EEN TOPSTUK

Na jaren zag ze Martijn weer. Al was zijn haar was nu helemaal wit, toch maakte hij haar weer van streek. Hij stond te praten met die vreselijke Verhoeven.
Met gebalde vuisten liep ze naar de kleine zaal van het museum waar de munten tentoongesteld lagen. Vader had ze aan het museum geschonken, na de schande. Zij had hem achter zijn rollator lopend begeleid toen hij deze verzameling weggaf.
Martijn de Wilde, numismatisch expert, de grote man tegen wie haar vader zo had opgekeken,  stond plotseling naast haar. Hij had alleen oog voor de munten, boog zich over de vitrine en mompelde in zichzelf: ‘Collectie van Haasteren, uniek.’
‘Mijn vader,’ bracht ze er met een kleine hapering uit.
Hij draaide zijn hoofd om, keek haar verbaasd aan en streek met zijn hand door zijn haar. Nog viel het kwartje niet. Ze bleef hem aankijken waarop hij zijn ogen samen kneep. ‘Helena? Wat doe jij hier?’
‘Ik… ik.’
‘De mooiste collectie,’ zei hij en wilde weglopen.
Ze trok hem aan zijn ribfluwelen jasje. ‘Vader is erin geluisd.’
Hij keek verstoord.
‘Nee, echt waar. Ik heb het zelf gezien. Verhoeven… die schurk stak zijn hand vlug onder de glasplaat en verwisselde vaders munt toen de tentoonstelling werd ingericht. Hij deed dat met opzet.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ach, dat is toch zo lang geleden…’
‘Kan wel zijn, maar vader kreeg vlak na de diskwalificatie een beroerte.’
Martijn kuchte verlegen.
‘Dat niemand hem geloofde… en dat had jij kunnen voorkomen. Je kende zijn collectie immers? Het ging om zijn topstuk.’
‘Maar… had dat dan gezegd,’ klonk het zwakjes.
‘Heb ik gedaan… de dokter vond dat vader de naam Verhoeven niet meer mocht horen… mocht zich niet opwinden… we zaten niet op een tweede beroerte te wachten.’
‘Oh.’
‘Martijn, je zag mij niet eens staan. Ik zat nog op school. Je vond mij een braaf tutje.’
Hij hield zijn hand op.
‘Ik zag je staan praten met die vreselijke Verhoeven… echt iets voor hem om op de gratis open dag te komen.’
Ze liep naar de nieuwe zaal die vandaag plechtig geopend was en keek om zich heen. Verhoeven stond in een hoek te praten met een stel munten handelaren. Hij had een glas champagne in zijn hand.
Ze liep op hem af, pakte een vol glas en gooide dit in zijn gezicht.
‘Zo dit is voor het omwisselen van mijn vaders topstuk. Mensen kijk een goed. Deze mijnheer is een schurk.’ Haar stem sloeg over.
Martijn pakte haar bij de arm. ‘Ben jij raar… kom, laten we hier geen scene maken. Bedaar even… kom mee naar het museum café… de koffie is daar prima.’
‘Koffie, wat koffie… vader zei altijd dat jij integer was… maar…’
Hij was sterker dan ze gedacht had en trok haar mee.  In het café zette hij haar op een stoel en hield met een autoritair gezicht twee vingers op en wees naar de espressomachine.
‘Zwart?’ vroeg hij zonder haar aan te kijken.
Ze hield de deur in de gaten, maar zag geen briesende Verhoeven op haar afkomen.
Boos staarde ze naar buiten. De herinnering aan vroeger kwam boven. Martijn, knappe vent, op wie ze als jong meisje straal verliefd was geweest. Haar korte huwelijk, het ongeluk van haar man en kind… en nu zat ze met hem achter de koffie. Alsof hij kon raden waaraan ze dacht begon hij: ‘Zeg, je man is destijds toch verongelukt?’
Ze knikte en trok een suikerzakje open. Automatisch roerde ze in haar koffie. ‘Ja, Alex en onze zoon Jasper…’ Ze keek hem even aan en zag compassie in zijn ogen.
