DE CONTAINER, is de nieuwste uitgave van ANNEMARIE ENTERS PUBLICATIONS

WENEN – augustus 2007

Elisabeth pakte de post van de mat. Geen condoleance brieven meer… wel een poststuk van de belasting. Ze trok haar wenkbrauwen op en scheurde de enveloppe met haar vinger open. Prompt sneed ze zich aan het papier. Het deed flink pijn en het wondje begon te bloeden. Het ergerde haar dat ze niet even de briefopener had gepakt. Met haar vinger in haar mond viste ze de papieren uit de enveloppe, bladerde ze door en kreeg kippenvel toen ze het krankzinnig hoge bedrag zag.
Ze liep naar Alex bureau en zocht daar steun. Dat kon toch niet waar zijn, Robert had alle officiële zaken direct na Alex’ dood geregeld. Ze liet de papieren op het donker groen leren blad liggen. In de badkamer zocht ze een pleister. De spiegel toonde dat alle kleur uit haar gezicht was weggetrokken.
Met de pleister om haar vinger, liep ze terug naar Alex’ bureau, pakte de telefoon en drukte het nummer van Alex’ oude kantoor in. Trommelend met haar vingers op het bureau wachtte ze tot ze verbinding kreeg.
Gelukkig kon Robert haar gesprek meteen aannemen.
Voordat hij iets kon zeggen stak ze van wal. ‘Robert, dit is van de gekken. Als executeur heb jij toch alle papieren van de belasting gekregen? Net krijg ik weer een brief van die lui… volgens hen moet ik over Rosenburg erfbelasting betalen… ja, die ambtenaren willen een belachelijk bedrag… over mijn eigen bezit nog wel. Dat kan toch niet… Ze hebben vast een fout gemaakt. Kan jij ze dat vertellen?’
‘Elisabeth, ik zal die brief toch eerst moeten zien.’
‘Kan je niet meteen komen? Ik sta te trillen op mijn benen.’
‘Oké, ik kom wel. Maak je niet druk.’
‘Dat doe ik wel, een of andere sufferd heeft een fout gemaakt en…en…’
‘Alsjeblieft… ga rustig zitten. Eerst moet ik die papieren doorlezen voordat ik actie kan ondernemen.’
‘Goed Robert, fijn dat je kunt komen… hoe laat?’
‘Ik heb nu nog een afspraak…ik… eh… zo snel mogelijk na 6 uur.’
Ze verbrak de verbinding en liet zich in Alex bureaustoel zakken. Met haar handen wreef ze over haar gezicht. De klok gaf vier uur aan. Ze wreef de papieren glad al voelde ze de neiging opkomen om deze te verscheuren.
Ze keek constant op haar horloge en begon doelloos door haar flat te ijsberen. Ze maakte een pot thee, bakte een ei, smeerde een stuk brood en at met lange tanden.
Zodra de bel ging haastte ze zich naar de voordeur. In het kijkglaasje zag ze Roberts gezicht. Snel deed ze open. ‘Robert, fijn dat je meteen kon komen. Eerlijkgezegd heb ik het niet meer.’
Ze ging hem voor naar de woonkamer en keek naar de zwartleren map die hij bij zich had.
‘Ga zitten. Robert wat heb je nu weer bij je? Ik dacht dat alle formaliteiten al zijn afgehandeld. Kijk dit is het.’
Robert, keurig in krijtstreep pak, nam de aangeboden papieren aan en zette zijn zwart leren tas neer. Na een gebaar van haar ging hij achter Alex’ bureau zitten. Ze pakte het stoeltje tegenover het bureau en leunde met beide handen op de rugleuning.
Robert begon de papieren op zijn gemak begon door te lezen, waarbij ze de neiging onderdrukte om te zeggen dat hij meteen naar het bedrag moest kijken. Met moeite probeerde ze zo rustig mogelijk te wachten tot hij ook de laatste bladzijde gelezen had.
‘Robert, dit kan niet.’ Elisabeth plukte een pluisje van haar beige kasjmier vest.
De jonge advocaat schoof ongemakkelijk op zijn stoel en haalde hulpeloos zijn schouders op.
Elisabeth boog naar voren. ‘Je wilt toch niet beweren dat ik dit moet betalen?’ Ze trommelde met haar vinger op de naam Dolak. ‘Von Wohlleben moet het zijn. Rosenburg is van mij. Het zou toch te gek zijn als ik over mijn eigen bezit erfbelasting moet betalen?’
‘De papieren…’
Driftig zwaaide ze met haar wijsvinger. ‘Niets, die papieren. Rosenburg is van mij.’
‘Maar Alex heeft daar toch gewoond? Hij betaalde de restauratie.’
‘Jongen, de vader van Alex was onze rentmeester. Hij woonde met zijn gezin in het poorthuis. Eerst pikten die afgrijselijke communisten de huizen van het personeel in en werd mijn vader verplicht om inwoning te accepteren. Zo kwamen de Dolaks op ons kasteel te wonen. Je kunt je niet voorstellen hoe dat gegaan is.’
‘Maar zijn naam…’
‘Blijkbaar hebben de ambtenaren in Praag Dolak ingevuld en niet von Wohlleben. Het was Alex die naar Praag ging om de terugvordering te regelen. Als advocaat kon hij dat beter dan ik.’ Ze snoof. ‘Je weet hoe sommige kerels nog op vrouwen neerkijken. Mijn vader, baron von Wohlleben, kreeg geen cent toen de communisten zijn bezit inpikten. Na ruim veertig jaar kreeg ik het terug. Nou kreeg… Alex heeft hemel en aarde bewogen… toen ik het zag… uitgewoond door een stel barbaren en subsidie om de ellende op te knappen, ho maar. Gelukkig heeft mijn vader dit niet gezien. Hij zou een hartstilstand…’ Ze sloeg haar hand voor haar mond en sloot even haar ogen.
‘Elisabeth, ik zal kijken wat ik doen kan.’
‘Sorry, wat ben ik voor een gastvrouw. Natuurlijk is het niet jouw schuld. Ik zit hier maar te klagen. Wil je een glas wijn Robert?’
Hij knikte. Ze liep naar de ouderwetse keuken en kwam terug met een fles en twee kristallen glazen. ‘Vroeger was onze wijn een top product. Alex wilde eerst het slot restaureren en daarna de wijngaard aanpakken. Nu…’
‘Je mist hem erg hè?’
‘Vreselijk Robert. We kenden elkaar door en door. God, waarom kreeg hij die stomme hartstilstand…’
Ze zette de glazen voorzichtig neer en gaf hem de kurketrekker. Robert ontkurkte de fles en rook aan de kurk. Ze schoof de glazen in zijn richting en keek hoe hij de glazen zorgvuldig in schonk.
Beiden hieven het glas.
‘Hm, lekker.’ Robert knikte.
‘Robert, je bent te beleefd. Het smaakt naar niets. Probeer iets aan die erfbelasting te doen. Als mijn laatste geld ook nog eens wordt ingepikt, kan ik het opknappen van de wijngaard vergeten… dan bedruipt Rosenburg zich nooit.’ Ze streek een grijze lok uit haar gezicht en zuchtte.
‘Kom, niet de moed verliezen, dat is niets voor jou.’
‘Jij hebt gemakkelijk praten, je bent nog jong. Zoveel jaren om het domein te herstellen heb ik niet meer.’
‘Elisabeth, ik begin met het vragen van uitstel.’
‘Uitstel… maar zie je dan niet dat…’
‘Zo werkt het niet. Na uitstel, stuur ik een bezwaarschrift… liefst natuurlijk met documenten waaruit blijkt dat jij en niet Alex de eigenaar bent…was… maar…’
‘De documenten die we hadden heeft Alex meegenomen naar Praag… daarop heeft hij teruggave kunnen regelen… ik geloof dat hij die moest afgeven… oh… nee.’
Ze slikte.
‘Ik zal alles proberen…’
‘Fijn… het spijt me… maar dit had ik nooit verwacht… om ook nog eens…’
‘Gaat het? Ik moet er helaas vandoor… moet nog iets opzoeken.’
‘Fijn dat jij dit wilt doen. Dank voor je bezoek, groeten aan Berthe.’
Robert trok een gezicht, waaruit ze niet kon opmaken of het deze brief van de belasting betrof of zijn vrouw Berthe.
Ze kon wel huilen toen ze hem uitliet. Morgen wilde ze naar Rosenburg rijden. Op haar horloge zag ze dat het al bijna 10 uur was.

Woelend in haar bed telde ze de slagen van de kerkklok en kwam tot 6. Door haar oogharen zag ze dat het al licht was. Haar hand gleed over het laken naar de plek waar Alex bijna 40 jaar had gelegen. Waarom was je ook zo stom om mijn naam niet te melden…
Zittend op de rand van het bed, zochten haar voeten de slippers. Ze liep naar de badkamer en opende de kraan van de douche en voelde de temperatuur. Het water werd niet warm. Alles komt ook tegelijk, mompelde ze. Door de koude douche was ze wel meteen wakker.
In haar kamerjas liep ze naar de garderobe en zocht sportieve kleren voor Rosenburg.
Gekleed in een beige linnen broek en blouse liep ze geeuwend de zitkamer in en trok de lange zachtblauwe zijden gordijnen open. Zou ze dit appartement en het antiek nu moeten verkopen? Een brede lichtstraal viel op de antieke vitrinekast met het kostbare Meissen servies; haar grootmoeders trots. Niemand wilde nog serviesgoed hebben dat niet in een afwasmachine kon.
De antieke spiegel hing scheef, iets waaraan Alex zich altijd aan had geërgerd. Alsof ze hem nog een plezier kon doen, pakte ze een punt van de rijk bewerkte vergulde lijst en gaf deze een zetje. Meedogenloos weerkaatste het verweerde glas enkele nieuwe lijnen in haar gezicht.
Korzelig pakte ze de vuile glazen en de halflege fles. Automatisch rook ze aan de hals en keerde hem boven de gootsteen om. Terwijl het restant rode wijn langzaam over de kleine zwart-witte tegeltjes in de afvoer verdween, staarde ze naar de omgekeerde foto van slot Rosenburg op het etiket.
Automatisch zette ze een Meissen kopje onder het espressoapparaat. Ze keek hoe de koffie het kopje vulde en zette de machine af.
Met kleine slokjes dronk ze de koffie, al proefde ze deze nauwelijks. Ze balde haar vuisten en staarde naar de belastingpapieren op Alex’ bureau. Geen moment had ze er bij stilgestaan dat ze successierechten zou moeten betalen en zeker niet dit krankzinnig hoge bedrag.
Als succesvolle advocaat had Alex altijd keurig zijn vermogen aan de belasting opgegeven. Alex had moeten vechten om het domein te kunnen terugvorderen en de restauratie had zijn fortuin grotendeels opgeslokt. Oneerlijk, oneerlijk, ging als een mantra door haar hoofd.
Robert, Alex’ jonge opvolger, hield zich als advocaat ook aan de wet. Oplichters trokken zich nooit iets van de regels aan en kwamen daarmee ook nog weg. In een flits zag ze de ijdele Todor voor zich.
Alex was pas twee maanden dood. Ze had naast hem gezeten toen hij een acute hartstilstand kreeg. Hij had haar nog iets willen zeggen, maar zijn gemompel was onverstaanbaar. Zelf had ze hartmassage toegepast, de ambulance was er binnen vijf minuten, maar ook in het ziekenhuis konden de artsen niets meer voor hem doen.
Zijn veel te vroege overlijden had ze nauwelijks verwerkt en nu kreeg ze ook nog eens deze aanslag. Om Rosenburg te laten schieten kon ze niet over haar hart verkrijgen. Haar Weense appartement verkopen met hoogst ouderwets sanitair, zou niet gauw lukken. Ze had geen geld willen uitgeven om dit op te knappen, maar een spaarpotje gemaakt in de hoop ooit weer op Rosenburg te kunnen wonen. Dit was nog niet de helft van het bedrag dat ze zou moeten betalen.
De klok sloeg zeven uur. Als ze even voort ging maken zou ze twee uur later bij Rosenburg kunnen aankomen. Na het sluiten van het hoge raam, trok ze de gordijnen half dicht, gaf haar planten een plens water en pakte de mooie weekendtas, het laatste cadeau van Alex. Ze streelde het zachte leer en zocht enkele praktische kleren. Ze wikkelde de ingelijste foto van Alex in haar nachthemd. Zuchtend stopte ze die voorzichtig tussen haar kleren. Na het inpakken van enkele toiletspullen was ze klaar om te vertrekken.
Naar Rosenburg nam ze nooit een handtas mee; haar lichte bodywarmer met vier zakken was handiger. De sleutelbos van Rosenburg zat daar nog in. Nu nog haar rijbewijs, geld, creditcard, Alex nieuwste smart Phone en de autosleutels.
Ze sloot af en liep de hardstenen trap af. Het geluid van haar hakken weerkaatste eenzaam en hol in de royale entree.
Beneden zat de conciërge op haar stoel te slapen. Voorzichtig schudde Elisabeth haar wakker. Het mensje schrok. ‘O, mevrouw Dolak, gaat u weg?’
‘Ja, ik ga enkele dagen naar Moravië. Kun je voor de post en de planten zorgen?’
‘Ja mevrouw Dolak, natuurlijk mevrouw Dolak.’
Elisabeth knikte, gaf haar het briefje met Alex’ mobiele nummer en liep naar de auto. Ze kon prima met Alex’ Range Rover overweg. De weg, een dikke honderd kilometer, kon ze wel dromen.
Even buiten Wenen zag ze dat er weer een stuk autoweg was klaargekomen. Elisabeth was met haar gedachten bij Rosenburg en schrok zodanig van het waarschuwende getoeter dat ze prompt op de rem trapte. De veiligheidsriem sneed in haar borst. Geschrokken keek ze speurend om zich heen en zag gelukkig nergens politie. Ruim negentig kilometer in de bebouwde kom en ook nog door het rode licht, dat kon een forse bekeuring opleveren, iets waaraan ze nu echt geen geld meer wilde uitgeven. In haar achteruitkijkspiegel zag ze een van de wegwerkers met zijn vinger op zijn voorhoofd tikken.
Met aandacht voor de weg in plaats van onoplosbare rampscenario’s te bedenken, kwam ze bij de Oostenrijkse dorpjes tegen de grens met Tsjechië waaraan de welvaart voorbij was gegaan. De oude kleine wijnkelders, bedekt met gras, waren nog steeds in gebruik. Ze passeerde de openstaande grens en reed even later door Mikulov, waar de mensen druk bezig waren om de oude huisjes op te knappen. De daken met de platte terracottakleurige leitjes gaven het stadje hun oude uitstraling weer terug. Buiten Mikulov reed ze via een landweg naar Rosenburg.
Ze zag dat ze dit binnen twee uur had gereden.
Het grote smeedijzeren hek stond open, een teken dat Rudy weg was. Ze reed door tot het bordes met de verweerde leeuwenkoppen en zette de motor af.
De voorkant van het kasteeltje had nu de oude gele kleur weer terug. Met gevulde plantenbakken zou het slot er minder doods uit zien. Ze stapte uit en wisselde van schoeisel. De buitenlucht, een mengsel van bos en velden werkte verkwikkend. Ze rekte zich even uit en keek naar de wijn velden.
Haar enige hoop om aan geld te komen was de wijn, maar dan moest ze en vakman inhuren. Ze liep automatisch naar de wijngaard. Rudy deed op zijn manier zoveel mogelijk, maar hij miste de juiste kennis. Nog een bof dat ze op hem kon rekenen. Zijn grootvader was als tuinman in dienst geweest op slot Rosenburg. Ook zijn vader was iemand van het oude stempel geweest die trouw was aan de landheer. Vroeger…nee, niet aan denken. Ze moest verder.
De dikke druiventrossen beloofden een overvloedige oogst. Ze bukte, trok een druif van een volle tros en keek al kritisch proevend om zich heen. Een felle schittering verblindde haar. Nieuwsgierig liep ze daar op af.

