DE CONTAINER fragment

DE CONTAINER

Elisabeth pakte de post van de mat. Geen condoleance brieven meer… wel een poststuk van de belasting. Ze trok haar wenkbrauwen op en scheurde die enveloppe met haar vinger open. Prompt sneed ze zich aan het papier. Het deed flink pijn en het wondje begon te bloeden. Het ergerde haar dat ze niet even de briefopener had gepakt. Met haar vinger in haar mond viste ze de papieren uit de enveloppe en kreeg kippenvel toen ze het krankzinnig hoge bedrag zag.
Ze liep naar Alex bureau en zocht daar steun. Dat kon toch niet waar zijn, Robert had alle officiële zaken direct na Alex’ dood geregeld. Ze liet de papieren op het donker groen leren blad liggen. In de badkamer zocht ze een pleister. De spiegel toonde dat alle kleur uit haar gezicht was weggetrokken.
Met de pleister om haar vinger, liep ze terug naar Alex’ bureau, pakte de telefoon en drukte het nummer van Alex’ oude kantoor in. Trommelend met haar vingers op het bureau wachtte ze tot ze verbinding kreeg.
Gelukkig kon Robert haar gesprek meteen aannemen.
Voordat hij iets kon zeggen stak ze van wal.
‘Robert, dit is van de gekken. Als executeur heb jij toch alle papieren van de belasting gekregen? Net krijg ik weer een brief van die lui… volgens hen moet ik over Rosenburg erfbelasting betalen… ja, die ambtenaren willen een belachelijk bedrag… over mijn eigen bezit nog wel. Dat kan toch niet… Ze moeten een fout gemaakt hebben. Kan jij ze dat vertellen?’
‘Elisabeth, ik zal die brief toch eerst moeten lezen.’
‘Kan je niet meteen komen? Ik sta te trillen op mijn benen.’
‘Oké, ik kom wel. Maak je niet druk.’
‘Dat doe ik wel, een of andere sufferd heeft een fout gemaakt en…en…’
‘Alsjeblieft, ga rustig zitten. Eerst moet ik die papieren doorlezen voordat ik actie kan ondernemen.’
‘Goed Robert, fijn dat je kunt komen… hoe laat?’
‘Ik heb nu nog een afspraak…ik… eh… ‘
Ze hoorde hem in zijn agenda bladeren.
‘Zo snel mogelijk na 6 uur.’
‘Fijn.’
Ze verbrak de verbinding en zakte achterover in Alex bureaustoel. Met haar handen wreef ze over haar gezicht. De klok gaf vier uur aan. Ze streek de papieren glad al voelde ze de neiging opkomen om deze te verscheuren.
Ze keek regelmatig op haar horloge en liep doelloos door haar flat.
Zodra de bel ging haastte ze zich naar de voordeur. In het kijkglaasje zag ze Roberts gezicht. Snel deed ze open. ‘Robert, fijn dat je meteen kon komen. Eerlijk gezegd heb ik het niet meer.’
Ze ging hem voor naar de woonkamer en keek naar de zwartleren map die hij bij zich had.
‘Ga zitten. Robert wat heb je nu weer bij je? Ik dacht dat alle formaliteiten al zijn afgehandeld. Kijk dit is het.’
Robert, keurig in krijtstreep pak, nam de aangeboden papieren aan en zette zijn zwart leren tas neer. Na een gebaar van haar ging hij achter Alex’ bureau zitten. Ze pakte het stoeltje tegenover het bureau en leunde met beide handen op de rugleuning.
Robert begon de papieren op zijn gemak door te lezen, waarbij ze de neiging onderdrukte om meteen naar het bedrag te wijzen. Met moeite probeerde ze zo rustig mogelijk te wachten tot hij opkeek.
‘Robert, dit kan niet.’ Elisabeth plukte een pluisje van haar beige kasjmier vest.
De jonge advocaat schoof ongemakkelijk op zijn stoel en haalde hulpeloos zijn schouders op.