‘En jij?’
‘Ook… weduwnaar…’
‘Dat wist ik niet… lang geleden?’
Hij zuchtte, kuchte en vroeg: ‘Mag ik je voor vanavond uitnodigen om een hapje bij mij thuis te komen eten? Ik wil jouw toedracht over die verwisselde munt toch eens horen.’
‘Goed, hoe laat? Waar?’
‘Ik haal je wel op. Je woont nu toch in het huis van je ouders?’
‘Ja.’
‘Is dat niet veel te groot?’
‘Och, ik ben het gewend. Na vaders beroerte kon mijn moeder het niet meer aan en…’
‘Bewonderenswaardig om je vader te verzorgen. Niet veel mensen kunnen dat opbrengen.’
‘Onzin, als baby hebben ze mij verzorgd. Je kunt ze toch niet laten stikken? Heb jij nog ouders?’
‘Ik? Nee, ik heb ook geen broers, zusjes, ooms of tantes.’
Ze dronken zwijgend hun koffie. Martijn stond op, rekende af en liep met een zwaai weg.
Ze bleef nog even zitten. Vijftig was ze nu. Martijn moest tegen de zeventig lopen. Ze voelde zich even jong. Een etentje…maar niet in een restaurant. Het kon ook een broodje kaas worden. De klok wees vijf uur. Tijd om op te stappen. Zou ze zich optutten? Haar ouders gingen vroeger nooit zonder zich passend te kleden bij vrienden eten. Vader trok een pak met vest aan en haar moeder een nette jurk of een chic mantelpak. Ze bekeek haar donkergrijze jeans en Kasjmir trui. Te gewoontjes, maar om een mooie jurk aan te trekken vond ze overdreven.
Langzaam reed ze naar huis. Het begon al donker te worden. Het grind van de oprijlaan knarste. Ze deed het buitenlicht vast aan. Kritisch liep ze door het grote huis, de eetkamer, zitkamer, serre, waar de meubels van haar ouders stonden. Uit gemak had ze die laten staan. Boven was de studeerkamer van haar vader met een grote ingebouwde kluis voor zijn muntenverzameling. Ze liep langs de kluis, draaide even aan het grote wiel en voelde gerustgesteld dat deze goed dicht zat. Haar oudedagvoorziening… Af en toe had ze enkele munten verkocht. Om het dak te repareren, waren een stel penningen naar de veiling gegaan. Uit piëteit tegenover haar vader had ze de boel zo gelaten, maar eigenlijk was ze gek om in een mausoleum te blijven wonen. De spullen verkopen… een wereldreis maken, nu ze dit nog kon. Ze wilde wel, maar durfde niet. Gek, na de ontmoeting met Martijn, had ze nieuwe moed gekregen en voelde ze zich zelfs een beetje baldadig.
In haar slaapkamer trok ze haar kledingkast open. Met haar hand ging ze langs de nette saaie kleren. Plotseling vloog dit alles haar aan. Ze pakte een knalrode jurk die ze zich had laten aansmeren, maar nooit had gedragen. Ze deed krullers in haar haar en maakte zich op met felrode lippenstift.
‘Zo, klaar voor de strijd,’ zei ze hardop tegen haar spiegelbeeld toen ze haar voeten in schoenen met hoge hakken wurmde.
Beneden schonk zich een straffe whisky in. Ze zette de Bolero van Ravel op, plofte op de bank en sloeg haar benen over elkaar.
Net wilde ze het glas bijschenken, toen de bel ging. Door de muziek had ze geen auto gehoord. Ze keek door het smalle getraliede raam naast de voordeur en zag Martijn staan. Weer maakte haar hart een sprongetje.
Ze sloeg een cape om, sloot af en ging naar buiten.
Martijn liep terug naar zijn auto. Hij zat al toen zij het portier opende. Ze spraken geen woord tijdens de korte rit.
Huize Bommelstein leek niets veranderd.
Martijn leidde haar naar binnen. Hij nam haar cape aan en knikte goedkeurend. Ze zag bewondering in zijn blik.