KOKEN MET DE FRANSE SLAG

‘Jan-Kees dat kan je mij niet aandoen!’
‘Sorry Samantha, ik…’
Samantha zag het aan zijn gezicht. Ze vloekte zacht. Op staande voet eruit! – mijnheer had zich overeten met zijn dure kantoor om indruk te maken op zijn louche clientèle, dus kon haar salaris er niet meer af. Zelf zat ze tot haar nek in de schulden. Voordat ze weer een goedbetaalde baan als advocate zou hebben, was ze een half jaar verder. Ze knikte kort naar Jan-Kees, wenste hem sterkte en maakte met geknepen lippen haar bureau leeg. Jan-Kees stond er schaapachtig bij. Zijn dure pak was gekreukeld en scheren had hij vanmorgen maar vergeten. Het succes van het grote geld was van korte duur geweest. Wijzend op de hoge rekeningen die meteen betaald werden had Jan-Kees vorige maand nog bezworen dat ze niets te vrezen had. Boos kwakte ze de sleutels van de lease BMW op zijn bureau en pakte haar spullen in de klaarstaande doos.
‘Sorry,’ zei hij zacht en hij hield de deur voor haar open toen ze met volle handen naar buiten stapte.
Met de belofte om binnenkort partner te worden, had ze de dure flat met een hoge hypotheek gekocht. Meteen verkopen? Dan moest ze de prijs flink laten zakken en weg was al haar spaargeld.
Ze liep de laatste meters met een steeds zwaarder wordende doos naar haar flat, griste de krant uit de brievenbus, smakte de doos in de hal, schopte haar schoenen uit en schonk zich een bel whisky in.
Ze plofte op de linnen taupekleurige designbank en pakte de telefoon. Met opgewekte tegenzin toetste ze het nummer van Harm, een succesvolle headhunter in. Wachtend op het doorverbinden met haar oude klasgenoot dronk ze het glas leeg.
Harm begon vrolijk: ‘Wat kan ik voor je doen schoonheid.’
Na haar vraag veranderde zijn toon. ‘Samantha, jij durft zeg. Eerst laat je mij stikken en nu je mij nodig hebt… Een baan, ha, ha, en wel meteen? Laat me niet lachen. Probeer een uitzendbureau. Ik kan je op de mailinglist zetten. Reken zeker op drie maanden.’
Korzelig antwoordde ze: ‘Prima, ik red me wel.’
Ze hing op en slikte. Stom om hem gedumpt te hebben. Hij had haar nog zo gewaarschuwd om zich niet met strafzaken te gaan bezighouden, maar ze had hem uitgelachen.
Op haar laptop bekeek ze haar banksaldo en schrok. Drie maanden geen centjes verdienen, kon echt niet. Grommend pakte ze de krant en bekeek de advertenties. Het vetgedrukte woord dringend en ook nog eens onderstreept trok haar aandacht. Na het lezen van de advertentie, stond ze op en liep peinzend door haar flat.
Koken op een Frans kasteel… drie maanden… kost en inwoning en een redelijk salaris. Wie weet kon ze haar flat verhuren nu de zomermaanden voor de deur stonden. Maar een kok? Voor een etentje met vrienden draaide ze haar hand niet om. Ze vouwde de krant met de advertentie naar boven. Beter eerst de uitzendbureaus gaan bellen.
Na een uur was haar moreel gezakt tot nul. Op een stom baantje als kassière, kinderoppas, hondenuitlaten of verkoopster zat ze niet te wachten. Met lood in haar schoenen las ze de advertentie uit Frankrijk nog eens door en zette haar laptop aan. Hun website loog er niet om. Een kasteeltje om verliefd op te worden met antiek ingerichte kamers; vier dubbele kamers en een eenpersoonskamer. Op het grote terrein lag een beschut zwembad met een pool house. Aantrekkelijke ligbedden noodden om je zo daarop te willen neervlijen. Op een kladje schreef ze enkele vragen in het Frans en draaide het nummer.
Een aardige stem vroeg haar beleefd naar een aantal vaardigheden.
Ja, ze sprak de moderne talen en koken kon ze als de beste. Haar hart sloeg een slag over toen ze dit gezegd had. Stom was ze niet en op internet zou ze vast goede recepten met de plaatselijke ingrediënten kunnen vinden, maakte ze zichzelf wijs.
Monsieur de Montigny vroeg haar e-mailadres en haar telefoonnummer en beloofde om snel iets te laten horen.
Meteen belde ze haar zusje om te vragen of zij haar flat zou kunnen verhuren, mocht dit baantje doorgaan.
‘Hemel Samantha…jij en koken… laat me niet lachen. Sta je zo met je rug tegen de muur?’
‘Heleen, mijn flat raak ik echt niet morgen kwijt en om eerlijk te zijn, ben ik blut.’
‘Rot voor je. Ik heb die vent voor wie jij werkte nooit gemogen. Veel te gladjes. Oké, ik zal mijn best doen.’
Ze zuchtte opgelucht, trok haar nette pak uit, hees zich in jeans en begon haar privé-spullen op te ruimen. In de berging was nog een lege kast; prima om deze daar te stallen.
Telkens keek ze op haar horloge maar ze schrok toch toen haar telefoon rinkelde.
‘Oui? Morgen? Ik kan de nachttrein nemen… Ja, ik zag dat al op internet.’
Ze juichte hardop en draaide meteen het nummer van Heleen. Haar praktische zus begon: ‘Neem een eigen koksmes mee, dat staat professioneel. Ik kom zo wel naar je toe. Van een carnavalsfeest heb ik nog een koksoutfit.’

Gebroken van de nachttrein stapte ze uit de taxi. Met moeite herkende ze de foto van de website. Het kasteel kon best een verfje gebruiken. Met gemengde gevoelens zag ze de achterlichten van de taxi de oprijlaan afrijden.
Gewapend met de kokskleding en een eigen mes in haar bagage liep ze het bordes op.
De bel ging over, maar niemand kwam. Geïrriteerd keek ze op haar horloge. Elf uur. Ze had verteld dat ze met de nachttrein zou komen en tegen elven zou aankomen. Ze liet haar zware koffer staan en liep achterom.
Op het terras zaten vier jongemannen relaxed rond een grote tafel waarop een champagnekoeler prijkte.
‘Hallo, ik ben jullie nieuwe kok,’ riep ze de jongelui toe.
De oudste stond op ontkurkte de fles en bood haar met zwier een glas aan met de woorden: ‘Welkom, we zijn erg blij dat u meteen kon komen. Goede reis gehad? Ik ben Alain.’
Ze herkende de prettige stem van het telefoongesprek.
Hij wees op de anderen en zei: ‘Madame dit zijn mijn broers Bernard, Claude en Didier. U komt net op tijd en dat moet gevierd worden, want straks komen de eerste gasten; acht mensen. Ze bestelden een vijfgangenmenu.’
De jongens stonden op en gaven haar een hand.
Met het glas in haar hand stamelde ze: ‘U maakt een grapje…’
‘Nee, helemaal niet… De vorige kok die eh is… nou ja… u bent er nu toch. De ijskast is dacht ik vol. Kijk maar even. Morgen brood bakken en dan de lunch serveren. De gasten willen morgenavond ergens naartoe, dus dan is een klein hapje voldoende. U kijkt zo… ‘
‘Nou ja, ik had me dit anders voorgesteld. Eerst de voorraad bekijken en aan de hand daarvan samen het menu opstellen, zo deed ik dat in Nederland.’
‘Tja, Nederland, die gasten komen daarvandaan…’
Met grote moeite kreeg ze eruit: ‘Nou dan moet ik maar eens opschieten. Waar kan ik slapen? Laat u mij de keuken en de voorraad zien.’
Alain de Montigny maakte een gebaar dat ze moest blijven zitten en zei: ‘Oké, drink eerst maar rustig het glas leeg.’
‘De reiskosten… begon ze.’
‘Dat regelen we wel als de gasten betaald hebben. Hebt u bagage madame?’
‘Staat bij de voordeur.’

Alain pakte haar koffer op en ging haar voor.
De trap naar de zolder waar eens de meidenkamers waren, kraakte.
De kamer stonk muf, naar oud huis. Jaren niet gebruikt. Het verschoten bloemetjesbehang liet op sommige plaatsen los. Had de vorige kok een betere kamer? Ze trok een vies gezicht en wilde het raam opendoen.
‘Voorzichtig,’ waarschuwde hij – hij wees op een afgebroken scharnier.
Met lichte afkeer bekeek ze het vertrek. Op de bobbelige matras die uit 1800 leek te stammen, lagen lakens en handdoeken. Het sanitair bestond uit een brocante bidet op pootjes en een lampet kan. Ze bevoelde de matras en zei: ‘Zit het familiekapitaal er soms in?’
Alain streek peinzend met zijn hand door zijn donkerblonde haar.
‘Ik neem aan dat de gastenkamers beter zijn.’
Hij knikte, zette haar koffer met een plof op de grond en gebaarde dat ze mee kon komen.
Trots toonde hij de kamers en sloot zijn rondleiding af met: ‘Het sanitair heeft Claude aangelegd.’
Ze knikte en slikte de woorden duidelijk zichtbaar nog net in.
‘De foto’s van de website…’ begon ze.
‘Ach… de sfeer, typisch Frans… daar komen de gasten voor.’
‘Hebben jullie dit al lang?’
Alain knikte. ‘Ruim 200 jaar in de familie. Onze ouders kwamen recent om en…’ hij maakte een hulpeloos handgebaar.
‘Ik begrijp het. Jullie proberen ervan te leven.’
‘Ja, met een topkok, zoals u moet het lukken.’
Ze waren bij de keuken aangekomen. Een groot fornuis en een vieze magnetron.
‘Voorraad?’ vroeg ze.
Hij sloeg met zijn hand op zijn hoofd en mompelde iets van helemaal vergeten.
Op haar vraag: ‘Hoe laat wilt u dat het eten klaar is?’ keek Alain peinzend.
‘Ik veronderstel dat de gasten eerst een apéro krijgen?’
Hij knikte en mompelde: ‘goed, goed.’

Ze bekeek de aanwezige ingrediënten in de ijskast, spitte de keukenkastjes door en herhaalde als een mantra: ‘Een goede kok moet improviseren.’
De koude lamsbout rook nog goed en een ragout was zo gemaakt. Een torentje couscous uit een pak dat eigenlijk over de datum was, toonde heel aardig. Kazen waren er volop al verdacht ze de broers ervan dat ze hiermee – plus een slok uit de fraaie wijnkelder van wijlen papa – hun maag vulden.
Vruchtensla van fruit uit de tuin als dessert, overgoten met een flinke scheut Marc moest de maaltijd maar afsluiten.
Gekleed in de toneeloutfit, stond ze courgettes uit de tuin te snijden toen de jongste zoon snuivend de keuken in kwam. Hij bromde goedkeurend en tilde het deksel van de pan met ragout op en wilde met zijn vinger een lik nemen.
‘Ho, ho, dat gaat zo maar niet. Jullie willen toch geen zieke gasten? Wie dient? Wie wast af?’
‘Nou u toch?’
Ze draaide met haar ogen en ging met haar armen over elkaar voor hem staan. ‘Ik ben daarvoor niet ingehuurd. Ik kook, maar jullie doen de rest. De inkoop wil ik wel voor mijn rekening nemen, maar meestal werk ik met vaste leveranciers die de goederen afleveren. Hoe heet je ook alweer?’
‘Sorry, ik ben Didier. Ja, ziet u… eh we doen dit nog niet zo lang…’
‘Maar jullie hadden toch een kok? Is die vermoord of zo?’
Didier sloot zijn ogen. Samantha had het niet meer.
Ze begon: ‘Hebben jullie al veel gasten gehad? Hoe doen jullie dat met schoonmaken en de was?’
‘Eh… daar moeten we nog over denken.’
‘Maar jullie website zegt…’
Met: ‘ Ja, mooi is die hè?’ ontweek hij haar vraag.
Samantha schudde haar hoofd. ‘Hoeveel boekingen hebben jullie? Helemaal vol voor de zomermaanden?’
Hij knikte enthousiast.
‘Echt?’
‘Ja, Amerikanen, Engelsen, Duitsers en Russen en natuurlijk die Hollanders die straks komen.’
Ze liep naar het terras en begon tegen de jongens: ‘Ik wil even duidelijk zijn over de taakverdeling. Didier verwacht dat ik ook opdien, opruim en de afwas doe. Dat zijn we niet overeengekomen.’
Alain hield zijn hand op en zei: ‘Goed, dan doen wij dat wel.’
‘Nog iets, hebben jullie een schoonmaakster? Hoe doen jullie dat met de was?’
Bernard keek haar aan, krabde zich achter zijn oor en zei alleen: ‘Tja…’
‘Het gaat niet vanzelf hoor. Ik wil jullie best helpen.’
De rest van de middag gaf ze de jongens instructies. Als de bliksem werden haar suggesties, zoals het kopen van extra lakens en handdoeken plus zeepjes en shampoo van een goed merk, uitgevoerd. Verse bloemen uit de tuin sierden alle kamers en voor het ontbijt lagen de stokbroden al in de vriezer.
‘Fijn dat u als professional het overneemt,’ zei Bernard gniffelend, toen de eerste gasten het hek binnenreden.
Wat schrok ze toen ze de grote knalrode Bentley van Paul herkende.
Ze rende naar boven. Dat ze juist hem had verdedigd…
Na snel haar make-up te hebben verwijderd en met haar lange blonde haar onder de hoge koksmuts gepropt, kwam ze beneden.