Elisabeth boog naar voren. ‘Je wilt toch niet beweren dat ik dit moet betalen?’ Ze trommelde met haar vinger op de naam Dolak. ‘Von Wohlleben moet het zijn. Rosenburg is van mij. Het zou toch te gek zijn als ik over mijn eigen bezit erfbelasting moet betalen?’
‘De papieren…’
Driftig zwaaide ze met haar wijsvinger. ‘Niets, die papieren. Rosenburg is van mij.’
‘Maar Alex heeft daar toch gewoond? Hij betaalde de restauratie.’
‘Jongen, de vader van Alex was onze rentmeester. Hij woonde met zijn gezin in het poorthuis. Eerst pikten die afgrijselijke communisten de huizen van het personeel in en werd mijn vader verplicht om inwoning te accepteren. Zo kwamen de Dolaks op ons kasteel te wonen. Je kunt je niet voorstellen hoe dat gegaan is.’
‘Maar zijn naam…’
‘Blijkbaar hebben de ambtenaren in Praag Dolak ingevuld in plaats van von Wohlleben. Het was Alex die naar Praag ging om de terugvordering te regelen. Als advocaat kon hij dat beter dan ik.’ Ze snoof. ‘Je weet hoe sommige ambtenaren nog op vrouwen neerkijken. Mijn vader, baron von Wohlleben, kreeg geen cent toen de communisten zijn bezit inpikten. Na ruim veertig jaar kreeg ik het terug. Nou kreeg… Alex heeft hemel en aarde bewogen… toen ik Rosenburg zag… uitgewoond door een stel barbaren en subsidie om de ellende op te knappen, ho maar. Gelukkig heeft mijn vader dit niet gezien. Hij zou een hartstilstand…’ Ze sloeg haar hand voor haar mond en sloot even haar ogen.
‘Elisabeth, ik zal kijken wat ik kan doen.’
‘Sorry, wat ben ik voor een gastvrouw. Natuurlijk is het niet jouw schuld. Ik zit hier maar te klagen. Wil je een glas wijn Robert?’
Hij knikte.
Ze liep naar de ouderwetse keuken en kwam terug met een fles en twee kristallen glazen. ‘Vroeger was onze wijn een top product. Alex wilde eerst het slot restaureren en daarna de wijngaard aanpakken. Nu…’
‘Je mist hem erg hè?’
‘Vreselijk Robert. We kenden elkaar door en door. God, waarom kreeg hij die stomme hartstilstand…’
Ze zette de glazen voorzichtig neer en gaf hem de kurketrekker. Robert ontkurkte de fles en rook aan de kurk. Ze schoof de glazen in zijn richting en keek hoe hij die zorgvuldig in schonk.
Beiden hieven het glas.
‘Hm, lekker.’ Robert knikte.
‘Robert, je bent te beleefd. Het smaakt naar niets. Probeer iets aan die erfbelasting te doen. Als mijn laatste geld ook nog eens wordt ingepikt, kan ik het opknappen van de wijngaard vergeten en dan bedruipt Rosenburg zich nooit.’ Ze streek een grijze lok uit haar gezicht en zuchtte.
‘Kom, niet de moed verliezen, dat is niets voor jou.’
‘Jij hebt gemakkelijk praten, je bent nog jong. Zoveel jaren om het domein te herstellen heb ik niet meer.’
‘Elisabeth, ik begin met het vragen van uitstel.’
‘Uitstel… maar zie je dan niet dat…’
‘Zo werkt het niet. Na uitstel, stuur ik een bezwaarschrift, liefst natuurlijk met documenten waaruit blijkt dat jij en niet Alex de eigenaar bent… was… maar…’
‘Alle documenten die we hadden heeft Alex meegenomen naar Praag. Daarop heeft hij teruggave kunnen regelen. Ik geloof dat hij die moest afgeven… oh… nee.’ Ze slikte.
‘Ik zal alles proberen…’
‘Fijn. Het spijt me, maar dit had ik nooit verwacht… om ook nog eens…’
‘Gaat het? Ik moet er helaas vandoor… moet nog iets opzoeken.’