‘Ik merkte dat je al aan de drank was. Nog een whisky? Malt? Je zegt het maar.
Ze bekeek de ruime kamer van zijn flat, een service flat.
‘Woon je hier al lang?’
‘Een jaar. Ik dacht… goede verzorging…’
‘Zie jij jezelf dan als een oude man?’
Die zat. Ze probeerde niet te gniffelen.
Ze ging op een moderne witleren bank zitten. Deze rook nog nieuw, eigenlijk niets voor een man. Verder zag de flat er ongezellig uit. De verlichting was veel te fel. Zou hij wel voor die munten van hem hebben gedaan.
Martijn liep naar de keuken en kwam terug met een rond bord. Hij keek haar aan en boog zich een beetje om haar het bord voor te houden.
‘Ik eh… hier zijn een paar hapjes, straks eten we beneden in het restaurant.’
‘Van het huis? Is dat te eten?’
Ze bekeek de hapjes. Vierkantjes bruinbrood met een plakje zalm, duidelijk eigen productie. Ze pakte een hapje, leunde achterover en sloeg haar mooie slanke benen over elkaar.
Ze zag Martijn onzeker kijken en voelde zich opstandig worden. Straks kreeg ze vast een saai maaltje, geserveerd in de ouderwetse eetzaal van deze keurige serviceflat op stand.
‘Vooruit Martijn, wat wilde je weten? Moet ik nogmaals zeggen wat ik destijds heb gezien? Daarvoor heb jij mij toch te dineren uitgenodigd?’
‘Eh, ja. Nu ik jou zo zie… je ziet er verdomd goed uit, wist je dat?’
‘Is dit een compliment?’
Hij knikte. ‘Met zo iemand als jij zou ik de rest van mijn levensdagen kunnen slijten. We zouden over munten kunnen praten…’
Ze stond op en balde haar vuisten. ‘Martijn, die rot munten interesseren mij geen biet. Als je denkt mij te kunnen paaien om bij jou in te trekken en jou te verzorgen, dan heb je het mis. Een etentje… puh… laat me niet lachen. Ik had dit toch minstens in een echt restaurant verwacht. Die hapjes waren overigens genoeg. Ik stap maar eens op, want ik heb nog leukere dingen te doen.’
Martijn keek stomverbaasd. ‘Zo zelfstandig, ken ik jou niet.’
‘Martijn, ik ga de munten en het huis verkopen. Bovendien wil ik, nu ik nog fit ben een wereldreis maken.’
Hij pakte haar hand.
‘Bel je even een taxi?’ vroeg ze koel.
‘Nee, ik breng je wel.’
‘Dat is aardig van je.’
Ze bekeek hem af en toe zijlings en vloog bijna tegen hem aan toen hij een scherpe bocht maakte.
‘Je rijdt verkeerd.’
‘Helena, je maakt me in de war. Ik heb dit helemaal fout aangepakt. Kom, we gaan naar Rozenrust, een prima restaurant.’
‘Je meent het.’
Hij hield zijn blik op de weg.
Ze zag dat ze Voorburg al inreden. Zodra de auto stilstond, liep hij snel naar haar kant, opende de deur en hielp haar uitstappen. Charmant pakte hij haar bij haar arm en steunde haar bij het lopen over de ongelijke tegels.
Binnen  brandde een behaaglijk haardvuur. Hij leidde haar naar een zitje en vroeg twee glazen champagne.
‘Mag ik hierbij mijn excuses aanbieden voor mijn lompe gedrag?’
‘Ach, Martijn, ik heb mij ook niet al te vriendelijk uitgedrukt.’
‘Meen je dat… ik bedoel dat je de boel wilt verkopen?’
Ze knikte. Schamper ging ze door: ‘Wat moet ik? Al mijn jaren mezelf wegcijferen om dode ouders te behagen? Dat is toch van de gekken? Ik kan die spullen niet meer zien en die munten… ze brengen tegenwoordig nauwelijks meer iets op. Nee als mevrouw braafjes leven, bah, ik ben aan verandering toe en nu kan dat nog.’
‘Moedig van je.’