Het water liep over haar rug, maar rond 8 uur stonden de fraai opgemaakte borden op de grote tafel. Met ludiek gedrapeerde sla uit de tuin leek het voorgerecht heel wat.
‘We hebben dan ook een topkok,’ hoorde ze Alain zeggen toen de laatste vuile borden op het aanrecht stonden.
Hij kwam de keuken in en zei: ‘Ze willen u zien.’
‘Zeg niet dat ik uit Nederland kom,’ smeekte ze.
Paul zat aan het hoofd van de tafel met zijn hand veel te hoog voor netjes op het dijbeen van een ordinaire blondine. De andere mannelijke gasten hadden ook een stoeipoes meegenomen. De tafel leek een slagveld. Ze trok haar mondhoeken op en liet het slappe applaus gelaten over zich heen komen.
Ze boog kort, draaide zich om en hoorde Paul zeggen: ‘Die meid lijkt sprekend op Samantha, de advocate die mij heeft vrijgepleit. Die troel moest eens weten…’
Ze voelde zich een sufferd. Natuurlijk had ze hem van meineed verdacht, maar Jan-Kees wilde dat ze alles op alles zou zetten om hem vrij te pleiten, de schoft…
Net toen ze de neiging kreeg om iets in zijn koffie te doen, kwam Claude de koffiekopjes halen. Didier boog zich zuchtend over de afwas. Samantha pakte een stuk kaas van het geplunderde plateau en vroeg aan Alain: ‘Het zijn mijn zaken niet, maar hebben jullie een creditcard machine?’
Hij schudde zijn hoofd.
‘Betalen jullie gasten contant? Gaan ze er nooit vandoor zonder betalen? Ik vraag dit omdat ik hier voor mijn broodje werk en ik dacht dat jullie…’
Didier wreef met de theedoek zijn nek droog en keek verlegen.
Alain ging op een punt van de tafel zitten en vroeg: ‘Mag ik Samantha zeggen?’
‘Natuurlijk.’
‘We hadden nooit gedacht…’
‘Bedoelen jullie dat dit zou gaan lopen?’
Alain knikte en schonk haar een glas in. De mannelijke gasten liepen luidruchtig sigaar rokend naar het zwembad. Door het open raam ving ze het een en ander op. Prima locatie. We blijven hier 14 dagen. Niemand weet dat we hier zijn. We bereiden alles voor. Geef die sloebers een voorschot, dat houdt ze rustig.
Samantha maakte een gebaar dat ze stil moesten zijn. Met haar hand achter een oor probeerde ze nog zoveel mogelijk op te vangen.
Alain boog zijn hoofd naar haar en keek vragend.
‘Criminelen,’ fluisterde ze terug.
Bernard deed het dressoir open en pakte een geweer. Ze pakte de loop beet en boog deze naar de grond.
‘Ben je raar… ze willen je een voorschot betalen, wacht dat eerst af.’
Hij knikte en borg het geweer op.

Na een week had ze het koken in haar vingers. De broers vroegen haar of ze in vaste dienst wilde komen.
‘Jongens, in de zomer komen de gasten wel, maar zonder verwarming…’
‘Een paar elektrische kacheltjes,’ begon Claude.
Ze schudde haar hoofd. ‘Bovendien heb ik nog een appeltje te schillen met mijn vroegere baas…’

Samantha keek de Bentley na. Een dagje Aix, had Alain gezegd. Ze trok Alain aan zijn jasje.
‘Heb je iets verdachts op de kamer van die kale gezien? Papieren? Een laptop?’
Hij trok zijn mondhoeken naar beneden en wenkte dat ze mee kon komen. Samen onderzochten ze de kamer.
Samantha zette Pauls laptop aan. Ze slaakte een kreet toen ze de correspondentie met Jan-Kees onder ogen kreeg. Alain keek mee en zei: ‘Je bent vast geen echte kok.’
Ze hield haar adem in en zei: ‘Nee, het spijt me dat ik hier onder valse voorwendsels ben gekomen. Ik ben advocate… werkeloos door … door hem.’
Boos wees ze op de correspondentie.
‘Ik herken het logo van justitie. Ik studeerde rechten. Toen kwamen mijn ouders om. We dachten dat ze er warmpjes bijzaten, maar hun banksaldo was nul.’
Ze trok haar lippen tot een smalle streep en zuchtte: ‘We zijn dus allebei blut. Gewoon doorgaan lijkt me het beste en zorg vooral dat ze betalen.’
Alain keer zorgelijk, krabde zich op zijn hoofd en zei zacht: ‘Als amateurs hebben we het zo slecht nog niet gedaan.’
Beiden schoten in de lach.

Van al dat staan in de keuken wilde ze even bijkomen en ze trok peinzend baantjes in het zwembad. De broers doken ook het water in en stelden haar allerlei vragen.
Samantha stapte het zwembad uit en sloeg een handdoek om. Ze hield haar hand op. ‘Niet door elkaar praten alsjeblieft.’
Zittend op de rand met haar vermoeide benen in het water bungelend, vertelde ze in het kort wat Paul had uitgespookt en waarom ze op de advertentie had gereflecteerd. Ze eindigde met: ‘Puur toeval dat die vent juist bij jullie logeert.’
‘We kunnen hem laten verdwijnen,’ zei Bernard en voegde meteen toe: ‘Grapje.’
‘Niets laten merken. Ik zal mijn best blijven doen en jullie helpen om een succes van jullie chambres d’hôtes te maken. Reuze rot dat jullie berooid zijn.’
‘We willen ons huis houden,’ zei Bernard.
‘Nergens iets te vinden?’
‘We hebben overal gezocht…’
Samantha keek Alain plotseling aan: ‘Herinner jij je nog wat ik zei toen jij mij mijn kamer toonde?’
‘Shit,’ siste hij en rende naar boven.
De broers volgden hem. Even later kwam een stralende Alain op haar af. Hij gaf haar spontaan een zoen en overhandigde haar een stapel bankbiljetten. ‘Je verdiende loon!’
‘Ik heb het met mijn eigen lichaam bewaakt,’ grapte ze.
‘We zijn uit de ellende,’ riep Claude en maakte met haar een rondedans.
‘Wat nu? Moet ik naar huis en spelen jullie niet meer chambres d’hôtes?’
Alain keek haar korzelig aan. ‘Natuurlijk niet! Ik hou mij aan het contract van drie maanden, wat dacht je. Kom dit moeten we vieren. We gaan vanavond uit eten.’

Drie maanden later belde een bruin verbrande Samantha bij Jan-Kees aan. Verbaasd vroeg hij haar binnen. ‘Je ziet er prima uit. Hoe was je vakantie?’
‘Zeer leerzaam, ja heel bijzonder, moet ik zeggen.’ Ze graaide in haar tas en overhandigde hem een dwangbevel, draaide zich om en zei koel: ‘Ik laat niet met me sollen.’
Gniffelend reed ze in haar oude auto naar huis.
In haar flat zaten de vier broers te wachten. Alain keek haar vragend aan.
Ze knikte. ‘Ja, hij was er en ik heb het afgegeven. Als hij dit heeft gelezen, ontploft hij.’
Ze schonk net koffie in, toen de bel ging. Claude keek naar buiten en zei: ‘Zoals verwacht… die rode Bentley… maak je geen zorgen, we staan ons mannetje. We hebben onze mobieltjes in de aanslag en…’
Alain gaf haar een duwtje. Trillen op haar benen deed ze open.
Paul keek haar vuil aan, duwde haar naar achteren, pakte haar ruw bij haar pols en stapte naar binnen. Hij trapte de deur dicht en begon dreigend: ‘Zo, laat jij niet met je sollen…? Nou ik ook niet. Je gaat eraan. Dacht ik het niet… kok spelen… knappe meid. Dat je mij gevonden hebt… Jan-Kees belde mij meteen. Dwangbevel… laat me niet lachen. Jij hebt mij vrijgepleit. Niemand weet dat je terug bent, dus…’
Hij draaide haar arm op haar rug en trok met zijn andere hand een pistool uit zijn broekriem.
Met de broers keek ze uit het raam toen de overvalwagen wegreed.
Ze wreef haar pols en zei zacht: ‘Fijn dat jullie er waren.’
Alain sloeg een arm om haar heen.
‘Zonder jou…’ begon Claude.
Gniffelend zei Didier: ‘En jij sliep op ons familiekapitaal…’
Samantha grinnikte.
‘Nu champagne!’ bromde Bernard. Alain schonk de glazen in en vroeg: ‘Wat wil je doen? Blijf je in Amsterdam tot de rechtszaak achter de rug is of ga je met ons mee?’
Bernard schonk nog eens in en zei: ‘Op je kookkunst, heel goed voor een amateurtje.’
Ze stak haar tong naar hem uit, hief het glas en zei: ‘Op maître Alain, dokter Bernard, ingenieur Claude, websitebouwer Didier en natuurlijk op de restauratie van jullie kasteel.’
‘Je vergeet ons,’ zei Alain en hij keek haar veelbetekenend aan.

LAWINE

 

‘Caroline…?’
Ze hoorde een lichte aarzeling in zijn stem. Nieuwsgierig wat Geoffrey nu weer had, liep ze naar zijn kamer. Hij stond op het punt om met een dik dossier te vertrekken en keek haar nauwelijks aan. ‘Kan jij Alex onder je hoede nemen? Ik had hem beloofd om dit weekend met hem naar Verbier gaan, maar dat kan nu niet.’ Hij tikte op het dossier. ‘Kreeg net een uitnodiging voor een seminar.’
‘Geen probleem, je kunt op mij rekenen.’
Geoffrey bromde goedkeurend en hield zijn leren tas open. ‘Jij kunt hem vast overtuigen om iets met zijn leven te gaan doen. Ik regelde al een plaats op de universiteit en een repetitor voor zijn rechtenstudie.’
Ze knikte. ‘Kom je later?’
‘Ik zal het proberen.’ Voorzichtig liet hij het dossier in zijn tas glijden.
‘Is je zoon er al?’
‘Nog niet. Hij komt morgen vroeg in Genève aan. De jongen kan de trein naar Lausanne nemen. Als jij hem daar van het station kunt ophalen… Ik stuur hem wel een berichtje… je hebt toch die rode X3?’ Hij keek op zijn horloge en sloot zijn leren tas.
‘Je kunt op mij rekenen.’
‘Mooi, de kosten zijn uiteraard voor mijn rekening. Ga met Alex dineren bij La Grange en bel Alois.’
‘Uiteraard. Ga maar, ik zie dat je haast hebt.’
Ze keek hem na. Met haar 38 jaar, was ze 5 jaar geleden opgeklommen tot partner bij het grote advocatenkantoor in Lausanne waar Geoffrey de scepter zwaaide.
Veertien jaar geleden was ze bij zijn prestigieuze advocaten kantoor aangenomen. Katharina en Geoffrey waren toen nog bij elkaar. Ook toen ze hier pas werkte vroeg Geoffrey haar om af en toe op zijn kind te passen. Alex, het verlegen jongetje van 10 dat ze in een teruggetrokken puisterige puber had zien veranderen.
Toen Katharina een contract kon krijgen bij een balletgroep in Amerika, werd het een scheiding van tafel en bed. Geoffrey regelde het zo dat Alex met zijn moeder vertrok. Hij vond een kind maar lastig. Met een klein rekensommetje begreep ze dat de jongen nu 24 zou zijn.
Het was een van Geoffreys briljante ideeën geweest om het grote chalet in Verbier door de maatschap uit het faillissement van een klant te laten kopen. Eerst leek het haar niets om ook buiten kantooruren hier met collegae te zijn, maar de fantastische ligging en de mooie omgeving werkten positief en bovendien presteerde iedereen beter. Zij had geboft dat haar een van de zonnigste zit-slaapkamers in het grote chalet was toebedeeld.
Alois, de man die voor de vorige eigenaar de boel onderhield, was blij dat hij zijn baan had kunnen houden. Hij deed zijn werk uitstekend.
Ook in de zomer was het daar heerlijk toeven. Ze merkte dat ze echt bijkwam van de zware werkdruk. Het binnenzwembad werd het hele jaar door verwarmd, de keuken was praktisch en als iemand een partij wilde geven, stond de kok van Chalet d’Adrien klaar om te cateren.
Ze had er de pest in dat ze haar vrije weekend moest opofferen om zich over dat joch te gaan ontfermen, maar niemand, zelfs de oudere partners, haalde het in hun hoofd om Geoffreys eisen niet te eerbiedigen. In haar agenda stond voor die zaterdag alleen een kappersafspraak. Ze belde de kapper af, telefoneerde met Alois en zocht de vlucht uit New York op. Het toestel werd om zes uur ’s-morgens verwacht. Zonder vertraging, kon Alex de trein van zeven uur nemen en kwart voor acht in Lausanne zijn.
Ze sloot haar design bureau af, pakte haar tas en liep naar haar auto.