‘Fijn dat jij dit wilt doen. Dank voor je bezoek, groeten aan Berthe.’
Robert trok een gezicht, waaruit ze niet kon opmaken of het deze brief van de belasting betrof of zijn vrouw Berthe.

Ze kon wel huilen toen ze hem uitliet. Morgen wilde ze naar Rosenburg. Op haar horloge zag ze dat het al bijna 10 uur was.
Woelend in haar bed telde ze de slagen van de kerkklok en kwam tot 6. Door haar oogharen zag ze dat het al licht was. Haar hand gleed over het laken naar de plek waar Alex bijna 40 jaar had gelegen. Waarom was je zo stom om mijn naam niet te melden…

Zittend op de rand van het bed, zochten haar voeten de slippers. Ze liep naar de badkamer en opende de kraan van de douche. Het water werd niet warm.
Alles komt ook tegelijk, mompelde ze.
Door de koude douche was ze wel meteen wakker.
In haar kamerjas liep ze naar de garderobe en zocht sportieve kleren voor Rosenburg.
Gekleed in een beige linnen broek en blouse liep ze geeuwend de zitkamer in en trok de lange zachtblauwe zijden gordijnen open. Zou ze dit appartement en het antiek nu moeten verkopen? Een brede lichtstraal viel op de vitrinekast met het kostbare Meissen servies; haar grootmoeders trots. Niemand wilde nog serviesgoed hebben dat niet in een afwasmachine kon.
De antieke spiegel hing scheef, iets waaraan Alex zich altijd aan had geërgerd. Alsof ze hem nog een plezier kon doen, pakte ze een punt van de rijk bewerkte vergulde lijst en gaf deze een zetje. Meedogenloos weerkaatste het verweerde glas enkele nieuwe lijnen in haar gezicht.
Korzelig pakte ze de vuile glazen en de halflege fles. Automatisch rook ze aan de hals en keerde hem boven de gootsteen om. Terwijl het restant rode wijn langzaam over de kleine zwart-witte tegeltjes in de afvoer verdween, staarde ze naar de omgekeerde foto van slot Rosenburg op het etiket.
Automatisch zette ze een Meissen kopje onder het espressoapparaat. Ze keek hoe het kopje gevuld werd en zette de machine af.
Met kleine slokjes dronk ze het brouwsel, al proefde ze het nauwelijks. Ze balde haar vuisten en staarde naar de belastingpapieren op Alex’ bureau. Geen moment had ze er bij stilgestaan dat ze successierechten zou moeten betalen en zeker niet dit krankzinnig hoge bedrag.
Als succesvolle advocaat had Alex altijd keurig zijn vermogen aan de belasting opgegeven. Alex had moeten vechten om het domein te kunnen terugvorderen en de restauratie had zijn fortuin grotendeels opgeslokt. Oneerlijk, oneerlijk, ging als een mantra door haar hoofd.
Robert, Alex’ jonge opvolger, hield zich als advocaat ook aan de wet. Oplichters trokken zich nooit iets van de regels aan en kwamen daarmee ook nog weg. In een flits zag ze de ijdele Todor voor zich.
Alex was pas twee maanden dood. Ze had naast hem gezeten toen hij een acute hartstilstand kreeg. Hij had haar nog iets willen zeggen, maar zijn gemompel was onverstaanbaar. Zelf had ze hartmassage toegepast, de ambulance was er binnen vijf minuten en ook in het ziekenhuis konden de artsen niets meer voor hem doen.
Zijn veel te vroege overlijden had ze nauwelijks verwerkt en nu kreeg ze ook nog eens deze aanslag. Om Rosenburg te af te staan kon ze niet over haar hart verkrijgen. De verkoop van haar Weense appartement met hoogst ouderwets sanitair, zou zeker niet gauw lukken. Ze had nooit geld willen uitgeven om dit op te knappen, maar een spaarpotje gemaakt in de hoop ooit weer op Rosenburg te kunnen wonen. Dit was nog niet de helft van het bedrag dat ze als erfbelasting zou moeten betalen.
