekleed en goed geconserveerd voor haar ruim veertig jaar, wees naar de trap. ‘Je zit op zolder, gewoon doorlopen. De deur van je kamer staat open. Vanavond om zes uur komen de gasten. Je weet vast wel wat er van je verwacht wordt. Francis onze kok, kan elk ogenblik komen. De keuken is aan het eind van de gang rechts.’
‘Ja mevrouw.’
Ze riep hem na: ‘Op je kamer liggen huisjasjes voor overdag.’
Hij liep de houten trap op en belandde op de overloop. Van de verhalen van zijn moeder wist hij dat zijn grootouders vroeger op deze etage sliepen. Hij zag de steile trap naar zolder. Ook deze was nog precies zo. Hij liep naar de openstaande deur van een van de vier meidenkamers en keek nieuwsgierig naar binnen. De kamer had een dakkapel, een kast, een bed, tafeltje en een rechte stoel. Wassen zou hij zich aan de ouderwetse wastafel met twee kranen moeten doen. Hij gromde naar de stapel lakens en handdoeken op het smalle bed. Met een plof zette hij zijn koffer op het afgesleten gevlamde linoleum. Er dwarrelden geen stofpluizen op.
Hij pakte zijn koffer uit en keek op zijn eenvoudige horloge. De deurwaarder had toegekeken hoe hij zijn dure horloge had afgedaan. Zijn zegelring had hij mogen houden. Hij stopte hem in zijn toilettasje en vroeg zich af of hij die ooit nog zou kunnen dragen.
Zijn familie wist niets van dit baantje. Ook zijn oude vrienden had hij niet ingelicht. Gewerkt moest er worden. In ieder geval had hij een dak boven zijn hoofd. Het was even slikken geweest om zich voor een rijke patser als slaaf te moeten opstellen. Een alternatief was bij het Leger des Heils aankloppen of zich bij de daklozen scharen, een gedachte waarvan hij moest rillen.
Voorlopig was zijn enige optie om goed zijn best te doen.
Hij bevoelde de kwaliteit van de huisjasjes en trok eentje aan. Een beetje krap rond de schouders. Geen maatwerk zoals zijn smoking die hij gelukkig had meegenomen. Na een blik in de spiegel, grinnikte hij en nam zich voor om zich vooral niet te laten kisten. Hij liep de trap af langs de schreeuwerige schilderijen.
Beneden liep hij op het geluid in de keuken af. Francis, gekleed in professionele koksoutfit keek hem onderzoekend aan.
Arnold stak zijn hand uit. ‘Ik ben James, de nieuwe butler. Zeg maar wat ik moet doen.’
‘James hè?’ Hij schudde zijn hoofd en floot. ‘Maak dat de kat wijs… u bent een baron van Gravenstein, Arnold als ik het goed heb…’
Arnold verschoot. ‘Francis, vertel dat aan niemand en zeg maar jij hoor. Trouwens, ben jij hier in vaste dienst?’
Francis pakte een mes en begon dit te wetten. ‘Hemel nee, ik moet er niet aan denken, deze lui… dat jij, Arnold baron van Gravenstein nu net in het huis van je grootouders als butler gaat werken… heel apart.’
‘Maar hoe…?’
‘Ach, dat herinner jij je vast niet. Ik heb op het veertigjarig huwelijksfeest van jouw ouders voor de hele familie gekookt. Jij had hem toen behoorlijk om en…’
‘Francis, laat hier geen woord over los als je blieft. Straks gooien ze mij eruit.’
‘Aan mij zal het niet liggen. Ik heb over het faillissement gelezen. Rot voor je. Heb je nu…?’
Arnold keek schamper. ‘Geen cent… Ik heb dit baantje hard nodig.’
Jenny stak haar hoofd om de keukendeur. Verschrikt streek Arnold met zijn hand door zijn haar.
‘James, staan de champagneglazen klaar?’
Hij rechtte zijn rug en sprak geaffecteerd: ‘Mevrouw, gaat u rustig binnen zitten, ik heb alles onder controle.’
Ze sloot de deur.
Arnold slaakte een zucht. Hij maakte een gebaar naar Francis en liep naar de zitkamer. De deur stond open. Hij klopte beleefd en zei: ‘De kok heeft mij al verteld wat er geserveerd moet worden en ook rond welke tijd u dat schikt.’