In haar ruime nog maar half ingerichte appartement zocht ze haar skikleren bij elkaar.
Op haar telefoon hoorde ze een piepje. Robert, haar buurman. Ze bekeek het bericht ga je morgen mee naar het concert? Ik kon nog net plaatsen bemachtigen, ook voor het souper.
Ze gromde zacht. Even flitste de gedachte door haar hoofd om Alex te laten stikken. Blijkbaar was hij nog steeds een watje, maar beloofd was beloofd.
Ze belde bij Robert aan.
Hij deed open en omhelsde haar. ‘Caroline, ik zond je net een berichtje… aan jouw gezicht te zien…’
‘Ik baal hiervan Robert… zou dolgraag gaan… dat weet je… het werk…’
‘Heb jij je weer door die ouwe laten lijmen?’
Ze knikte. ‘Nu zijn vrouw dood is wil hij de goede vader gaan spelen. Ik moet zijn zoontje opvangen en bezighouden tot hij komt.’
‘In Verbier?’
Ze knikte en pakte het glas aan dat Robert voor haar had ingeschonken.
‘Kan je daar niet onderuit?’
Ze keek haar elegante buurman aan en kneep haar lippen samen. ‘Hij bepaalt de bonus. Dit dure appartement en de nieuwe auto die ik net kocht… Ach, ik zit nu eenmaal in dit schuitje.’
‘Tja…’
‘Zo erg is het ook weer niet en ik hou van mijn werk. Kan je iemand anders meenemen… zonde om dit te laten lopen. Luister voor mij. Ik ga maar weer. Nog even pakken en morgen vroeg op, want ik moet die knul ook nog ophalen van het station.’
Robert liep met haar mee naar de deur. ‘Sterkte met je oppas-job.’
Ze trok een gezicht en liep naar haar eigen bedoening.
In haar ijskast lag nog een stuk quiche, prima om dit vanavond te eten. Morgen kon ze zich als oppas laten verwennen door de kookkunst van Jeremy, de kok van La Grange.
Ze zette de wekker, al wist ze dat haar persoonlijke klok nog steeds prima werkte.

Na een glas sinaasappelsap en een plak cake, pakte ze haar bagage op. Met de lift was ze zo in de garage. Op haar horloge zag ze dat ze alle tijd had om naar het station te rijden. Ze vond een strategische plek voor de uitgang van het station, al kon ze daar niet echt parkeren, dus bleef ze zitten. In het tegenlicht was het moeilijk om een jongeman met ski’s tussen de stroom passagiers die het station uitliepen te ontdekken.
Een tikje tegen haar raam deed haar omkijken. Een lange knappe man stond bij het rechterportier van haar auto. Haar wenkbrauwen schoten omhoog. ‘Alex?’
Hij knikte en ze ontgrendelde de deur.
‘Caroline… hallo… mijn vader meldde al dat jij een rode BMW hebt. Fijn dat ik mee kan rijden. Kan de achterklep open?’
‘Zeker… ik druk even op de knop. Goede reis gehad?’
Hij knikte. Ze zag in haar achteruitkijkspiegel dat de ski’s schuin net in de achterbak pasten. ‘Zo, die liggen. Nu nog even mijn reistas. Sluit dat ding maar… of wil je dat ik op die knop druk?’
De klep sloot zacht zoevend en hij stapte naast haar in. Ze reed meteen weg, want er stond een ongeduldige automobilist achter haar. Met alle aandacht voor het verkeer ging ze de grote weg op.
Alex leunde achterover. ‘Ik ben erg benieuwd naar het chalet. Hoorde dat dit van een of andere filmster is geweest. Is het erg kitschachtig?’
‘Nee, gelukkig niet… de kerel heeft de inrichting door een binnenhuisarchitect laten doen. Geen gouden kranen en zo.’
Ze moest remmen voor een vrachtauto en keek opzij. Alex had de veiligheidsriem net vastgemaakt.
‘Was het ontbijt in het vliegtuig voldoende? We kunnen stoppen bij de Mövenpick om een hapje te nemen… is hier vlakbij.’
‘Hoe lang is het nog rijden?’
‘Ongeveer anderhalf uur.’
‘Stop dan maar… heb jij al ontbeten?’
‘Nauwelijks. Hou je vast. Het is hier… ik maak een scherpe bocht.’
Ze parkeerde de auto en stapte uit.
Alex volgde haar, geeuwde en rekte zich uit.
Ze wees naar een tafeltje aan het raam. ‘Kom, ik zie daar een mooi plaatsje.’
Hij hield keurig de restaurantdeur voor haar open.
Caroline ging zitten en pakte de kaart. ‘Nog gecondoleerd met het verlies van je moeder.’
‘Dank je Caroline… vader wil dat ik weer in Zwitserland ga wonen.’
‘En jij?’
‘Ach, ik moest haar flat in New York toch uit.’
Hij pakte de kaart en knikte naar de serveerster die bij hun tafeltje stond.
‘Twee keer ontbijt zeker?’ vroeg het meisje.
‘Graag juffrouw.’
Ze keek hem vragend aan. ‘Thee?’
‘Nee, voor mij koffie.’
Caroline knikte. ‘Straks wil ik een espresso als ik de croissant op heb.’
Het meisje liep weg en ze zag dat Alex haar verstrooid na keek.
Hij was een mooie man geworden, zich niet bewust van zijn aantrekkingskracht. In zijn gezicht herkende ze trekken van zijn moeder. Qua figuur, zou hij een danser kunnen zijn.
Een mandje met 4 croissants werd al voor hen neergezet.
‘Alex, ik heb genoeg aan één. Neem jij die van mij maar.’
‘Meen je dat?’
‘Natuurlijk. Ik heb je vader beloofd om goed voor jou te zorgen. We eten vanavond bij La Grange, een begrip in Verbier. Ik neem aan dat jij niet alleen maar Hamburgers eet.’
Hij grinnikte. ‘Spaar me… moeder was erg verwend.’
‘Jij ook?’
‘Nee, klinkt misschien gek, maar van mij hoeft poespas niet zo. Natuurlijk eet ik mijn bord leeg als ik in een top restaurant ben.’
‘Jij geeft meer om geestelijk voer?’
‘Zo zou je het kunnen noemen. Mijn overgrootvader schreef ook.’
‘Dat ook…, slaat dat op schrijfambities? Handig in de advocatuur.’
‘Spaar me de advocatuur, jammer voor mijn vader… ik vind dat beroep niet creatief genoeg.’
‘Ik kan jouw vader niet oncreatief noemen… toen hij besloot om dit chalet te kopen…’
‘Iedereen kijkt tegen hem op.’
Ze zag een diepe rimpel op zijn voorhoofd komen. Hij ademde zwaar en keek haar toen aan. ‘Mijn moeder koos voor een eigen carrière.’
‘Daar kan ik helemaal inkomen, maar dan moet je wel een speciaal talent hebben.’
Alex dronk zijn koffie en schoof zijn bord van zich af. ‘Zo ik ben wakker, wil jij die espresso nu hebben?’
‘Graag, heb jij genoeg gegeten?’
‘Net wat ik nodig had Caroline. Je zorgt prima voor mij.’
Alex hield zijn hand op en wees naar zijn lege espresso kop. Hij stak twee vingers op.
Caroline zocht haar portemonnee.
Alex keek schaapachtig. ‘Sorry, ik heb alleen maar dollars. Het is niet mijn gewoonte om een vrouw te laten betalen.’
Ze stond op. ‘Dit is op verzoek van je vader… puur een zakelijk uitje.’
Ze rekende af en stopte de nota in een speciaal vakje in haar tas.
Zwijgend liepen ze naar de auto.
Alex doezelde af en toe een beetje weg, maar hij was klaar wakker toen ze over het onregelmatige pad naar het chalet reed.
‘Wow,’ riep hij toen ze voor het grote chalet stopte.
Alois kwam aanlopen, met een donkergroen voorschoot om. ‘Welkom mijnheer Alex, mevrouw Caroline, fijn dat u er weer bent. Ik bekommer mij over de bagage. Mijnheer Alex krijgt de gasten suite.’
‘Toe maar… een suite…’
‘Zo groot is die niet hoor, maar we noemen hem zo. Wat wil je… een warm bad… meteen skiën… je zegt het maar.’
‘Ik wil dit chalet eerst eens bekijken… mag ik jouw kamer ook zien? Deze architectuur… prachtig… zeker nauwelijks een spijker aan te pas gekomen.’
‘Dat zou ik niet weten, volgens mij is dit het mooiste chalet in Verbier. Kijk rustig rond. Mijn kamer is hier boven de ingang, met dat balkon. Eerste etage, kan niet missen… nummer 7. Alois zet je ski’s al weg.’
Caroline pakte haar beautycase en liep naar boven. In haar kamer opende ze de deur naar haar balkon. Ze rekte zich uit en snoof de frisse lucht op. Door de stralende zon leek de sneeuw bezaaid met diamanten. Ze keek naar de ring die ze altijd droeg, nog van haar moeder geweest. Veel mannen dachten dat dit haar trouwring was, maar voor een partner had ze geen tijd. Het was goed zo, wist ze. Wel voelde ze het gemis van een sterke schouder. Met Robert kon ze het prima vinden, al ging zijn seksuele voorkeur naar mannen uit.
Ze hoorde het klopje van Alex.
‘Kom binnen, ik bewonder net het uitzicht… hier krijg je nooit genoeg van.’
Hij kwam naast haar staan en sloeg zijn armen over elkaar. ‘Om stil van te worden… of om hier een thriller te schrijven…’
Ze draaide zich om en vroeg zich af of hij een grapje maakte, maar hij keek heel ernstig.
Hij draaide zich om, leunde met zijn billen tegen de balustrade. ‘Ik meen het… hier zou ik best een tijd willen wonen om een boek te kunnen schrijven… geen afleiding…’
‘In Verbier is afleiding genoeg… te veel zelfs.’
‘Nee, ik zou het pand niet willen verlaten… maar dat is geen optie. Ik kan niet van vader verwachten dat hij mij gaat onderhouden.’
‘Ik neem aan dat jij je erfdeel van je moeder…’
Hij hield zijn hand op. ‘Moeder had rijke vrienden… ik erf niets… die balletschool… slurpte geld. Ach, ze was er gelukkig mee.’
Caroline ging op de houten bank zitten. Een brutaal roodborstje hipte op de rand van de balustrade.
Beiden draaiden hun gezicht naar het diertje dat hen olijk aankeek.
‘Een roodborstje… betekent een strenge winter. Mijn moeder zei dat altijd. Meestal komt dat ook uit. Zeg, hou jij van skiën?’
‘Jawel. Met dit prachtige weer… ga jij ook?’
‘Daar had ik al op gerekend. Mijn ski’s staan hier.’ Ze keek op haar sportieve Hermes horloge. ‘Als we opschieten kunnen we met de lift naar boven, daar buiten lunchen en dan naar het chalet afdalen. Hier is ook een binnenzwembad… even een uurtje plat en daarna met de sneeuwscooter naar La Grange. Lijkt je dat wat?’
Hij gaf haar een high five.
‘Oké Alex, naar je kamer, dan hijs ik mij in de skikleren.’