De klok sloeg zeven uur. Als ze even opschoot zou ze twee uur later bij Rosenburg kunnen aankomen.
Na het sluiten van het hoge raam, trok ze de gordijnen half dicht, gaf haar planten een plens water en pakte de mooie weekendtas, het laatste cadeau van Alex. Ze streelde het zachte leer en zocht enkele praktische kleren. Ze wikkelde de ingelijste foto van Alex in haar nachthemd. Zuchtend stopte ze die voorzichtig tussen haar kleren. Na het inpakken van enkele toiletspullen was ze klaar om te vertrekken.
Naar Rosenburg nam ze nooit een handtas mee; haar lichte bodywarmer met vier zakken was handiger. De sleutelbos van Rosenburg zat daar altijd in. Nu nog haar rijbewijs, geld, creditcard, Alex nieuwste smart Phone en de autosleutels.
Ze sloot af en liep de hardstenen trap af. Het geluid van haar hakken weerkaatste eenzaam en hol in de royale entree.
Beneden zat de conciërge op haar stoel te slapen. Voorzichtig schudde Elisabeth haar wakker. Het mensje schrok. ‘O, mevrouw Dolak, gaat u weg?’
‘Ja, ik ga enkele dagen naar Moravië. Kun je voor de post en de planten zorgen?’
‘Ja mevrouw Dolak, natuurlijk mevrouw Dolak.’
Elisabeth knikte, gaf haar het briefje met Alex’ mobiele nummer en liep naar de auto. Ze kon prima met Alex’ Range Rover overweg. De weg, een dikke honderd kilometer, kon ze wel dromen.
Even buiten Wenen zag ze dat er weer een stuk autoweg was klaargekomen. Haar gedachten waren zo bij Rosenburg dat ze na waarschuwend getoeter prompt op de rem trapte. De veiligheidsriem sneed in haar borst. Geschrokken keek ze speurend om zich heen en zag gelukkig nergens politie. Ruim negentig kilometer in de bebouwde kom en ook nog door het rode licht, dat kon een forse bekeuring opleveren. In haar achteruitkijkspiegel zag ze een van de wegwerkers met zijn vinger op zijn voorhoofd tikken.
Met aandacht voor de weg in plaats van onoplosbare rampscenario’s te bedenken, kwam ze bij de Oostenrijkse dorpjes tegen de grens met Tsjechië. De oude kleine wijnkelders, bedekt met gras, werden nog steeds gebruikt. Ze passeerde de openstaande grens en reed even later door Mikulov, waar de mensen druk bezig waren om de oude huisjes op te knappen. De daken met de platte terracottakleurige leitjes gaven het stadje hun oude uitstraling weer terug.
Buiten Mikulov reed ze via een landweg naar Rosenburg.
Het grote smeedijzeren hek stond open, een teken dat haar tuinman Rudy weg was. Ze reed door tot het bordes met de verweerde leeuwenkoppen en zette de motor af.
De voorkant van het kasteeltje had nu de oude gele kleur weer terug. Met gevulde plantenbakken zou het slot er minder doods uit zien. Ze stapte uit en wisselde van schoeisel. De buitenlucht, een mengsel van bos en velden werkte verkwikkend. Ze rekte zich even uit en keek naar de wijn velden.
Haar enige hoop om aan geld te komen was de wijn, maar dan moest ze en vakman inhuren. Ze liep automatisch naar de wijngaard. Rudy deed op zijn manier zoveel mogelijk. Nog een bof dat ze op hem kon rekenen. Zijn grootvader werkte vroeger hier als tuinman. Ook zijn vader was iemand van het oude stempel geweest die trouw zwoer aan de landheer.
De dikke druiventrossen beloofden een overvloedige oogst. Op haar hurken zittend trok ze een druif van een volle tros. Kritisch proevend keek ze om zich heen tot een felle schittering haar verblindde. Nieuwsgierig stond ze op om daar op af te gaan.