‘Fijn. Zeg, hoe lang ben jij eigenlijk al butler?’
‘Mevrouw ik doe dit werk al jaren, bijna van kind af aan.’
Jenny keek verveeld een pakte tijdschrift. Arnold was blij dat ze niet verder vroeg.
Op de met bladgoud bewerkte klok zag hij dat de meute over een half uur zou kunnen aanbellen.
Hij liep naar zijn slaapkamer, maakte zijn bed op en trok zijn smoking aan. De broek zat een beetje los. Hij klopte op zijn buik. Kijkend in de wastafelspiegel strikte hij zijn dasje, net zoals vroeger voor een feest. Hij maakte een grimas tegen zijn spiegelbeeld en zei geaffecteerd: ‘Kerel zet hem op…’
Beneden liep hij alvast naar de voordeur en keek door het raam van de garderobe naar de oprijlaan.
De gastheer kwam net de trap af.
James maakte een minuscule buiging. ‘Goedenavond mijnheer Vermeulen.’
‘Nou James doe je best vanavond.’
‘Natuurlijk mijnheer… mag ik u er op wijzen dat uw dasje…’
‘Wat is er met mijn dasje?’
‘Het is niet goed gestrikt, mag ik even?’
Harry liet hem gewillig zijn smokingdasje strikken.
‘Zo mijnheer, nu is het perfect, een gentleman hoort tot in de puntjes verzorgd te zijn.’
Terug in de keuken gaf Francis hem een knipoog. ‘Ga je die krent inpakken?’
Hij maakte een gebaar. ‘Hou op… ik moet wel. Straks ga ik het nog leuk vinden ook.’
Arnold stak zijn neus in de lucht. Hij had het grind al horen knarsen.
‘Vast die ouwe bullebak, hij komt altijd als eerste,’ hoorde hij Francis nog net zeggen.
Net voordat de bel ging, deed Arnold de deur open. Hij schrok en kon zich met moeite beheersen.
Met een kleine buiging zei hij: ‘Goedenavond mijnheer… uw jas graag.’
Hij kon zich met moeite beheersen.
‘Zo, de Vermeulentjes zoeken het hogerop,’ hoorde hij de man in zichzelf mompelen. De gast trok zijn manchetten een stukje uit zijn jasje, keek hem onderzoekend aan en bromde: ‘Nooit eerder gezien, hoewel… ergens een bekend gezicht. Je komt zeker uit Engeland?’
Arnold trok een ernstig gezicht. Hij besteedde al zijn aandacht aan de jas die hij over zijn arm deed.
‘Zo, waar blijven ze,’ bromde de bullebak en wreef vergenoegd zijn handen.
James legde de jas over een stoel in de gang en liep naar de deur van de woonkamer. Hij klopte op de deur en deed deze open waarbij hij gebaarde dat de gast kon binnengaan.
‘Verdomme, eerst wachten tot ik ja zeg,’ brieste Harry.
‘Uw eerste gast is gearriveerd mijnheer Vermeulen.’
Harry verbleekte, smeet zijn sigaar in een zilveren asbak, stond op en liep met uitgestrekte armen op de man toe die Francis de bullebak noemde.
James hield zijn gezicht met moeite in de plooi. Butlers moeten doen of ze onzichtbaar zijn schoot door zijn hoofd. In de gang draalde hij een beetje en deed of hij zich om de jas  bekommerde. Net ving hij de woorden op van de man. ‘Harry, goed dat jij die butler hebt aangenomen. Ik denk dat je heel wat manieren van hem kunt leren en als jij partner bij mij gaat worden, heb jij dat hard nodig man.’
Veel tijd om die opmerking te laten bezinken had hij niet, want de volgende mensen belden aan. Een mottig uitziend echtpaar, niet onbemiddeld te oordelen naar de diamanten die het vrouwtje droeg. Hij vroeg zich af of deze mensen binnenkort ook failliet zouden gaan door het doortrapte gedrag van dit groepje.
Nadat het jassenritueel achter de rug was, liep hij naar de keuken om het blad met champagneglazen te pakken.
‘Zeg, heb jij een geest gezien?’
‘Die man, die jij bullebak noemde… hij is het die… ik verteld het je straks wel. Ik moet nu de drank serveren.’
Met een uitgestreken gezicht hield hij het blad voor aan het mottige vrouwtje, daarna bediende hij de mensen volgens pikorde. Uit zijn ooghoek zag hij de eerste gast goedkeurend knikken.
‘Nou, op de samenwerking dan,’ begon Harry.
James liep de zitkamer uit en hoorde nog net dat dit wel van enkele puntjes afhing.
Na de champagne wees James op zijn horloge en vroeg discreet aan Jenny: ‘Mevrouw, kondigt u het diner aan of moet ik madame est servie zeggen.
‘Uh, wat is dat?’
‘Mevrouw, dit is een teken dat de gasten aan tafel kunnen.’
‘Gut… Ja, doe jij dat maar.’ Ze keek op haar met veel diamanten bezette horloge en zei: ‘Doe maar als de borrelhappen op zijn.’
‘Met uw welnemen mevrouw.’
Frances grinnikte toen hij de keuken in kwam. ‘Waarom heb jij je niet Joost genoemd?’
‘Omdat Harry geen Heer van Stand is.’
‘Die zit.’
‘Trouwens hoe weet jij…’
Francis wees op een babyfoon. ‘Handig om te weten wanneer ik iets moet opwarmen… verstopt in de bloemen op tafel en…’ hij keek veelbetekenend en haalde een notitieboekje tevoorschijn waarop hij met zijn vinger tikte.
Met een uitgestreken gezicht diende James de happen rond. Na twee keer aanbieden namen de mensen niet meer.
Hij kwam met het verzilverde blad de keuken in.
Francis keek op. ‘Geen probleem… die eten wij wel op. Die troel wil toch dat de happen op zijn?’ Francis zette twee Limoges borden op een hoek van de grote keukentafel en dekte met tafelzilver. James trok een wenkbrauw op.
‘Ze kunnen het prima missen, laat je niet met een sandwich afschepen. Hier, neem nog een stuk foie gras.’Francis schonk hem een uitstekende wijn in en hield de fles op. ‘Had ik nodig voor de saus. Die Harry weet geen donder van wijnen.’
‘Chateau Lafite, Jezus Francis, jij hebt lef.’
Hij grinnikte. ‘Nooit gedacht dat ik met een echte baron aan de keukentafel zou zitten.’
Francis gaf hem een vriendschappelijke por.
James barstte in lachen uit. Hij hikte nog even na en zei: ‘Francis, je zult het geloven of niet, maar ik geniet hiervan. Trouwens mijn complimenten, je kookt de sterren van de hemel.’
Francis hief het glas en ze klonken.
‘Ik zie aan je gezicht dat jij een plannetje hebt…’
‘Die babyfoon… Francis, je hebt mij op een idee gebracht.’
Francis knikte begrijpend.
‘Arnold… nee ik kan je beter James noemen om vergissingen te voorkomen. Zet de keukenwekker man, dan kunnen we rustig eten zonder de tijd te vergeten. Om de vijf minuten even je hoofd om de deur om te kijken of ze elkaar niet afmaken.’
De gasten vertrokken tegen een uur of twaalf. In de woonkamer zat Harry wijdbeens achterover op de leren designersbank en krabde aan zijn kruis. ‘James, dat heb je prima gedaan. Schenk mij nu maar een grote bel cognac in. Alles goed in de keuken? Heb jij een sandwich genomen?’
Arnold keek met een uitgestreken gezicht. ‘Mijnheer ik ben niets tekort gekomen.’
Vlug draaide hij zich om en verborg een glimlach.
Hij liep naar de keuken. ‘Francis, waar staat de cognac?’
‘Zo moet hij weer aan de drank? Hier, schenk hem de koetsierstroep maar, dan nemen wij zelf…’
‘Francis, dat durf ik niet… nog niet, niet de eerste dag.’
‘Oké, hier is ie dan.’ Francis deed zijn tas open en pakte een fles Courvoisier.
Op een zilveren blad met een kanten kleedje presenteerde James aan Harry een grote bel in een kristallen glas.
‘Jij weet tenminste van inschenken kerel.’ Harry nam een grote slok en pakte een sigaar uit de humidor.
‘Zal ik hem voor u aansteken?’
‘Dat kan ik zelf wel.’
Harry pakte zijn dure DuPont aansteker.
Arnold hield zijn adem in. ‘Als ik even mag, mijnheer… een goede sigaar verdient eerbied met een aansteekritueel. Hij smaakt ook beter als hij eerst even wordt verwarmd, net zoals een cognacglas.’
‘Laat mij die flauwe kul maar eens zien.’
Een maand later kon Harry niet meer zonder zijn butler.
Hij overhandigde hem een dikke envelop. ‘Jouw salaris en wat extra’s. Man, wat steek ik veel van jou op.’
Arnold lachte bescheiden. Zijn plannetje begon vorm aan te nemen…

Hij had duidelijk het telefoongesprek kunnen beluisteren, toen Harry zijn beklag bij de bullebak deed, dat hij bij zijn laatste projecten telkens was tegengewerkt door een of andere baron.
‘Wie is dat dan wel,’ had de man gevraagd.
‘Geen idee, nooit van de kerel gehoord, en hij laat zich niet zien maar hij gebruikt de slimste en keihardste advocaat, hij heeft me al kapitalen gekost.’
Een klein jaar later ontving James een grote enveloppe. Hij scheurde deze open en keek verbaasd naar een tweede enveloppe, geadresseerd aan Arnold, baron van Gravenstein. Nieuwsgierig draaide hij deze om en herkende de naam van de man die Francis met de bullebak betitelde.
Met een mes sneed hij de enveloppe voorzichtig open.
Morgen zou hij om 11 uur worden opgehaald. De toon in de brief duldde geen tegenspraak.
In een net pak met een van zijn oude clubdassen waarvan hij geen afscheid had kunnen nemen, liep hij de trap af.
‘Zo James, waarom heb jij je huisjasje niet aan?’ begon Jenny.
‘Mevrouw, dit doe ik in opdracht van mijnheer Groote.’
‘Gut, Harry heeft mij niets gezegd. Wat moet je voor hem doen?’
‘Ik zou het niet weten mevrouw,’ antwoordde hij geheel naar waarheid.
Jenny keek op haar horloge dat bijna 11 uur aanwees. Ze keek verbaasd toen de chauffeur van Groote uitstapte en naar James knikte.
Met een hulpeloos gebaar naar Jenny, stapte hij in.
‘Mijnheer de baron, ik breng u naar mijnheer Groote.’
‘Prima kerel.’
Hij leunde behaaglijk achterover.
De auto stopte voor een groot huis in Wassenaar. Tot zijn verbazing deed zijn vrouw Thérèse open. Ze had zich zoals gewoonlijk laten vangen voor het grote geld. De woorden je bent alleen geschikt als butler, echoden weer in zijn hoofd. Hij keek door haar heen, duwde zijn jas in haar handen en stevende op het vertrek af met de open deur.
‘Zo James, of zal ik je maar Arnold noemen. Ga zitten.’
Arnold zag een dik dossier op het bureau van Groote liggen. De man tikte hierop met zijn vinger en begon: ‘Hierin zit een contract.’
Arnold telde langzaam tot tien en liet toen zijn gebalde vasten ontspannen.
‘Hoe jij het voor elkaar gekregen hebt, weet ik niet, maar ik biedt jou een partnerschap aan. Ik omring mij graag met slimme mensen.’
Arnold stond op en boog zich over het bureau. ‘Ik pieker er niet over. Ik laat mij nooit meer de wet voorschrijven door andere lui, zeker niet door iemand die mijn familiebedrijf naar de knoppen heeft geholpen en al helemaal niet door een vent die het met mij vrouw houdt.’
Groote keek hem even met open mond aan, daarna brulde hij: ‘Hoe durf je.’
Arnold draaide zich om, liep het vertrek uit. Achter de deur stond Thérèse nog met zijn jas. Hij griste die weg, rende de oprijlaan af en pakte zijn mobieltje.
In de taxi voelde zijn hoofd aan of het in een centrifuge zat.
Hoe was Groote er achter gekomen wie hij werkelijk was? Door Thérèse? Haar Butler opmerking?
Op zijn smart Phone bekeek hij zijn banksaldo. Hij knikte tevreden. Operatie babyfoon had hem geen windeieren gebracht. Hij had nu 51% van de aandelen. Hij toetste het nummer van zijn vader in maar kreeg geen gehoor.
Verbaasd belde hij zijn moeder.
‘Jongen… weet je het nog niet? Je vader is…’
‘Toch niet…?’
‘Ja, jongen, jij moet nu de schulden van ons bedrijf…’
‘Niet nodig mam, ik kom meteen naar je toe.’