Alex stond al buiten op zijn ski’s, toen ze beneden kwam. Alois reikte haar ski’s aan. ‘Veel plezier u beiden… kan ik nog iets voor u doen?’
‘Zijn er croissants voor het ontbijt?’
‘De ijskast is gevuld mevrouw Caroline.’
‘Fijn, dank je Alois. Alex, pas op dat jij je hoofd niet stoot aan die ijspegels. Die kunnen dodelijk zijn… iets voor je boek…’
Hij reageerde niet op haar opmerking, maar keek haar even aan. ‘Je bent toch partner hè?’
‘Ja, dat is wel de voorwaarde om een aandeel in dit chalet te hebben.’ Ze deed haar ski’s aan en wees richting lift station. ‘Kijk, je moet daar heen, een klein stukje. Ski maar achter mij aan, dan komen we in de juiste rij.’
‘Prima.’
In de liftkooi stonden ze dicht tegen elkaar. ‘Ja, het is nu druk… iedereen wil boven lunchen… Alois heeft al een tafeltje besproken.’
‘Ik word hier in de watten gelegd.’
‘Iets op tegen?’
Caroline volgde de meute uit de lift. Ze tikte Alex op zijn schouder toen hij zijn ski’s wilde aandoen. ‘Beter om te lopen. Het is maar een klein stukje.’ Ze wees naar de grote houten vlonder waar gedekte tafeltjes en banken keurig in het gelid stonden. Er zaten al een paar mensen achter de wijn.
Patrice groette haar, maakte een veelbetekenend gebaar toen hij Alex zag en wees naar een tafeltje, waarna hij iets van welkom tegen Alex bromde.
‘Wat kan je ons vandaag aanbevelen Patrice?’
‘We hebben raclette…’
Ze keek Alex vragend aan.
Hij knikte al. ‘Heerlijk, jaren niet gegeten.’
‘Goed, Patrice twee maal en een karafje witte wijn uit de Valais, plus een fles water. Wat heb je toe?’
‘Vacherin…’
‘Hm, zalig.’
Ze reikte Alex een tube aan. ‘Hier, smeer je gezicht in…’ Ze pakte een handspiegeltje uit haar zak en hield dit hem voor. Aan zijn gezicht zag ze dat hij dit bemoederen maar niets vond.
‘Doe het maar, de zon is hier fel, anders ben je vanavond een gekookte kreeft.’
Patrice had dit gehoord en knikte. ‘Mevrouw heeft gelijk, ook ik smeer mij in.’
‘Ik doe het al….’
Ze bekeek zijn knappe gezicht. Zijn donkere haar was prima geknipt. Hij had mooie handen met slanke vingers.
Hij gaf de tube terug met een gebaar of het zo goed was.
De wijn werd al gebracht. Ze wilde inschenken, maar Alex was haar voor.
‘Dat is mannenwerk.’
Ze leunde achterover en sloot even haar ogen. Mooie stem had hij ook. Jammer dat hij 14 jaar jonger was. Ze gniffelde even.
‘Binnenpretje?’
‘Ja, Patrice denkt dat jij mijn nieuwste verovering bent.’
‘Nou, waarom niet? Ik ben geen kind meer.’
Ze voelde dat ze bloosde. Snel rechtte ze haar rug. ‘Right… hier komt de raclette… zeg maar hoeveel porties jij wilt hebben.’
Caroline bediende zich van het Bünderfleisch en schoof het schaaltje met augurkjes en uitjes richting Alex. Ze knikte goedkeurend naar de sla die Patrice had neergezet.
‘En… lekker? Dit vult hoor… met die kou kunnen we dit best gebruiken.’
Ze pakte een gepofte aardappel uit het folie, sneed deze open en deed hier een klodder zure room op. ‘Dat ski ik er straks wel weer af.’
De bordjes werden al weer bijgevuld.
‘Nu heb ik echt genoeg. Alex. Ik heb nog recht op twee porties… als jij…’
Hij keek haar enthousiast aan.
Onzeker door die mooie ogen, schraapte ze haar keel. ‘Ik hou liever een plaatsje over voor het ijs. Wil jij daarna ook nog een heerlijke kop warme chocola?’
Patrice kwam vragen of alles naar wens was.
Alex keek op. ‘Heerlijk, ik heb dit jaren niet gegeten.’
‘Patrice, ik wil afrekenen, mag ik de nota?’
Patrice keek of hij het niet helemaal begreep, maar hij knikte en pakte zijn opschrijfboekje. Ze betaalde contant.
‘Dank je Patrice, dat was echt heerlijk. Kom we gaan.’
Ze stonden beiden op. Alex liep achter haar aan. Beiden pakten hun ski’s.
Een paar meter verder wees ze naar het dal legde de ski’s op de sneeuw en stapte op de bindung. ‘Je moet mij volgen. Je kent het hier niet.’
Ze trok haar handschoenen aan en keek naar de lucht die plotseling aan het veranderen was.
Uit haar ooghoek zag ze Patrice bezorgd kijken. Andere gasten liepen al naar de lift. Ze hoorde kreten als: met dit weer ga ik niet op de latten.
Ze stootte Alex aan. ‘Hoorde je wat ik zei?’
Hij keek met samengeperste lippen recht voor zich uit en stoof plotseling weg.
‘Alex, wacht. Je…’
Hij reageerde niet op haar geroep. Vlug deed ze haar handschoenen aan en volgde zijn spoor.
Ze siste zacht toen hij de zwarte piste nam.
Plotseling begon het hard te waaien. Een moment later werd haar gezicht bekogeld door zware hagelkorrels. Alex was niet meer te zien. Verder skiën naar het chalet leek haar het beste. Ze raakte gedesoriënteerd. Bijna verloor ze haar evenwicht toen ze de sneeuw van haar bril veegde. Als Alex iets zou overkomen…
De hagel veranderde in een sneeuwstorm. Nergens was een plek om te schuilen. Sporen van andere skiërs waren onzichtbaar geworden. Ze kwam bij de bosrand. Ook hier was de grond volkomen onder de nieuwe sneeuwlaag bedekt. Als ze het bos links liet liggen, kon ze het chalet nauwelijks missen.
De koude wind drong door tot haar botten. De lift nemen zou een betere optie geweest zijn. Dat die knul haar genegeerd had… Hij had haar bedil maar niets gevonden… een doetje was hij beslist niet meer. Allerlei scenario’s van een dode ondergesneeuwde Alex passeerden haar gedachten. Ze botste tegen iets op en viel. Met haar hand zocht ze de plek af. Het was een grote steen. Ze zuchtte opgelucht dat het geen lichaam was. Haar linker schouder deed flink pijn. Met moeite viste ze haar iPhone uit haar zak. Geen bereik zag ze. Het noodnummer bellen vond ze overdreven. Liggen blijven was geen optie. Voorzichtig bewoog ze haar armen en benen. Gelukkig niets gebroken, al was er iets mis met haar linkerschouder.
Steunend op haar rechter arm stond ze op en begon langzaam aan de afdaling. Ze haalde opgelucht adem toen ze de schuilhut zag. De deur stond op een kier. Ze deed haar ski’s af en gluurde naar binnen. ‘Is daar iemand?’
‘Ik ben het.’
‘Wie is ik?’
‘Alex. Herken mijn stem niet Caroline? Dat valt mij van je tegen.’
Ze zag hem rustig zitten met een opengeritst jack. Hij had een paar takken in de haard gelegd en begon die aan te steken.
‘Verdomme, ik heb mij ongerust gemaakt… je vader vermoordt mij als ik niet goed op jou pas… waarom luisterde jij niet en ging je gewoon weg?’
Alex reageerde niet. Hij hield zich met het vuur bezit. Toen het hout vlam vatte stond hij op en sloot de deur. ‘Laten we de kou maar buiten houden. Ik ben geen watje hoor. Wat is er met je schouder? Laat eens kijken?’
‘Gevallen, doet verrekte pijn.’
Ze schudde hem van zich af en ging zitten.
‘In Canada heb ik in een blizzard geskied… je wordt onderkoeld als je door gaat. Ik had een kaartje van Alois gekregen… wist dat die schuilhut hier was.’
‘Verdorie, waarom zei je dat niet.’
‘Aan jou hoef ik geen verantwoording af te leggen. Ik ben geen kind meer.’
‘Stik dan maar… ik had helemaal geen zin om jou onder mijn hoede te moeten nemen… liet daarvoor een prachtig concert schieten… je vader…’
Met gebalde vuisten liep ze naar de deur.
Hij trok haar achteruit. ‘Hier.’ Hij hield haar een glas rum voor.
Ze duwde het glas weg. ‘Liever iets warms.’
‘Komt er zo aan mevrouw…’ Zijn stem klonk gepikeerd.
‘Sorry, ik was ook zo ongerust…’
‘Dat is edel van je. Ik kan mij niet meer herinneren dat iemand de afgelopen jaren om mij gaf. Puisterige puber… blok aan het been van mijn moeder… vader vond mij maar lastig.’
Ze hoorde de wrok in zijn stem.
‘Een puisterige puber ben je al lang niet meer.’
Hij lachte schamper en pakte de ijzeren veldfles met een tang uit het vuur.
‘Zo, dit zal nu wel warm genoeg zijn. Mag ik naast je komen zitten, dan houden we elkaar een beetje warm.’
‘Goed hoor.’
Ze keek hoe hij twee ijzeren mokken met theezakjes pakte en het hete water daar voorzichtig in goot. Hij kieperde het glas rum in één mok en overhandigde haar het drankje.
‘Dank je.’
Met kleine teugjes voelde ze de warmte in haar lichaam terugkomen.
‘Neem jij niet?’
‘Meer was er niet…’
Ze gaf hem haar mok. ‘Ik hoef het niet allemaal. Hier, neem jij de rest.’
Hij pakte de mok aan en ze zag dat hij weer kleur op zijn gezicht kreeg.
‘Caroline… laten we dit weekend niet vergallen door verwijten. Oké, ik heb mij kinderachtig gedragen door ineens weg te skiën.’
Ze keek hem aan en zag een lachrimpel bij zijn ogen.
Plotseling begon ze hard te lachen.
Hij keek haar verbaasd aan, maar begon toen mee te lachen.
‘Goede vrienden?’
‘Ja, Alex, goede vrienden. Hoe staat het met de sneeuw?’
Hij stond op en opende de deur op een kier.
‘Shit, er is zeker 20 centimeter bijgekomen.’
‘Heb jij bereik met je telefoon?’
Hij zocht in zijn zakken.
‘Toch niet vergeten hoop ik?’
‘Hou nou eens op ja? Alois waarschuwde mij al voor een eventuele sneeuwstorm…’
‘Dus jij wist dit?’
Hij knikte. ‘Maar ik dacht dat het niet zo’n vaart zou lopen.’
‘Dus…’
‘Maak je niet ongerust. Als we om 7 uur nog niet in het chalet zijn stuurt hij vast hulptroepen. Wanneer die er niet door kunnen, moeten we hier samen overnachten.’
‘Hm, ik…’
Hij schoof dichter naar haar. Ze sloot even haar ogen. ‘Heb je al gekeken of er iets eetbaars is?’
‘Blikvoer… bünderfleisch… water…’
‘Dat wordt een feestmaal.’
‘Met jou als gezelschap kan La Grange hier vast niet aan tippen.’
Ze gaf hem een por. ‘Nu we hier toch zitten, vertel eens iets over jezelf…’
Alex begon aarzelend, maar raakte gauw op dreef. Hij vertelde over het boek dat hij geschreven had. ‘De uitgever reageerde enthousiast, maar ik heb nog geen contract…’
‘Waarover schreef je? Of mag ik dat niet weten?’
Hij stond plotseling op. ‘Ik hoor iets… zijn hier wolven?’
‘Kan mij niet voorstellen… de deur…’
Alex keek door een kier naar buiten en begon hard te lachen. ‘De wolf… dat geluid… Alois staat hier met een grote sneeuwschuiver. Kom, even het vuur doven en opruimen. Ga jij maar vast. Ik neem je ski’s wel mee.’

Het was acht uur toen ze na een warm bad bij La Grange aankwamen.
‘Mijn vader heeft net gebeld.’ Hij keek haar ernstig aan.
‘Alles goed met hem?’
‘Hij komt niet en vroeg of jij goed voor mij zorgde.’
‘Zo, zo. Vertelde jij hem over de sneeuwstorm?’
‘Daarover had hij al op internet gelezen. Het schijnt dat er 20 mensen zijn omgekomen.’
‘Waaat?’
‘Maar goed dat we die lift niet hebben genomen…’
‘Is die cabine…?’
Hij knikte.
Jeremy stond al bij hun tafel. Zijn gezicht miste de eeuwige glimlach. ‘U hebt geboft hoorde ik van Patrice… door de sneeuw hebben we het menu moeten aanpassen. Ik stel voor…’
Caroline maakte een handgebaar. ‘Alles is goed Jeremy.’
Jeremy vertrok met een ernstig gezicht.
Even later kwam hij terug met een fles wijn en zette deze met een klap op de tafel. Ze vroeg niets, maar vermoedde dat een goede vriend of vriendin van hem zojuist was omgekomen.
Hij ontkurkte de fles, rook even aan de kurk en schonk beiden in.
‘Sterkte,’ zei Caroline zacht, waarna Jeremy met samengeperste lippen knikte.
Alex hief het glas. ‘Laten we op de goede afloop drinken.’
Ze knikte. Zijn blik maakte haar onzeker.
Ze keek naar buiten. ‘Het blijft maar sneeuwen… Als dat zo doorgaat…’
Hij stond op.
Ze zag hem met Jeremy smoezen.
‘Iets geregeld?’
‘Ja, we kunnen desnoods hier slapen.’
Hij zat net, toen de elektriciteit uitviel.
Ze rook de geur van dieselolie en hoorde het geratel van het startende noodaggregaat.
Jeremy stond al voor hun tafeltje. ‘Met de stroomuitval, duurt het eten iets langer… ‘
Ze hoorde een harde knal. ‘Verdomme ook nog een lawine.’
Plotseling voelde ze een koude luchtstroom en zag ze een lading sneeuw op haar af komen. ‘Duiken, vlug, onder tafel.’
Ze zaten net gehurkt onder de stevige houten tafel, toen het pak sneeuw daarop terecht kwam.
Meteen werd het donker.
‘Alex… gaat het?’
‘Ja, ik leef nog.’
‘Hou mijn hand vast… anders raken we elkaar kwijt als er nog een lading komt.’
Ze tastte de grond af naar een sneeuwvrij plekje om te gaan zitten. Haar andere hand vond een koud stuk gebogen glas. Voorzichtig pakte ze het op en voelde het gewicht. ‘Ik heb de fles wijn… van de tafel gerold. Er zit nog in. Hier, neem een slok. Met twee handen vasthouden.’
Na eerst haar borst te hebben beroerd, vond hij de fles op de tast.
‘Sorry, dit is niet mijn gewoonte…’
Ze had iets willen zeggen, maar er kwam een tweede lading sneeuw.
‘Nu vind ik het niet leuk meer…’
‘Sneeuw werkt isolerend. Kom als we dicht tegen elkaar zitten…’
‘Alex, zit jij al?’
Ze hoorde hem zuchten.
‘Niets gebroken?’
Ze voelde zijn arm om haar schouder en zijn wang tegen de hare.
‘We moeten proberen die tafel op te tillen…’
‘Als sneeuwschuiver gebruiken…’
‘Briljant idee, heb je daar nog meer van?’
‘Laten we onze dons jakken zoeken anders vriezen we hier dood.’
Ze zocht de grond af. ‘Ik voel hier een lepel…’
‘Geef maar.’
Alex begon driftig te graven.
‘Als we een paar meter sneeuw…’
‘Hou op, niet praten, spaar je kracht.’
‘Dit schiet niet op.’
Ze klikte de lamp van haar smartphone aan. Het gaf spookachtig licht.
‘Ik hoor iets…’ Ze spitste haar oren en riep: ‘Loupo… hier!’
‘Wat?’
‘De herdershond van Jeremy…’
Zacht gejank kwam als antwoord.
‘Hij zit vast… niet ver van hier.’
Nu riep Alex. Zijn stem was veel luider.
Ze wees naar de plek waar het geluid vandaag kwam. ‘Daar… daar zit hij.’
Alex begon de sneeuw met zijn handen weg te halen. Het gehijg van de hond werd duidelijker.
Na een paar minuten zag ze een hondenneus.
Alex zocht met zijn hand over zijn kop naar een ketting. ‘Ik heb hem bijna.’
Een nieuwe lading sneeuw schoof over hen heen, waardoor ze met tafel en al en stuk verder terecht kwamen.
‘Loupo?’
‘Ik voel die ketting weer… ook de bar is verschoven…’
‘Gaat het?’
‘Gelukt.’
Loupo was los en begon hen enthousiast te likken.
Caroline gaf de hond een knuffel. ‘Loupo zoek Jeremy.’ De hond volgde haar commando op en begon als een gek te graven.
Ze sloot haar ogen toen ze de hond hoorde janken.
‘O, God, is hij…’
‘Ik vrees van wel Alex.’
Met tranen in hun ogen klampten ze zich aan elkaar vast.