‘Zeg Martijn, vroeger kwam jij op mij over als een man van de wereld…, je wilt toch niet beweren dat jij bang bent voor veranderingen?’
‘Hemel Helena, heb jij al die jaren je eigen wil onderdrukt? Als ik je eerder had leren kennen zoals je echt bent…’
‘Wat dan?’ Ze keek hem uitdagend aan.
De ober kwam aanzetten met de menu’s.
‘Kies maar iets lekkers uit Helena.’
Hij bekeek de kaart nauwelijks en zat haar maar aan te staren.
Baldadig koos ze het duurste menu. Pas na een halve fles wijn kwam Martijn los.
Bij de koffie zei ze: ‘Martijn, dank je wel. Ik heb genoten.’
Zacht zei hij: ‘Ik zou dit vaker willen doen.’
‘Nou, wat let je. Ik denk dat alles binnen een maand geregeld is, dus…’
Hij keek haar aan en wilde iets zeggen.
‘Die munten, Martijn ik meen het. Als jij interesse hebt, zeg het dan. Dat spaart weer veilingkosten.’
‘Meen je dat?’
‘Ja, morgen mag je komen om ze te bekijken.’
Tijdens de terugrit vroeg hij: ‘Kan ik ze ook nu bekijken?’
Hij parkeerde zijn auto voor het grote huis.
Weer snelde hij naar haar kant om het portier voor haar te openen.
In haar vaders studeerkamer deed ze het licht aan. Voor de kluis keek ze hem aan. ‘Omdraaien, want ik moet de code intikken.’
Braaf draaide hij zich om.
‘Zo, kijk nu maar.’
Ze opende de dikke deur en pakte een plateau uit de kluis. Martijn hield zijn adem in.
‘Hier, trek die handschoenen aan, dan mag je ze ook vastpakken.’
Ademloos bewonderde hij de munten. Hij keek haar vragend aan.
‘Nee, dit is alles, de rest heb ik al verkocht. Het dak…’
‘Dit is top, nooit eerder gezien.’
‘Vader heeft dit bedoeld als mijn oudedagvoorziening. Je begrijpt dat hij niet wilde dat ik er alleen maar naar bleef kijken tot ik dood ben.’
‘Een miljoen…’ fluisterde hij.
‘Is dit een bod?’
‘Dat kan ik niet betalen.’
‘Daar geloof ik niets van.’
‘Helena, ik handel niet meer, heus… vroeger…’
‘Geef maar hier.’ Ze pakte het plateau aan. Martijn kon zijn ogen niet van de gouden munten afhouden. Met gefronste wenkbrauwen dacht ze weer aan de grote tentoonstelling.
‘Zeg, Martijn, waar is vaders topstuk eigenlijk gebleven? Kocht jij die munt van die schurk Verhoeven?’
Hij knikte.
‘Heb je die nog? Als dat zo is, wil ik die hebben in ruil voor deze munten.’
‘Maar…’
Ze sloot de kluis. ‘Slaap er maar een nachtje over.’
Martijn liet niets meer van zich horen. De verkoop van het huis was binnen een week rond. Een notariskantoor kocht het pand vanwege de beveiliging en de grote kluis.
Meteen boekte ze een wereldreis. Ze wist nog van haar vader welk veilinghuis ze moest contacteren voor de muntenverzameling.
Aan boord dacht ze vaak aan de veiling in New York. De opbrengst had haar verrast.
Aandacht van alleenreizende mannen genoeg, maar er was niemand die haar hart sneller deed kloppen. Martijn zou haar wel vergeten zijn. Ze moest gniffelen toen ze weer aan hem dacht. Na de hapjes in zijn service flat was hij een en al charme geweest. Echt gezellig was hij niet. Niet iemand om hard mee te kunnen lachen. Zou ze dat zelf verleerd zijn? Vader had geld genoeg en hij had best een paar munten kunnen verkopen, maar nee, ze had braaf de liefhebbende dochter gespeeld.
Ze had niet eens gemerkt dat een man haar aandacht trok.