Dolblij dat ze het na de uitgraving overleefd hadden werden ze zondagavond laat bij het chalet door de hulptroepen afgeleverd. Alois was in alle staten.
‘We mankeren niets Alois, nog iets gehoord van mijnheer Geoffrey?’
‘Hij komt morgen.’
‘Mooi, nu snakken we naar een warm bad en iets te eten. Een uitsmijter is meer dan voldoende.’
‘Natuurlijk, ik zal daarvoor zorgen.’

Alois had net het helikopterveld sneeuwvrij gemaakt toen ze de heli al hoorde. Ze stootte Alex aan. ‘Vast je vader.’
Ze zag een woedende Geoffrey gebukt uitstappen. ‘Caroline, hoe kon je met dit weer het chalet verlaten… onverantwoordelijk… Alex zou…,’ bulderde hij.
Zonder zijn zoon te groeten, marcheerde hij naar binnen en plofte neer in de grote luie stoel in de hal.
‘Pa, ik ben er toch nog…’
‘Je had dood kunnen zijn en dan had ik geen opvolger.’
Geoffrey keek haar woedend aan. ‘Caroline, ik heb jou zwaar overschat.’
‘Dat pik ik niet. Je bent een vader van niets… jaren bekommer jij je niet om je zoon… je liet mij geloven dat hij een watje is en bovendien wil Alex jou helemaal niet opvolgen.’
‘Eruit!’ Geoffrey wees met zijn vinger naar de deur.
Caroline pakte haar bodywarmer en liep naar buiten.
‘Ik ga ook vader.’
‘Blijf, verdomme… je krijgt anders geen cent.’
Alex botste tegen haar aan en riep: ‘Hou die rotcenten maar.’
Geoffrey stond op en liep hen achterna.
Caroline trok haar bodywarmer dichter om haar lichaam en liep door.
Alex pakte haar bij haar schouder. ‘Caroline… wacht.’
Ze hoorde iets kraken, draaide zich om en zag hoe een grote ijspegel loskwam. Als in een vertraagde film werd Geoffreys hoofd precies doormidden gekliefd. Zijn ogen stonden nog verbaasd Bloed spatte op de sneeuw voordat hij in elkaar zakte. Ze stond aan de grond genageld. ‘O God, had ik maar…’
Alex sloeg een arm om haar heen. ‘Rustig maar… hij heeft toch nooit iets om mij gegeven.’

Nu Geoffrey niet meer de scepter zwaaide, was ze afhankelijk van de grillen van zijn opvolger, Bertrand. Hij vond het maar niets dat een vrouw partner was. Door zijn tegenwerking en ook omdat de pikorde verstoord was, presteerde ze slecht.
Toen iemand interesse toonde voor haar dure flat, hapte ze toe. De oplevering correspondeerde met haar opzegtermijn van twee maanden.
Ze was bezig een lijst te maken van de meubels die ze weg wilde doen, toen de bel ging.
Een bruin verbrande Alex stond voor haar deur. ‘Ik heb je gemist in Verbier.’
‘Zat jij al die tijd in het chalet?’
‘Ja, ik heb vaders deel van dat chalet geërfd. Als hij was blijven leven, had ik niets gekregen… nu…’
‘Wow, blijf je daar wonen?’
‘Ik denk er wel over, maar alleen is niet leuk.’
‘Ik heb nu geen recht meer om daar te komen. Betrand… een ramp na jouw vader.’
‘Dat hoorde ik… maar ik heb een nieuwtje… ik kreeg een contract voor mijn boek.’
‘Mooi. Gefeliciteerd.’
‘Zou jij dat kunnen nakijken?’
‘Dat boek of dat contract?’
Hij keek haar vorsend aan, reikte haar een map aan en begon toen te grinniken.
‘Ga zitten, wil je iets drinken? Veel is er niet meer.’
‘Heb je iets sterks?’
Ze knikte.
‘Lees maar… ik ga wel op zoek naar glazen en de drank.’
Ze was net in het contract verdiept en slaakte een kreet. ‘Nee maar… LAWINE… originele naam.’
Ze draaide het blad om en hield haar adem in. ‘100.000 exemplaren. Geweldig.’
Hij reikte haar een glas aan en hield het omhoog.
Ze stond op en gaf hem spontaan een zoen.
Hij zette de glazen op de lage tafel, pakte haar beet en kuste haar vurig terug.
‘O, hemel Alex…’
‘Dit had ik al veel eerder willen doen. Jij…’
Hij sloeg een arm om haar heen. ‘Wat kijk jij aarzelend.’
‘Dat is het niet, nee, jij…’ Ze kuste hem weer. ‘Maar die herinnering… die ijspegel.’
Hij keek haar met een geheimzinnig lachje aan. ‘Tja, mijn vader… moord was het niet, maar ik heb wel…’
Ze gaf hem een por. ‘Staat in jouw boek een moord met een ijspegel?’
‘Ja, jouw idee. Ik wil mijn succes met een etentje bij la Grange vieren, maar nu zonder lawine.’

EEN TOPSTUK

Na jaren zag ze Martijn weer. Al was zijn haar was nu helemaal wit, toch maakte hij haar weer van streek. Hij stond te praten met die vreselijke Verhoeven.
Met gebalde vuisten liep ze naar de kleine zaal van het museum waar de munten tentoongesteld lagen. Vader had ze aan het museum geschonken, na de schande. Zij had hem achter zijn rollator lopend begeleid toen hij deze verzameling weggaf.
Martijn de Wilde, numismatisch expert, de grote man tegen wie haar vader zo had opgekeken,  stond plotseling naast haar. Hij had alleen oog voor de munten, boog zich over de vitrine en mompelde in zichzelf: ‘Collectie van Haasteren, uniek.’
‘Mijn vader,’ bracht ze er met een kleine hapering uit.
Hij draaide zijn hoofd om, keek haar verbaasd aan en streek met zijn hand door zijn haar. Nog viel het kwartje niet. Ze bleef hem aankijken waarop hij zijn ogen samen kneep. ‘Helena? Wat doe jij hier?’
‘Ik… ik.’
‘De mooiste collectie,’ zei hij en wilde weglopen.
Ze trok hem aan zijn ribfluwelen jasje. ‘Vader is erin geluisd.’
Hij keek verstoord.
‘Nee, echt waar. Ik heb het zelf gezien. Verhoeven… die schurk stak zijn hand vlug onder de glasplaat en verwisselde vaders munt toen de tentoonstelling werd ingericht. Hij deed dat met opzet.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ach, dat is toch zo lang geleden…’
‘Kan wel zijn, maar vader kreeg vlak na de diskwalificatie een beroerte.’
Martijn kuchte verlegen.
‘Dat niemand hem geloofde… en dat had jij kunnen voorkomen. Je kende zijn collectie immers? Het ging om zijn topstuk.’
‘Maar… had dat dan gezegd,’ klonk het zwakjes.
‘Heb ik gedaan… de dokter vond dat vader de naam Verhoeven niet meer mocht horen… mocht zich niet opwinden… we zaten niet op een tweede beroerte te wachten.’
‘Oh.’
‘Martijn, je zag mij niet eens staan. Ik zat nog op school. Je vond mij een braaf tutje.’
Hij hield zijn hand op.
‘Ik zag je staan praten met die vreselijke Verhoeven… echt iets voor hem om op de gratis open dag te komen.’
Ze liep naar de nieuwe zaal die vandaag plechtig geopend was en keek om zich heen. Verhoeven stond in een hoek te praten met een stel munten handelaren. Hij had een glas champagne in zijn hand.
Ze liep op hem af, pakte een vol glas en gooide dit in zijn gezicht.
‘Zo dit is voor het omwisselen van mijn vaders topstuk. Mensen kijk een goed. Deze mijnheer is een schurk.’ Haar stem sloeg over.
Martijn pakte haar bij de arm. ‘Ben jij raar… kom, laten we hier geen scene maken. Bedaar even… kom mee naar het museum café… de koffie is daar prima.’
‘Koffie, wat koffie… vader zei altijd dat jij integer was… maar…’
Hij was sterker dan ze gedacht had en trok haar mee.  In het café zette hij haar op een stoel en hield met een autoritair gezicht twee vingers op en wees naar de espressomachine.
‘Zwart?’ vroeg hij zonder haar aan te kijken.
Ze hield de deur in de gaten, maar zag geen briesende Verhoeven op haar afkomen.
Boos staarde ze naar buiten. De herinnering aan vroeger kwam boven. Martijn, knappe vent, op wie ze als jong meisje straal verliefd was geweest. Haar korte huwelijk, het ongeluk van haar man en kind… en nu zat ze met hem achter de koffie. Alsof hij kon raden waaraan ze dacht begon hij: ‘Zeg, je man is destijds toch verongelukt?’
Ze knikte en trok een suikerzakje open. Automatisch roerde ze in haar koffie. ‘Ja, Alex en onze zoon Jasper…’ Ze keek hem even aan en zag compassie in zijn ogen.
‘En jij?’
‘Ook… weduwnaar…’
‘Dat wist ik niet… lang geleden?’
Hij zuchtte, kuchte en vroeg: ‘Mag ik je voor vanavond uitnodigen om een hapje bij mij thuis te komen eten? Ik wil jouw toedracht over die verwisselde munt toch eens horen.’
‘Goed, hoe laat? Waar?’
‘Ik haal je wel op. Je woont nu toch in het huis van je ouders?’
‘Ja.’
‘Is dat niet veel te groot?’
‘Och, ik ben het gewend. Na vaders beroerte kon mijn moeder het niet meer aan en…’
‘Bewonderenswaardig om je vader te verzorgen. Niet veel mensen kunnen dat opbrengen.’
‘Onzin, als baby hebben ze mij verzorgd. Je kunt ze toch niet laten stikken? Heb jij nog ouders?’
‘Ik? Nee, ik heb ook geen broers, zusjes, ooms of tantes.’
Ze dronken zwijgend hun koffie. Martijn stond op, rekende af en liep met een zwaai weg.
Ze bleef nog even zitten. Vijftig was ze nu. Martijn moest tegen de zeventig lopen. Ze voelde zich even jong. Een etentje…maar niet in een restaurant. Het kon ook een broodje kaas worden. De klok wees vijf uur. Tijd om op te stappen. Zou ze zich optutten? Haar ouders gingen vroeger nooit zonder zich passend te kleden bij vrienden eten. Vader trok een pak met vest aan en haar moeder een nette jurk of een chic mantelpak. Ze bekeek haar donkergrijze jeans en Kasjmir trui. Te gewoontjes, maar om een mooie jurk aan te trekken vond ze overdreven.
Langzaam reed ze naar huis. Het begon al donker te worden. Het grind van de oprijlaan knarste. Ze deed het buitenlicht vast aan. Kritisch liep ze door het grote huis, de eetkamer, zitkamer, serre, waar de meubels van haar ouders stonden. Uit gemak had ze die laten staan. Boven was de studeerkamer van haar vader met een grote ingebouwde kluis voor zijn muntenverzameling. Ze liep langs de kluis, draaide even aan het grote wiel en voelde gerustgesteld dat deze goed dicht zat. Haar oudedagvoorziening… Af en toe had ze enkele munten verkocht. Om het dak te repareren, waren een stel penningen naar de veiling gegaan. Uit piëteit tegenover haar vader had ze de boel zo gelaten, maar eigenlijk was ze gek om in een mausoleum te blijven wonen. De spullen verkopen… een wereldreis maken, nu ze dit nog kon. Ze wilde wel, maar durfde niet. Gek, na de ontmoeting met Martijn, had ze nieuwe moed gekregen en voelde ze zich zelfs een beetje baldadig.
In haar slaapkamer trok ze haar kledingkast open. Met haar hand ging ze langs de nette saaie kleren. Plotseling vloog dit alles haar aan. Ze pakte een knalrode jurk die ze zich had laten aansmeren, maar nooit had gedragen. Ze deed krullers in haar haar en maakte zich op met felrode lippenstift.
‘Zo, klaar voor de strijd,’ zei ze hardop tegen haar spiegelbeeld toen ze haar voeten in schoenen met hoge hakken wurmde.
Beneden schonk zich een straffe whisky in. Ze zette de Bolero van Ravel op, plofte op de bank en sloeg haar benen over elkaar.
Net wilde ze het glas bijschenken, toen de bel ging. Door de muziek had ze geen auto gehoord. Ze keek door het smalle getraliede raam naast de voordeur en zag Martijn staan. Weer maakte haar hart een sprongetje.
Ze sloeg een cape om, sloot af en ging naar buiten.
Martijn liep terug naar zijn auto. Hij zat al toen zij het portier opende. Ze spraken geen woord tijdens de korte rit.
Huize Bommelstein leek niets veranderd.
Martijn leidde haar naar binnen. Hij nam haar cape aan en knikte goedkeurend. Ze zag bewondering in zijn blik.
‘Ik merkte dat je al aan de drank was. Nog een whisky? Malt? Je zegt het maar.
Ze bekeek de ruime kamer van zijn flat, een service flat.
‘Woon je hier al lang?’
‘Een jaar. Ik dacht… goede verzorging…’
‘Zie jij jezelf dan als een oude man?’
Die zat. Ze probeerde niet te gniffelen.
Ze ging op een moderne witleren bank zitten. Deze rook nog nieuw, eigenlijk niets voor een man. Verder zag de flat er ongezellig uit. De verlichting was veel te fel. Zou hij wel voor die munten van hem hebben gedaan.
Martijn liep naar de keuken en kwam terug met een rond bord. Hij keek haar aan en boog zich een beetje om haar het bord voor te houden.
‘Ik eh… hier zijn een paar hapjes, straks eten we beneden in het restaurant.’
‘Van het huis? Is dat te eten?’
Ze bekeek de hapjes. Vierkantjes bruinbrood met een plakje zalm, duidelijk eigen productie. Ze pakte een hapje, leunde achterover en sloeg haar mooie slanke benen over elkaar.
Ze zag Martijn onzeker kijken en voelde zich opstandig worden. Straks kreeg ze vast een saai maaltje, geserveerd in de ouderwetse eetzaal van deze keurige serviceflat op stand.
‘Vooruit Martijn, wat wilde je weten? Moet ik nogmaals zeggen wat ik destijds heb gezien? Daarvoor heb jij mij toch te dineren uitgenodigd?’
‘Eh, ja. Nu ik jou zo zie… je ziet er verdomd goed uit, wist je dat?’
‘Is dit een compliment?’
Hij knikte. ‘Met zo iemand als jij zou ik de rest van mijn levensdagen kunnen slijten. We zouden over munten kunnen praten…’
Ze stond op en balde haar vuisten. ‘Martijn, die rot munten interesseren mij geen biet. Als je denkt mij te kunnen paaien om bij jou in te trekken en jou te verzorgen, dan heb je het mis. Een etentje… puh… laat me niet lachen. Ik had dit toch minstens in een echt restaurant verwacht. Die hapjes waren overigens genoeg. Ik stap maar eens op, want ik heb nog leukere dingen te doen.’
Martijn keek stomverbaasd. ‘Zo zelfstandig, ken ik jou niet.’
‘Martijn, ik ga de munten en het huis verkopen. Bovendien wil ik, nu ik nog fit ben een wereldreis maken.’
Hij pakte haar hand.
‘Bel je even een taxi?’ vroeg ze koel.
‘Nee, ik breng je wel.’
‘Dat is aardig van je.’
Ze bekeek hem af en toe zijlings en vloog bijna tegen hem aan toen hij een scherpe bocht maakte.
‘Je rijdt verkeerd.’
‘Helena, je maakt me in de war. Ik heb dit helemaal fout aangepakt. Kom, we gaan naar Rozenrust, een prima restaurant.’
‘Je meent het.’
Hij hield zijn blik op de weg.
Ze zag dat ze Voorburg al inreden. Zodra de auto stilstond, liep hij snel naar haar kant, opende de deur en hielp haar uitstappen. Charmant pakte hij haar bij haar arm en steunde haar bij het lopen over de ongelijke tegels.
Binnen  brandde een behaaglijk haardvuur. Hij leidde haar naar een zitje en vroeg twee glazen champagne.
‘Mag ik hierbij mijn excuses aanbieden voor mijn lompe gedrag?’
‘Ach, Martijn, ik heb mij ook niet al te vriendelijk uitgedrukt.’
‘Meen je dat… ik bedoel dat je de boel wilt verkopen?’
Ze knikte. Schamper ging ze door: ‘Wat moet ik? Al mijn jaren mezelf wegcijferen om dode ouders te behagen? Dat is toch van de gekken? Ik kan die spullen niet meer zien en die munten… ze brengen tegenwoordig nauwelijks meer iets op. Nee als mevrouw braafjes leven, bah, ik ben aan verandering toe en nu kan dat nog.’
‘Moedig van je.’
‘Zeg Martijn, vroeger kwam jij op mij over als een man van de wereld…, je wilt toch niet beweren dat jij bang bent voor veranderingen?’
‘Hemel Helena, heb jij al die jaren je eigen wil onderdrukt? Als ik je eerder had leren kennen zoals je echt bent…’
‘Wat dan?’ Ze keek hem uitdagend aan.
De ober kwam aanzetten met de menu’s.
‘Kies maar iets lekkers uit Helena.’
Hij bekeek de kaart nauwelijks en zat haar maar aan te staren.
Baldadig koos ze het duurste menu. Pas na een halve fles wijn kwam Martijn los.
Bij de koffie zei ze: ‘Martijn, dank je wel. Ik heb genoten.’
Zacht zei hij: ‘Ik zou dit vaker willen doen.’
‘Nou, wat let je. Ik denk dat alles binnen een maand geregeld is, dus…’
Hij keek haar aan en wilde iets zeggen.
‘Die munten, Martijn ik meen het. Als jij interesse hebt, zeg het dan. Dat spaart weer veilingkosten.’
‘Meen je dat?’
‘Ja, morgen mag je komen om ze te bekijken.’
Tijdens de terugrit vroeg hij: ‘Kan ik ze ook nu bekijken?’
Hij parkeerde zijn auto voor het grote huis.
Weer snelde hij naar haar kant om het portier voor haar te openen.
In haar vaders studeerkamer deed ze het licht aan. Voor de kluis keek ze hem aan. ‘Omdraaien, want ik moet de code intikken.’
Braaf draaide hij zich om.
‘Zo, kijk nu maar.’
Ze opende de dikke deur en pakte een plateau uit de kluis. Martijn hield zijn adem in.
‘Hier, trek die handschoenen aan, dan mag je ze ook vastpakken.’
Ademloos bewonderde hij de munten. Hij keek haar vragend aan.
‘Nee, dit is alles, de rest heb ik al verkocht. Het dak…’
‘Dit is top, nooit eerder gezien.’
‘Vader heeft dit bedoeld als mijn oudedagvoorziening. Je begrijpt dat hij niet wilde dat ik er alleen maar naar bleef kijken tot ik dood ben.’
‘Een miljoen…’ fluisterde hij.
‘Is dit een bod?’
‘Dat kan ik niet betalen.’
‘Daar geloof ik niets van.’
‘Helena, ik handel niet meer, heus… vroeger…’
‘Geef maar hier.’ Ze pakte het plateau aan. Martijn kon zijn ogen niet van de gouden munten afhouden. Met gefronste wenkbrauwen dacht ze weer aan de grote tentoonstelling.
‘Zeg, Martijn, waar is vaders topstuk eigenlijk gebleven? Kocht jij die munt van die schurk Verhoeven?’
Hij knikte.
‘Heb je die nog? Als dat zo is, wil ik die hebben in ruil voor deze munten.’
‘Maar…’
Ze sloot de kluis. ‘Slaap er maar een nachtje over.’
Martijn liet niets meer van zich horen. De verkoop van het huis was binnen een week rond. Een notariskantoor kocht het pand vanwege de beveiliging en de grote kluis.
Meteen boekte ze een wereldreis. Ze wist nog van haar vader welk veilinghuis ze moest contacteren voor de muntenverzameling.
Aan boord dacht ze vaak aan de veiling in New York. De opbrengst had haar verrast.
Aandacht van alleenreizende mannen genoeg, maar er was niemand die haar hart sneller deed kloppen. Martijn zou haar wel vergeten zijn. Ze moest gniffelen toen ze weer aan hem dacht. Na de hapjes in zijn service flat was hij een en al charme geweest. Echt gezellig was hij niet. Niet iemand om hard mee te kunnen lachen. Zou ze dat zelf verleerd zijn? Vader had geld genoeg en hij had best een paar munten kunnen verkopen, maar nee, ze had braaf de liefhebbende dochter gespeeld.
Ze had niet eens gemerkt dat een man haar aandacht trok.
Hij kuchte en zei beleefd: ‘Mevrouw, ik heb u al een paar maal willen aanspreken, mag ik u een drankje aanbieden?’
Ze keek op en zag mooie bruine ogen met lachrimpeltjes.
‘Graag. U bent…?’
‘Antonio de Savaraggio… uit Argentinië. Ik ben in San Francisco aan boord gekomen.’
‘Hélena van Voorst.’
‘U komt uit Nederland?’
Ze knikte en keek vragend.
‘Ik heb vreemde talen gestudeerd en aan uw prachtige accent…’
Haar wenkbrauwen schoten omhoog.
‘Ach, ik zeg het fout. U heeft helemaal geen accent. U spreekt de Nederlandse taal… zo mooi… dat hoor ik niet vaak, natuurlijk uw koningin Beatrix…’
Hij wenkte een bediende. ‘Wat mag ik u aanbieden?’
‘Een whisky graag.’
‘Heeft u nog voorkeur voor een bepaald merk?’
Hun gesprek werd steeds geanimeerder. Na het diner maakte ze een dansje met Antonio.
Terug in haar hut bekeek ze zichzelf in de spiegel. Haar ogen straalde. Zo verliefd had ze zich nog nooit gevoeld. Onwillekeurig vergeleek ze hem met Martijn.
Ze was voorzichtiger geworden om haar hart te verliezen.
Op haar telefoon probeerde ze deze Antonio op Google te vinden. Zijn verhaal klopte. Een Argentijn met grote landerijen.
Antonio week de resterende 50 dagen niet van haar zijde.
Ze genoten samen van de excursies. Hij kocht leuke presentjes voor haar en hij bleef een gentleman.
De reis ging veel te vlug vond ze toen ze de haven van Rotterdam naderden.
‘Ik kom je gauw opzoeken lieve, mag ik jouw adres?’
‘Antonio ik heb alles verkocht…’
‘Blijf dan aan boord. We kunnen samen terug naar Argentinië. Ik zou graag mijn leven met jou willen delen.’
‘Antonio, ik wil eerst goed nadenken. Ik mag jou bijzonder graag…’
‘Ik begrijp het, maar wacht niet te lang…’
Ze keek samen met Antonio naar het afmeren van het schip aan de kade in Rotterdam.
Een driftig wuivende man trok haar aandacht.
Haar hart maakte een klein sprongetje.
‘Zo, dat is een verrassing Martijn,’ zei ze toen ze door de douane kwam.
Hij gaf haar een kus en wilde haar met haar bagage helpen.
Ze draaide zich om en zocht Antonio tussen de passagiers, maar zag hem niet meer.
‘Ik heb je gemist.’
‘Je had mij kunnen mailen of bellen hoor.’
‘Hélena, ik… hij greep plotseling naar zijn hart.’
De ambulance stond binnen vijf minuten klaar. De arts keek somber.
‘Bent u familie?’
‘Nee, maar ik ken deze mijnheer al heel lang.’
Ze mocht niet mee. Toen de ambulance wegreed, hoorde ze het schip een signaal maken dat het op het punt stond om te vertrekken.
Daar stond ze besluiteloos met haar koffers. Ze rende naar de officier die de trap wilde inhalen.
‘Kan ik nog mee?’
‘Mevrouw, dat gaat zo maar niet.’
‘Ik heb net de wereldreis op dit schip achter de rug. De situatie is voor mij verandert. Kunt u de heer Antonio Savaraggio even bellen… hij nodigde mij uit…’
‘Savaraggio, zei u? Dat verandert de zaak. Hij is mede-eigenaar van dit schip. Wie moet ik zeggen?’
‘Hélène van Voorst.’
De man keek haar bewonderend aan. Hij concentreerde zich op de verbinding en knikte haar plotseling toe.
‘Er komt iemand voor uw koffers.’
Haar oude hut was nog vrij. Ze had haar spullen net uitgehangen toen er geklopt werd.
Een steward bracht een fles champagne en een bos rode rozen.
Ze bekeek het kaartje en bloosde. ‘Ik hou van vrouwen die snel een beslissing kunnen nemen.’

NEERGEKNALD

Het was die zaterdagmiddag in augustus benauwd warm. Opnieuw kwam die nare herinnering boven, ook al was dit bijna 30 jaar geleden gebeurd. Net zoals destijds, was het weer drukkend. Hierover had ik nooit met iemand gesproken. De angst die ik na die bedreiging voelde, had ik diep weggestopt. Vriendinnen zouden mij zeker aanraden om hierover een psycholoog te raadplegen, maar zo zat ik niet in elkaar. Ik loste mijn eigen problemen liever zelf op en afleiding was in mijn ogen nog steeds het beste medicijn.Ik zette mijn laptop aan om de tekst van mijn praatje nog eens door te lezen. Maandag moest ik naar Berlijn om daar een voordracht te houden. Ik had de tekst net uitgeprint, toen een plotselinge windvlaag de bladzijden door de kamer blies. Gebukt raapte ik de dwarrelende vellen op en sloot hierna de klapperende tuindeuren. Met de deurhandel nog in mijn hand zag ik de blaadjes steeds sneller rondwarrelen. De bomen begonnen te zwiepen en het dak kraakte alsof iemand hierop met een plof was gaan zitten. Even later hoorde ik bij het buurhuis een bloempot sneuvelen. Ik liep de trap op om de ramen boven te controleren. De vitrage van mijn slaapkamer bolde op. Voorzichtig pakte ik de dunne stof en kreeg het raam met moeite dicht. In de verte zag ik een lichtflits. Kort daarop hoorde ik een droge donderslag knetteren. Na de tweede flits begon ik te tellen en kwam tot zes, voor de volgende snerpende slag. Vanuit het trapgat zag ik dat mijn woonkamer aarde donker was. Langzaam liep ik naar beneden.  Mijn hand zocht het lichtknopje. Met het licht aan zag de woonkamer er weer veilig uit. Na een paar korte gierende windvlagen was het abrupt windstil. De terrasdeur kon weer open, maar de temperatuur was nog niet gezakt. Ik ging weer achter mijn laptop zitten en zond mijn tekst naar het filiaal in Berlijn om daar voor geïnteresseerde toehoorders uitgeprint te kunnen worden. Na het eten van een bekertje yoghurt en een appel, dacht ik wat ik vanavond zou aantrekken. Weer mijn oude vertrouwde zwarte jurkje? Boven haalde ik dit van het hangertje. Ik bekeek mezelf in de spiegel met het jurkje voor mij. Met een dik parelsnoer stond dit jurkje mij prima, al kwam het tamelijk braaf over. Uitstekend voor mijn zakelijke reizen, want het kreukelde nauwelijks. Tot nu toe had ik hiervoor nog geen vervanging gevonden.

Mijn Engelse vriendin Gwens vierde vanavond haar veertigste verjaardag. Ze had mij gisteren nog gebeld om te vertellen dat ze een heel speciaal iemand had uitgenodigd. In haar ogen was elk mens speciaal, dus dacht ik niet meer aan haar opmerking. In mijn agenda stond de kappersafspraak al gepland. Al verzorgde ik mijn haar meestal zelf, voor dit feestje en de komende zakenreis was een bezoek aan de kapper geen overdreven luxe. Ik legde alvast mijn accessoires klaar, sloot de boel af en stapte in mijn auto.

Op weg naar de haarkunstenaar moest ik pal op mijn rem staan voor een automobilist die zonder richting aan te geven zijn parkeerplaats verliet. De sukkel moest nog een keer zagen om weg te kunnen rijden. Ik bekeek het vrijgekomen plaatsje, precies voor de etalage van de bekende couturier van Woorden was. Natuurlijk moest ik even kijken. Een schitterende knalrode creatie trok mijn aandacht. Impulsief parkeerde ik de auto op de vrije plek, stapte uit, trok mijn jeans rok af en liep de winkel in. Een saaie jonge vrouw knikte mij toe. Ik liep naar de verkoopster en wees naar de etalage. ‘Juffrouw, die rode jurk daar… kan ik hem nu passen?’
Het mens keek zuinig en sputterde.
‘Juffrouw ik neem aan dat deze jurk bedoeld is voor de verkoop. Als deze rode robe goed zit, dan koop ik hem. Is het echt een uniek exemplaar? Vraag uw baas maar om de jurk uit de etalage te halen als u het zelf niet durft.’
Hierop kwam Van Woorden aanlopen. Hij keek zijn verkoopster berispend aan en monsterde mij snel waarbij zijn blik op mijn dure tas bleef rusten. ‘Natuurlijk kunt u deze jurk passen mevrouw. Zo te zien is het uw maat. Het lijkt of ik aan u gedacht heb, toen ik deze robe ontwierp.’
Ik reageerde niet op zijn slijmerige opmerking en keek hoe de verkoopster de etalage in kroop. Met haar dikke kont wiebelde ze als een traag dier op de jurk af. De troela reikte de jurk zonder een lachje aan.
In de paskamer zag ik dat de jurk gegoten zat. De prima coup met diepe V-hals en overslag plooien naar de taille flatteerde mijn figuur enorm. Die jurk moest ik hebben, een prima vervanging voor mijn brave zwarte jurkje.
Buiten het kleedhokje liep ik op blote voeten naar de tweede spiegel om de achterkant te bekijken. Van Woorden knikte goedkeurend, waarbij hij wel vijf keer prachtig herhaalde.
Het bedrag op het prijskaartje loog er niet om, maar met mijn goed betaalde baan in de PR was dit bedrag geen probleem.
De verkoopster pakte de jurk zorgvuldig in vloeipapier en van Woorden schreef met een dure vulpen de nota. Ik wapperde ongeduldig met mijn gold card. Van Woorden pakte mijn kaart alsof het een relikwie was en na zijn gebaar tikte ik de code in.
Met de jurk in een grote zak met het van Woorden logo, reed ik door naar de kapper.
Ik zag Albert even op zijn horloge kijken toen ik zijn salon binnenliep.
‘Albert, sorry dat ik tien minuten te laat ben, maar ik kon het niet laten om een creatie bij van Woorden te kopen. Ik maakte een noodstop en voilà, voor mijn neus zag ik een prachtige jurk in de etalage liggen.’
‘Bedoelde u die rode jurk?’
Ik knikte.
‘Die jurk staat u vast geweldig,’ zei de knappe lange magere man.
‘Ja, dank je.’
‘Wilt u dezelfde coupe maar iets korter mevrouw?’
‘Graag, ik voel mij hiermee prima. Onregelmatige plukjes die tegenwoordig in zijn is niets voor mij.’
Jaren had ik mijn haar blond geverfd, maar nu had ik met hulp van Albert, mijn eigen donkere kleur weer terug.
Hij wees naar een onbezette stoel.Na het wassen en knippen föhnde hij mijn haar mooi in model.‘Geen haarlak zeker?’
‘Nee, geen betonnen Beatrix kapsel.’
Albert schoot in de lach. ‘Leuk verwoord mevrouw.’
In de grote spiegel die Albert achter mijn hoofd hield zag ik dat het haar ook daar perfect zat.
‘Fijn Albert, dank je. Nu ben ik weer presentabel.’
In de auto hoorde ik een piepje.
Thuis bekeek ik mijn iPhone. Een bericht van Sjoerd uit Berlijn, of ik nog iets aan mijn presentatie wilde toevoegen. Om mijn zondagse strandwandeling niet op te hoeven opofferen begon ik hier meteen aan. Met een mega mok ijsthee opende ik de bijlage op mijn laptop. Na twee uur werken hield ik het wel voor gezien, zond het bijgewerkte Word document op, sloot de laptop en liep met mijn nieuwe aankoop naar boven. Om het plakkerige gevoel weg te krijgen, spoelde ik mij af met een kom lauw water; mandiën noemde mijn moeder dat vroeger. Helemaal blij met het resultaat, zowel met de strakke rode robe, als met het knipwerk van Albert, stapte ik in mijn bordeauxrode schoenen met hoge hakken. Kritisch bekeek ik het kleurverschil, maar het geheel vloekte niet.
In de verte rommelde het plotseling harder. Onwillekeurig schoot die nare herinnering mij weer te binnen. Ik wilde de avond hierdoor niet laten vergallen en besteedde mijn aandacht aan het lakken van mijn nagels. Na het droog wapperen spoot ik een beetje parfum op.
Ik stond beneden al met mijn autosleutels in mijn hand, toe ik een auto hoorde toeteren. Nieuwsgierig deed ik de voordeur open. Machteld en Berthil stonden met ronkende motor te wachten. Machteld opende het raampje. Haar grote oorbellen bewogen toen ze haar hoofd naar buiten draaide. ‘Annabelle, wil je meerijden naar Gwen? Ik probeerde je al eerder te bellen, maar je nam niet op. Berthil speelt vanavond voor Bob. We halen Peter ook nog even op.’
‘Graag.’ Ik legde mijn autosleutels terug, sloeg een grote zwarte dunne kasjmier sjaal om en  sloot de voordeur af. Ik knikte naar Berthil die voor zich uit zat te staren en stapte voorzichtig achterin. Berthil knikte en reed meteen weg.
Vijf minuten later stopte hij voor Peters flat. Peter stond al buiten klaar. Zodra hij in de auto zat gaf hij mij een vluchtige kus. ‘Zo Annabelle, je ziet er prima uit. Nieuw wat je aanhebt?’
‘Ja, dank je. Net gekocht.’
‘Gelukkig hebben we allemaal een goede baan, zodat we niet op een dubbeltje hoeven te kijken. Ik zou er niet aan moeten denken om alleen maar bij C&A te moeten kopen,’ zei Machteld licht geaffecteerd.
‘Nou, bij Cheap and Aweful hebben ze soms best leuke dingen.’
Peter grinnikte. ‘Ik bestel altijd twee pakken tegelijk, dan ben ik een tijd van dat gedoe af. Overhemden koop ik via internet.’
‘Goh, hou jij niet van winkelen?’ vroeg ik plagend.
Peter keek mij semi-serieus aan. ‘Hoe kun je het zo raden.’
Het was een klein half uur rijden naar de straat waar ik tijdens mijn huwelijk had gewoond. Gwen en Gordon kochten het pand naast mij 9 jaar geleden. Deze ouderwetse villa met een rieten dak was nog gebouwd door de ouders van een van mijn vriendinnen. De oude mensen konden de moed niet meer opbrengen om het te onderhouden. Na een grondige opknapbeurt, was de villa nu een plaatje. De stijl aan de buitenkant was behouden. Gwen had de tuin uitstekend onderhanden genomen en in een beschutte hoek, niet te zien vanaf de weg, was een zwembad gekomen, compleet met een zomerkeuken. Op de oprijlaan stonden al een paar auto’s. Een bolide trok mijn aandacht.
‘Zeg van wie is die dure bak,’ zei Peter, ‘vast van een nieuwe ster aan Gwens firmament.’
Gwen verzamelde, zoals ze dat zelf noemde, interessante personen. Door haar werk als succesvol interieur decoratrice kende ze ontzettend veel mensen, al voldeed lang niet iedereen aan haar maatstaven om uitgenodigd te worden. Gwen mat niet meer dan anderhalve meter. Haar rossige korte haar was altijd perfect geföhnd. Ze praatte graag en ze was dol op aandacht. Haar vrolijke levendige karakter vroeg gewoon om vaak vrienden te ontvangen. Echtgenoot Gordon was een beer van een vent. Hij sprak lijzig. Zijn pakken liet hij in Londen maken en door de uitstekende snit, leek zijn omgang een maat minder.
Ik liep op mijn tenen over het grind. Peter had al gebeld. De ingehuurde butler Augustino deed open. Deze Portugees kende het klappen van de zweep. Hij was majordomus bij een ambassadeur en diende in zijn vrije tijd op feesten en partijen.Ik had hem op een andere partij in Wassenaar aan het werk gezien en vroeg toen meteen zijn telefoonnummer. Nu serveerde hij in ook in het circuit van Aerdenhout.‘Zo Augustino, alles goed met je dochter? Krijgen we vanavond weer jouw zalige hapjes?’
Hij glom. ’U ziet er vanavond betoverend uit, mevrouw.’
Ik gaf hem een kneepje in zijn arm en liep over de zwart/wit marmeren tegels op het geroezemoes af.
Gwen kwam mij met uitgestrekte armen tegemoet. ‘Annabelle… fijn om je te zien. Nieuw wat je aan hebt? Uitstekende keus… staat je goed. Kom, ik stel je voor aan Frederic. Hij is psycholoog, de man die met zijn bestseller Mijn relatie, mijn leven op de televisie is geweest. Dit is echt iemand voor jou.’

Ik zag een knappe man die druk stond te praten. De mensen hingen aan zijn lippen. Plotseling werd er hard gelachen. Een populaire man die niets weg had van een serieuze zielenknijper.

Gwen pakte mij bij de arm. ‘Frederic, dit is Annabelle. Je moet haar beslist leren kennen.’

Op het moment dat hij mijn hand pakte, voelde ik een schok. Frederic keek mij met een vlaag van herkenning aan. Niemand leek iets gemerkt te hebben. Hij werd al weer in beslag genomen door een lange magere vrouw en Gordon gaf Gwen een seintje met opgeheven whiskyglas.

Ik pijnigde mijn hersens af. Zijn gezicht kwam mij ergens bekend voor, maar ik wist zeker dat ik hem nooit eerder ontmoet had.

Ik liep door de zitkamer die als een typisch Engels landhuis was ingericht en knikte even naar Gwen’s oudere zuster die op de zachtgele bank een interieur tijdschrift doorbladerde. Vanuit de kleine vierkante ruitjes kon ik mijn oude huis zien en zag dat de nieuwe eigenaren de border anders hadden beplant. Ik nam een slok van de champagne en dacht terug aan de tijd dat ik hier met Arthur had gewoond. Ons huwelijk werd een flop. Arthur was populair en erg aantrekkelijk. Zoals iedereen al voorspelde: een knappe man heb je nooit alleen, gebeurde ook. Thuiszitten wachten terwijl Arthur de hort op ging, hield ik 7 jaar vol. Elke keer dezelfde verhalen aanhoren dat het slippertje niets voorstelde en maar lippenstift uit zijn overhemd halen was geen goede basis om aan kinderen te beginnen. Arthur zag een scheiding eerst niet zitten. Hij vond het wel gemakkelijk om een vrouw te hebben die hem opving als hij weer eens te veel had gedronken. De scheiding werd netjes geregeld. Ieder had een goed inkomen, zodat er niet werd gezeurd over centen. We verkochten het mooie huis. Arthur trok naar Amsterdam maar ik wilde buiten blijven wonen. Bloemendaal was voor mijn werk in Haarlem een aantrekkelijke plek. Het lag net iets verder van Aerdenhout en bovendien kon ik snel naar zee als ik zin had om uit te waaien. Via een bevriende makelaar, kocht ik een aantrekkelijk huis. Voor één persoon was het pand aan de grote kant, maar de sfeer beviel mij zo goed, dat ik meteen toehapte. Bouwkundig hoefde er nauwelijks iets aan gedaan te worden. De grenen keuken had een mooie doorgang naar het woongedeelte en er was een praktische hoek om mijn werkplek te creëren. Met een ander kleurenschema, een kwestie van verfwerk, kregen de werklui het opknappen binnen een maand klaar. De kleine tuin, met een beschut terras, kon ik gemakkelijk onderhouden. In plaats van gras kocht ik een stel grote potten, waarin ik alleen wit bloeiende planten zette. De oude klimroos bloeide na een vakkundige snoei weer uitbundig.

Door beider drukke werkzaamheden, was van kinderen krijgen niets van gekomen. Arthur vond ze maar lastig en ik wist eigenlijk zelf niet wat ik wilde. Kwam dat omdat iets uit mijn jeugd mij dwarszat? Na mijn scheidingstrauma verwerkt te hebben, had ik verschillende vrienden. Ik vond alle aandacht spannend, maar al gauw ontdekte ik bij de meeste heren trekjes die niet bevielen. Niemand was perfect, maar ik wilde toch proberen om zonder te veel irritaties een nieuwe relatie op te bouwen.
Gwen had al diverse keren geprobeerd om mij te koppelen. Haar woorden echoden in mijn hoofd. ‘Je bent nu 7 jaar alleen. Om zonder partner oud te worden is niet leuk hoor.’
Frederic leek mij een populaire man. Psycholoog…
Ik voelde Frederic naast mij staan.
‘Zo, stond jij te filosoferen? Gwen vertelde het nodige over jou. Ze zei dat ik jou beslist moet leren kennen.’
‘Zo, moet dat?’ sprak ik pinnig, zonder hem aan te kijken.
‘Je bent een hele mooie vrouw, wist je dat? Intelligent, gevoelig en spiritueel. Zoveel zijn daar niet van.’
‘Wil je mij verlegen maken? Dan moet je vroeger opstaan.’ Ik liep weg van hem, want zijn aanpak irriteerde mij, hoewel ik ook weer niet ongevoelig was voor zijn complimenten. Zijn aanwezigheid verwarde mij en ik begreep mijn eigen reactie niet. Zo bits gedroeg ik mij nooit. Frederic was een aantrekkelijke man, al bracht zijn nabijheid vreemd genoeg die nare herinnering boven.