Hij kuchte en zei beleefd: ‘Mevrouw, ik heb u al een paar maal willen aanspreken, mag ik u een drankje aanbieden?’
Ze keek op en zag mooie bruine ogen met lachrimpeltjes.
‘Graag. U bent…?’
‘Antonio de Savaraggio… uit Argentinië. Ik ben in San Francisco aan boord gekomen.’
‘Hélena van Voorst.’
‘U komt uit Nederland?’
Ze knikte en keek vragend.
‘Ik heb vreemde talen gestudeerd en aan uw prachtige accent…’
Haar wenkbrauwen schoten omhoog.
‘Ach, ik zeg het fout. U heeft helemaal geen accent. U spreekt de Nederlandse taal… zo mooi… dat hoor ik niet vaak, natuurlijk uw koningin Beatrix…’
Hij wenkte een bediende. ‘Wat mag ik u aanbieden?’
‘Een whisky graag.’
‘Heeft u nog voorkeur voor een bepaald merk?’
Hun gesprek werd steeds geanimeerder. Na het diner maakte ze een dansje met Antonio.
Terug in haar hut bekeek ze zichzelf in de spiegel. Haar ogen straalde. Zo verliefd had ze zich nog nooit gevoeld. Onwillekeurig vergeleek ze hem met Martijn.
Ze was voorzichtiger geworden om haar hart te verliezen.
Op haar telefoon probeerde ze deze Antonio op Google te vinden. Zijn verhaal klopte. Een Argentijn met grote landerijen.
Antonio week de resterende 50 dagen niet van haar zijde.
Ze genoten samen van de excursies. Hij kocht leuke presentjes voor haar en hij bleef een gentleman.
De reis ging veel te vlug vond ze toen ze de haven van Rotterdam naderden.
‘Ik kom je gauw opzoeken lieve, mag ik jouw adres?’
‘Antonio ik heb alles verkocht…’
‘Blijf dan aan boord. We kunnen samen terug naar Argentinië. Ik zou graag mijn leven met jou willen delen.’
‘Antonio, ik wil eerst goed nadenken. Ik mag jou bijzonder graag…’
‘Ik begrijp het, maar wacht niet te lang…’
Ze keek samen met Antonio naar het afmeren van het schip aan de kade in Rotterdam.
Een driftig wuivende man trok haar aandacht.
Haar hart maakte een klein sprongetje.
‘Zo, dat is een verrassing Martijn,’ zei ze toen ze door de douane kwam.
Hij gaf haar een kus en wilde haar met haar bagage helpen.
Ze draaide zich om en zocht Antonio tussen de passagiers, maar zag hem niet meer.
‘Ik heb je gemist.’
‘Je had mij kunnen mailen of bellen hoor.’
‘Hélena, ik… hij greep plotseling naar zijn hart.’
De ambulance stond binnen vijf minuten klaar. De arts keek somber.
‘Bent u familie?’
‘Nee, maar ik ken deze mijnheer al heel lang.’
Ze mocht niet mee. Toen de ambulance wegreed, hoorde ze het schip een signaal maken dat het op het punt stond om te vertrekken.
Daar stond ze besluiteloos met haar koffers. Ze rende naar de officier die de trap wilde inhalen.
‘Kan ik nog mee?’
‘Mevrouw, dat gaat zo maar niet.’
‘Ik heb net de wereldreis op dit schip achter de rug. De situatie is voor mij verandert. Kunt u de heer Antonio Savaraggio even bellen… hij nodigde mij uit…’
‘Savaraggio, zei u? Dat verandert de zaak. Hij is mede-eigenaar van dit schip. Wie moet ik zeggen?’
‘Hélène van Voorst.’
De man keek haar bewonderend aan. Hij concentreerde zich op de verbinding en knikte haar plotseling toe.
‘Er komt iemand voor uw koffers.’
Haar oude hut was nog vrij. Ze had haar spullen net uitgehangen toen er geklopt werd.
Een steward bracht een fles champagne en een bos rode rozen.
Ze bekeek het kaartje en bloosde. ‘Ik hou van vrouwen die snel een beslissing kunnen nemen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *