WEERZIEN IN CAÏRO vervolg

WEERZIEN IN CAÏRO 2

‘Waar ben je mee bezig, wil je ook vermoord worden?’
‘Die kerel…’
‘Hemel Tess, ik schrok me wild toen ik je niet meer zag. De man achter de balie was gelukkig erg spraakzaam nadat ik mijn kaart liet zien. Ik weet nu de naam van die kerel. Ga in Godsnaam geen spelletjes spelen met deze lui.’
‘Nou, speel jij die dan maar.’ Schamper voegde ze er aan toe: ‘Ik vind het best knap van mezelf dat ik hem voor jou heb gevonden. Hij is nu vast hier in de moskee.’
‘Kom mee terug naar het hotel.’
‘In een moskee zal niets gebeuren.’
‘Niets daarvan.’
Niels pakte haar resoluut bij haar arm.
Mokkend liep ze terug. Nu keek ze wel om zich heen en besefte dat ze de weg terug zelf waarschijnlijk nooit gevonden zou hebben.
‘En nu ga je goed ontbijten, behalve een slok koffie heb je niets gehad. Hierop kun je niet goed nadenken.’
‘Dat hoef ik toch niet meer. Ik ben ontslagen… of ben je dat vergeten?’
Larry zat nog aan hetzelfde tafeltje. Hij keek opgelucht en kuchte. ‘Ik heb Pieter gebeld. Hij was erg onder de indruk van het verhaal van de kaping. Niels vertelde mij de datum en Pieter zal alles hierover op internet opzoeken.’
‘Zo vertrouwt hij mij niet?’
‘Tess, ik kan begrijpen dat je spinnijdig bent, maar luister even.’
Ze ging zitten en zag dat Niels een bord van het ontbijtbuffet pakte en dat begon op te laden.
Larry schuifelde op zijn stoel heen en weer. Ze keek hem expres niet aan.
Niels kwam aanlopen. Larry stond op. ‘Eet Tess, ik moet nog iets regelen. Ik ben zo snel mogelijk terug.’
Ze stak haar tong naar hem uit.
Niels ging naast haar zitten en hield een croissant met boter uitnodigend voor. Na een hap merkte ze pas hoeveel trek ze had. Zwijgend at ze een croissant. De ober kwam met gebakken eieren aanzetten.
‘Je mag blijven Niels, zo goed ben ik jaren niet verzorgd.’
Hij leek haar opmerking niet te registreren. Zwijgend at hij zijn bord leeg.
Ze veegde haar mond af en wilde iets zeggen.
Niels gebaarde dat ze stil moest zijn. Zijn denkrimpel werd steeds dieper. Na enkele minuten kon ze zich niet meer beheersen en vroeg zacht: ‘Spijt dat je mij hierbij betrokken hebt?’
Hij pakte haar hand en knikte ontkennend en zei zacht: ‘Alles is nu ingewikkelder geworden.’
‘Hoezo? Of kan je het daar ook niet over hebben?’
Hij keek even verstoord.
‘Ik bedoel het serieus Niels, heus, als ik je kan helpen… kan ik eindelijk iets terug doen. Jij hebt mij toen zo goed opgevangen.’
Hij bromde enkele onverstaanbare woorden en keek haar toen aan. ‘Ze waren erg onder de indruk. Ik gaf mijn mensen de files die jij… alleen… ze zijn woedend dat ik hun eigen mensen had gepasseerd.’
‘Zo, nu zitten we beiden diep in de shit?’
‘Och…’
‘Vind je het eigenlijk leuk wat je doet? Destijds leek je zo enthousiast voor de archeologie en nu…’
Hij knikte.
Larry kwam aangeslenterd. Hij wenkte en ze stond op.
‘Ten eerste mijn excuses. Pieter wil graag dat jij de presentatie vanmiddag doet, net zoals afgesproken.’
‘En als ik dat nu niet meer wil?’
‘Tess, toe, alsjeblieft.’
‘Luister even… ik laat niet met me sollen. Als Pieter wil dat ik voor hem blijf werken, zal hij mij dit zelf moeten zeggen en niet door een loopjongen.’
Met een gezicht als een donderwolk zei Larry: ‘Ik zei toch dat het me speet?’
‘Doe jij dit altijd? Mensen voor schut zetten om bij Pieter goede sier te maken? Ben je soms uit op mijn job? Zo goed ben je heus niet hoor.’
Larry liep rood aan.
‘Het is beter de dingen bij zijn naam te noemen. Ik doe mijn werk serieus en ik ben niet thuis voor die stomme geintjes. Je hebt niet alleen mij maar ook Niels hiermee voor schut gezet. Dingen doen waar jij de ballen van af weet… daar hou ik niet van. Laat Pieter bellen, dan doe ik vanmiddag de presentatie en dan mag jij de diapresentatie verzorgen.’
Ze draaide zich om en liep naar haar kamer. Even dacht ze eraan om een bad te nemen, maar ze bedacht zich. Met haar badpak en de veel te grote kamerjas liep ze naar het zwembad.
Niels rende haar achterna. ‘Wacht, ik ga met je mee.’
‘Oké, ik ga vast,’ zei Tess.
Ze kwam net onder de douche vandaan en zag een louche kerel het water in lopen. Instinctmatig zette ze de douche weer aan en wachtte ongeduldig op Niels.
Hij kwam op zijn dooie gemak aanlopen, keek even speurend rond en maakte een rare grimas toen ze hem wenkte.
‘Een engerd in het water…’
Hij schoot in de lach, maar keek grimmig toen hij de man had gezien.
‘Sorry Niels, maar ik durf zonder jou het water niet in. Zag je die ogen? IJskoud, echte killer ogen en als die vent met de tatoeage hier ook is…’
‘Wil je nog zwemmen?’
Ze knikte ontkennend.
Ze wees naar de haken.
‘Kan je mijn badjas aangeven?’
Samen liepen ze de gang op. Ze stak haar hand in de zak van haar badjas en slaakte een kreet.
‘Niels, je gaf de verkeerde. Kom gauw terug, mijn kamersleutel…’
In het zwembad hing geen badjas meer en de man was verdwenen.
‘Wat zit in de zak van deze jas?’
‘Een mobieltje.’
‘Geen kamersleutel?’
‘Nee… straks komt hij…’
‘Geen paniek, op die kaart staat toch geen kamernummer. Kom, bij de receptie weten ze hier wel raad mee.’
‘Zeg dat mobieltje… wil je dat laten nakijken?’
Niels keek haar aan en hief bestraffend een vinger op. Plagend zei hij: ‘Daaraan zou ik nooit gedacht hebben.’
‘Een simkaart is zo te kopiëren, maar dan moet ik wel de apparatuur hebben.’
Ze stonden voor haar kamerdeur. Niels opende die met de nieuwe kaart, liet haar voorgaan en liep ook haar kamer in. Hij trok de deur dicht. ‘Hoe zit het nu met je werk?’
‘Ik moet om 3 uur de presentatie doen. Wil je komen luisteren?’
‘Meen je dat?’
‘Ja, het is heel iets nieuws.’
‘Ik kom graag. Mag ik jou voor vanavond uitnodigen voor een cocktail bij de Amerikaanse ambassadeur?’
Ze grinnikte en gaf hem een por. ‘Deal, dress code?’
‘Ik trek mijn smoking aan.’
‘Wow. Zal je vast goed staan.’
Hij keek schaapachtig.
‘Ik wist niet dat je verlegen kon zijn.’
‘Tess, je maakt me af en toe in de war.’
Ze trok een pruimenmondje.
Hij kuchte ongemakkelijk.
‘Nou, is er iets?’
‘Ik… eh…’
‘Is het zo erg om toe te geven dat je iets voor mij voelt?’
Hij kreunde. ‘Ik moest je uitnodigen, want op de ambassade willen ze je testen voordat ze je engageren voor…’
Ze wilde hem een klap geven, maar hij pakte haar arm stevig vast.
‘Au, je doet me pijn.’
‘Laat me eerst uitspreken.’
Mokkend gaf ze toe, maar siste snel: ‘Klootzak.’
‘Tess, jouw probleem is dat je te intelligent bent.’
‘Huh, te intelligent, bedoel je geniaal? Verdorie, dacht ik net… geen vent wil mij om die hersens.’
Niels keek haar alleen maar aan. Plotseling kuste hij haar en fluisterde: ‘Ik ben verliefd op je geworden, maar de situatie is niet bepaald de gemakkelijkste. Ik kan met dit werk geen relatie hebben.’
Ze pakte zijn hoofd met beide handen en terwijl ze hem vurig kuste trok ze zijn zwembroek naar beneden.

‘Half drie! De presentatie,’ riep ze en sprong het bed uit.
Pijlsnel nam ze een douche. Niels kwam haar achterna. ‘Wil je nog?’
‘Wat… vrijen of dat je meekomt?’
Ze voelde een speelse tik op haar billen.
Zeven voor drie was ze helemaal klaar. Ze deed parels in haar oren, keek keurend in de spiegel en streek een vouw uit haar jasje.

Larry stond zenuwachtig bij de ingang van de bijna gevulde zaal. ‘Waar was je?’
‘Ik heb mij mentaal voorbereid. Vooruit, ik ben er toch… heb jij die dia’s klaar?’
Larry keek Niels aan en zei snierend: ‘Zo, moest jij je ook voorbereiden?’
‘Tess heeft mij uitgenodigd, moet ik mijn kaartje laten zien, zodat jij een hoekje kunt afscheuren?’
Die zat zag Tess. Ze grinnikte en zag de eregast aankomen. Met gestrekte armen liep ze op de man af. ‘Welkom professor. Ik heb speciaal op u gewacht om u te kunnen zeggen hoe ik uw aanwezigheid op prijs stel.’
‘Tess, voor mijn beste leerling heb ik altijd belangstelling. Is dit je partner?’
Niels gaf de professor een hand en stelde zich voor.
Tess stak beide armen door die van de professor en van Niels en liep met hen naar het podium. Ze stopte bij de eerste rij en gebaarde dat ze konden gaan zitten.
Ze stapte het podium op, ging achter de katheder staan en boog licht na een kort applaus.

‘Alles uit haar hoofd,’ hoorde ze fluisteren toen het enorme applaus eindelijk verstild was.
Ze hief haar hand op. ‘Dank u, mocht een en ander niet duidelijk zijn, dan kunt u na de thee de diapresentatie bekijken die mijn assistent Larry u zal tonen.
Uit haar ooghoek zag ze dat Larry haar wel kon wurgen.
Na de felicitatie van de professor met haar voordracht, werd ze omringd door enthousiaste genodigden. Een uur later hield ze het wel voor gezien. Ze wenkte Niels. ‘Zeg, krijgen we iets te eten bij de Amerikanen? Laten we anders een broodje nemen voor ik na een glas bubbels teut ga worden.’
‘Goed idee, daarvoor hebben we nog even tijd. De taxi staat om half zeven voor.’
‘Taxi?’
‘Nou dienstauto dan.’
Ze hoorde Niels bellen. Hij gaf haar kamernummer op.
Tess trok haar mondhoeken omlaag en siste: ‘Wat?’
‘Ze brengen mijn smoking. Bezwaar?’
‘Ik heb een zwart jurkje. Ik neem aan dat ik niet in jeans kan verschijnen.’
‘Tess, nogmaals, het spijt me ontzettend, maar ik kan beter eerlijk zeggen hoe de zaken ervoor staan. Als ik niets gezegd zou hebben, zou je vast ontploffen tijdens die cocktail. Eigenlijk mag ik helemaal niets zeggen over een eventueel contract.’
‘Niels, maak er geen drama van, ik begrijp het, maar je weet dat ik er niet van hou om gemanipuleerd te worden.’
Niels drukte haar even tegen zich aan.
‘Zeg, op je kaart staat CIA, maar dit is niet het gangbare logo toch? Zit jij bij die geheime club die zogenaamd niet bestaat?’
Niels hield even zijn adem in.
‘Had ik goed gezien. Zeg maar niets. Ik weet nu genoeg. Ik hoop voor jou dat het goed betaalt.’
Aan zijn gezicht zag ze dat dit het geval was.
Een onopvallend busje met geblindeerde ramen stond voor. Een man in coltrui stapte uit en salueerde voor Niels. De man knikte haar toe en zei: ‘Avond Ma’m.’
‘Jules, mijn… onze bodyguard en chauffeur, een prima schutter.’
Even verstrakte ze.
Niels keek haar onderzoekend aan en fluisterde: ‘Wees niet benauwd, er zal niets gebeuren.’
Bij de ambassade toonde ze haar paspoort. De man bij de ingang gaf het niet terug.
‘Hé, Niels, ik wil mijn paspoort terug, officieel is het zelfs verboden om dit af te geven.’
‘Sorry, dat had ik je moeten zeggen. Veiligheidsvoorschriften.’
‘Zo dus daarom moest je schutter mee. Zou hij mij neerschieten als ik hier een scene ga maken?’
Niels wilde iets zeggen, maar ze lachte. ‘Geen paniek, voor 30.000 per maand zal ik braaf zijn.’
Hij gaf haar een speelse por.
Ze liepen door een metaal detector en werden door een bode naar de ontvangstzaal geleid. Ze hoorde toenemend geroezemoes. Bij de ingang stond een bediende met een zilveren blad met de champagne. Niels bood haar een glas aan en nam zelf ook. Samen liepen ze door.
Een gezette kalende man in smoking en een lintje in zijn revers stak zijn hand uit. ‘Zo kerel, goedenavond mevrouw, fijn dat u wilde komen. Ik heb veel over u gehoord.’
‘Dank u, prettig met u kennis te maken.’ De ambassadeur draaide zich al weer om naar andere gasten. Tess telde een man of dertig.
‘Is dat alles?’ vroeg ze aan Niels en nam een hapje zalm dat haar werd voorgehouden.
‘Toch niet vergiftigd hoop ik?’
‘Jouw grapjes…’
‘Kan je daar niet tegen? Ik vind het hoogst vermakelijk. Word ik straks vastgebonden en moet ik aan een leugendetector?’
‘Zo ongeveer… ja.’
‘God Niels, ze moeten toch een betere methode hebben, dit is zo ouderwets.’
‘Weet jij een betere?’
‘Zeker, die heb ik ontwikkeld. Wel een dure grap, maar veel betrouwbaarder.’
‘Ik zal ze dat melden.’
‘Wat weten ze al van mij? Heb jij ze al het een en ander verteld? Aan je gezicht te oordelen vast wel en anders had je mij zeker niet mee genomen.’
Niels keek op zijn horloge en mompelde iets van nu moeten ze toch komen.
Enkele seconden later kwam er een bode die hen discreet wenkte om hem te volgen. Ze klommen een trap op en Niels werd verzocht op de gang te wachten. Hij ging zitten. Duurt vast een tijdje, dacht ze.
In het kamertje, uitgerust met haar bekende apparatuur werd ze vriendelijk verzocht plaats te nemen.
‘Mevrouw, eerst… we zijn onder de indruk van de manier waarop u de gegevens voor mijnheer Smith hebt verkregen.’
‘Och, zo moeilijk was dat niet.’
‘Van wie hebt u dat hacken geleerd.’
‘Dat gaat u niets aan.’
‘Toch wel mevrouw, voor de veiligheid… We bieden u een salaris van $ 30.000 per maand met een contract voor 6 maanden en daarvoor moeten we wel alles weten.’
‘Wat?’ liet ze zich ontvallen, ‘hebben jullie overal afluister apparatuur? Ik noemde dit bedrag als grapje aan Niels, eh Adam.’
‘Mevrouw, erewoord, dit is dan stom toeval. We kunnen veel, maar niet alles.’
‘Dat heb ik gemerkt aan deze ouderwetse troep waarmee jullie nog steeds werken.’
De man knikte begrijpend. Hij aarzelde om iets te vragen en streek peinzend met zijn hand over de punten van zijn lichtblauwe overhemd.
‘Stelt u die vraag maar,’ zei Tess.
‘Goed, wie was de hacker?’
‘Codenaam Raoul, een Indiër, ik leerde hem kennen op een computerseminar. Ik was onder de indruk van de manier waarop hij dit aanpakte en mocht een keer meekijken. Mijn fotografisch geheugen laat me nog niet in de steek.’
‘Juist ja. Ik begreep dat u ook een beter programma heeft voor deze troep, zoals u onze apparatuur noemt.’
‘Ja, dat kan ik leveren. Omgerekend in dollars $200.000, maar dan kunt u het ook op alle ambassades of consulaten of god weet waar, gebruiken.’
Hij knikte.
‘Bespreekt u het maar met uw superieuren en dan hoor ik het wel. Mijn bankrekening hoef ik dacht ik niet op te geven, want deze zult u ongetwijfeld al hebben uitgeplozen.’
‘U bent wel direct…’
‘Mijnheer…’
‘Sorry Patrick Vandenhove.’
‘In mijn beroep is tijd geld, dus laten we geen tijd verspillen. Ik ben bereid het contract te gaan tekenen, dus doet u maar snel uw werk.’
‘Hebt u nog contact met Raoul?’
‘Nee, ik zag hem alleen destijds. Hoorde vaag iets over Detroit, dat hij daar, getrouwd met een Amerikaanse, een brave huisvader is geworden.’
Hij tikte enkele woorden op de computer in.
‘Singh?’
‘Patrick, ik weet zijn achternaam niet eens.’

Niels zat nog op de gang toen ze de deur uitliep. Met een grote grijns zei ze: ‘Half jaar gekregen met een mooi salaris, verdien jij ook zoveel?’
Ze toonde het contract en opende de deur weer om het terug te geven.
‘Patrick wil niet dat iemand dit kan inpikken. Ik neem aan dat hij zich hieraan prima houdt.’
Niels sloot even zijn ogen. ‘Ze zijn hiermee erg correct.’
‘Oké, wat doen we nou? Ik moest jouw orders opvolgen. Kan ik blijven werken of hoe zit dat?’
‘Ga gewoon door met je werk. Als ik het nodig acht om jou te contacteren, doe je gewoon wat ik je vraag. Je mag geen materiaal achterhouden.’
‘Dat hoef ik niet. Ik heb trouwens een fotografisch geheugen, maar dat wist je misschien al. Zeg, die kaper… ik wilde Patrick hier niet over lastig vallen, maar nu ik toch goed gevonden ben… kunnen we die vent te grazen nemen?’
Samen liepen ze de trap af. Beneden was het al helemaal donker.
‘Staat Jules nog voor?’
Hij knikte en pakte zijn mobieltje waar hij alleen één toets intikte.
‘Krijg ik ook een auto met chauffeur? Liefst een roze met panterbekleding.’
Niels schoot in de lach.
‘Hemel het is al over twaalf. Op naar het hotel zeker of moet er nog iets gebeuren?’
‘Nee, voor vandaag is het genoeg.’

‘Niels, ik noem je liever zo, mag ik jouw appartement eens zien?’
‘Beter van niet Tess.’
‘De veiligheid, zeker…’
Hij knikte.
‘Daar vind ik geen barst aan. Leuk om een half jaar flink te kunnen sparen, maar daarna hou ik het wel voor gezien. Ik ben liever mijn eigen baas. Met dit bedrag als startkapitaal, zal me dat wel lukken. Nu heb ik voldoende naam gemaakt. Pieter zal het niet leuk vinden, maar kom laten we het licht uitdoen.’

Ineengestrengeld werd Tess wakker. Het was al half negen. Niels sliep nog. Ze gaf hem een kus en wilde naar de badkamer gaan. Hij trok haar op zich.
‘Zo, wat moet ik vandaag voor je doen,’ vroeg ze plagend, ‘hoort bevredigen daar ook bij? Op commando?’
In de badkamer vroeg ze: ‘Zeg, weten ze ook dat we met elkaar…’
‘Waarschijnlijk vermoedt Patrick dit wel. Hij is toppsycholoog.’
‘Krijg ik een speciale laptop?’
‘Nee, je rapporteert aan mij.’
‘Hoeveel lui staan boven jou?’
‘Niemand.’
‘Wat? Ik neem aan dat je geen een-pitter bent.’
‘Nee, ik heb 300 man onder me.’
‘Goh, ik ben onder de indruk.’
‘Wat wil die Pieter dat je nog in Cairo doet?’
‘Je kunt hem dat zelf vragen, of moet ik gewoon blijven doen? Maar hoe pak ik het aan als ik een klusje voor jou moet doen?’
‘Dan krijgt hij een bericht.’
‘Oké. Dus we zien elkaar niet meer voorlopig.’
‘Nee,’ hoorde ze hem zacht zeggen.
Ze pakte zijn hand en kneep erin.
Niels werd weer zakelijk. Hij kleedde zich snel aan. ‘We kunnen nog samen ontbijten, daarna ga ik er vandoor.’

Beneden zat Larry met een gezicht als een oorwurm.
Tess hield haar hand op. ‘Larry, we staan nu quitte. Hou er maar over op. Wat staat er vandaag op het programma?’
‘Een persconferentie. Pieter houdt contact met de video.’
‘Hoe laat?’
‘Over een uur.’
‘Life uitzending?’
Larry knikte.
‘Goed, dan verkleed ik me na het ontbijt. Power dressing, daar houdt Pieter van.’
Larry keek haar met een scheef gezicht aan.
‘Ik bedoel er niets mee, dat hoort toch bij mijn baantje?’
Ze hoorde hem snuivend baantje herhalen.
Na een croissant en een ei stond ze op. ‘Heb jij de tekst?’
Grommend overhandigde hij een map.
‘Mooi, kan ik op de wc doornemen.’ Ze stak haar tong uit en liep naar haar kamer. Even leunde ze tegen de deur. Alle spullen van Niels waren weg. Ook haar euforie was gedeeltelijk weggeëbd, maar het idee dat ze contact zouden houden, stemde haar weer vrolijk.

VAKANTIE IN VENETIË

Eveline stapte voorzichtig in de wiebelende watertaxi. Nu de koffer nog. Minachtend keek de schele schipper naar haar weinige bagage. ‘Kunt u mij even helpen met mijn koffer?’ vroeg ze. De man krabde zich achter zijn oor, pakte met een onverschillig gebaar haar koffertje en kwakte dit met een klap aan boord. Hij tuurde even of er nog meer klantjes zouden komen en toen een lange blonde man haastig naar de steiger liep, haalde hij zijn hand van knop van het gashandel. De man smeet twee tassen in de boot en sprong de kuip in. De boot schommelde zo erg dat Eveline nog net het dak kon vastpakken om niet te vallen. Voordat ze haar bestemming kon opgeven, begon de blonde te commanderen: ‘Cipriano, en vlug een beetje.’
Eveline keek haar mede passagier boos aan en sprak: ‘Wie denk je wel dat je bent. Ik zat eerder in de boot. Mijn bestemming ligt aan het Canal Grande, het…’
Hij lachte spottend en zei: ‘Cirpiano ook hoor. Als ik er ben kan je rustig naar je hotel.’
De kapitein van het bootje keek recht voor zich uit. Hij stoomde in volle vaart de lagune over, tot hij zich aan de snelheidsbeperking moest houden.
Wat een vlerk dacht Eveline. Ze negeerde de man en keek met haar neus in de wind naar de gevels van de huizen die in het water stonden.
Zonder een woord te zeggen klom de man bij de steiger van het dure hotel aan wal. Hij liet zijn tassen liggen en knipte met zijn vingers naar de portier die al kwam aan rennen. De bediende tikte eerbiedig aan zijn pet, pakte de tassen van de kapitein aan en betaalde met een royale fooi.
Eveline probeerde haar woede in te houden, want om een vakantie met een slecht humeur te beginnen, zag ze niet zitten. De kapitein stak rustig het geld weg. Vervolgens draaide hij zich om en vroeg verveeld: ‘Welk hotel?’ Ze noemde de naam van het palazzo. Na enkele minuten draaide de watertaxi voor de oude steiger van het palazzo. Marie, de oude hulp stond haar al op te wachten. ‘Je bent laat Eveline. Je vliegtuig zou toch om twee uur landen?’
‘Ja Marie, maar op het laatste sprong er een brutale kerel in de boot en hij wilde coûte que coûte snel naar het Cipriano.’
Marie zuchtte, keek de schipper boos aan en begon in het rap Italiaans: ‘Schande om de señora zo te behandelen Luigi.’
Luigi keek gegeneerd en zei timide tegen Eveline: ‘Had u dan gezegd dat u bij de Contessa ging logeren.’
Marie sprak luid: ‘Luigi, zij is de nicht van de Contessa, ze komt hier al jaren. Voortaan meer respect èh?’
Luigi zette zorgvuldig haar koffer op de steiger en hielp haar galant uitstappen. Mario de oude huisknecht kwam al aanlopen om haar koffertje aan te nemen.
Eveline omarmde Marie en zei: ‘Heerlijk om hier weer te zijn. Hoe is het met mijn tante?’
‘Prima Signora Eveline. Ze doet haar middagdutje… vanavond… kom er staat buiten nog een antipasta voor u klaar.’
Eveline liep naar de binnentuin. Ze snoof de geur van Venetië op en ging aan de oude marmeren tafel zitten, waar Mario gedienstig haar stoel aanschoof. ‘Dank je Mario. Wat heb ik dit in New York gemist. Hm, dit ruikt goddelijk.’ Ze had net haar espresso op toen ze haar moeders zuster hoorde aankomen. De elegante slanke vrouw was veertig jaar geleden met een Italiaanse graaf getrouwd. Na zijn dood had hij haar dit statige palazzo nagelaten.
‘Eveline, heerlijk dat je er bent’ riep tante Alexandra en kwam met uitgestoken handen op haar af. Eveline stond op en beide vrouwen omhelsden elkaar. ‘Laat me je bekijken, je ziet er moe uit. Hier kan je heerlijk bijkomen. Hoe was je reis? Ik hoorde al van Marie dat je lastig gevallen werd door een brutale vent.’
‘Ach, lastig gevallen was het niet, maar …’
‘Kindje, je bent nu 40 en nog steeds alleen.’
Eveline lachte. ‘Mijn werk tante… dat kan ik nauwelijks met een vaste relatie combineren.’
‘Kom, ik zal je de nieuwe badkamer laten zien. Het was hard nodig. Je kunt nu zonder problemen een bad nemen.’
Gearmd liepen ze door het palazzo. Eveline zag dat het vocht de muren behoorlijk had aangetast. Tante zag haar kijken en sprak: ‘Je moet hier constant werklui over de vloer hebben, maar ik zou dit paleis voor geen goud willen ruilen. Zolang Marie en Mario voor mij kunnen zorgen, zit ik hier prima.’ Boven opende tante de deur van de logeerkamer waar Eveline elk jaar kwam. ‘Is dat al je bagage?’ vroeg ze toen ze haar handbagage zag.
‘Nee, mijn grote koffer is kwijtgeraakt op het vliegveld van Rome. Ik hoop dat deze morgen wordt gebracht.’
‘Je hebt je avondjurk toch hopelijk wel bij je.’
Lachend antwoordde Eveline: ‘Natuurlijk! Rome is berucht voor het kwijtraken. Ik kon de Pucci in mijn handbagage proppen. Wat wordt er vanavond gespeeld? Het is toch weer een première?’
Haar tante knikte en lachte geheimzinnig. Ze pakte haar bij haar arm en zei: ‘Blijf even staan. Doe je ogen dicht.’
Eveline hoorde dat haar tante weg liep. Enkele ogenblikken later voelde ze dat tante iets in haar handen drukte. ‘Stevig vasthouden. Doe nu maar je ogen open.’
Nieuwsgierig wreef ze met haar hand over de donkerrode fluwelen bekleding van het foedraal. Ze slaakte een verrukte kreet toen ze deze opende en de tiara zag.
‘Lieve kind, later erf jij deze toch. Ik heb het al beschreven. Met mijn tiara zie jij er vanavond vast betoverend uit. Ik zou het zo fijn vinden als je hem met plezier kan dragen’
Eveline wist dat tante Alexandra het vreselijk had gevonden dat ze kinderloos was gebleven.
‘Veel partijen geef ik toch niet meer. Zoals je ziet, heb ik mij ook aangepast. Giacomo zou mij nu eens in jeans moeten zien!’
‘Tante Alexandra, je ziet er nog geweldig uit.’
Alexandra knikte en zei trots: ‘Maat 38, en dat probeer ik angstvallig te houden.’
Eveline wees naar de tiara en sprak: ‘En wat draag jij dan vanavond?’
‘Ik doe mijn parels om. Een tiara erbij is gewoon teveel. Niet chic. Kom, ik wil alles van jou horen. Hoe gaat het met mijn zusje? Nog steeds geobsedeerd door de wetenschap?’
‘Ja, mam heeft net weer een boek geschreven over gentherapie.’
‘En Laurens?’
‘Ook met papa gaat het goed. Zijn laatste thriller is goed ontvangen. Stond zelfs op de lijst van bestsellers.’
Alexandra knikte goedkeurend en mompelde: ‘Het is een bof dat jullie allemaal een goed stel hersens hebben. Liefje, vertel mij nu over jouw drukke leven.’
Nadat Eveline haar tante uitgebreid verslag had gedaan zei tante: ‘Rust maar lekker uit. Ik ga kijken of alles in orde is voor vanavond.’
Eveline liet zich achterover zakken op de chaise longue en was even later onder zeil. Ze droomde van de blonde vlerk. Verrekte knap, maar zeer arrogant. Vaag kwam hij haar ergens bekend voor. Ze werd wakker toen de zon achter de grote boom was. Langzaam rekte ze zich uit. Het was al bijna zes uur; tijd om zich rustig te gaan opknappen. Eerst naar het theater en daarna zouden de gasten komen voor een souper, een ritueel waaraan haar tante zich ook na de dood van haar man had gehouden. Om te kijken welk stuk er vanavond in de Fenice zou worden gespeeld, was er niet van gekomen. Terwijl ze de trap opliep, hoorde ze al gestommel in de keuken. Marie drilde de cateraars als een generaal. Boven had Marie haar lange Pucci jurk al op een hangertje gedaan. Een ideale reis jurk die ze al jaren had. De zijden jersey kreukte nauwelijks. Ze stak haar donkerblonde haar op, pakte voorzichtig de tiara en keek voor de spiegel hoe ze de tiara het beste kon vastmaken. Op haar horloge zag ze dat ze nog tijd genoeg had voor een warm bad. Snel stapte ze uit haar reiskleding. Ze deed haar oorbellen uit voordat ze zich in het warme water liet zakken. Voor zover ze het zich kon herinneren had ze de laatste twintig jaren, geen soiree van haar tante gemist. De gasten zouden wel weer de haar bekende oude vrienden zijn, allemaal Italianen die zich natuurlijk weer gingen afvragen waarom ze nog steeds geen echtgenoot had gevonden. Na de dood van Diederik, had ze niemand ontmoet om samen oud mee te worden. Later zou ze dit palazzo erven. Wat moest ze ermee? Zou ze hier haar werk kunnen voortzetten? Ruimte genoeg, maar erg onpraktisch voor een laboratorium. Ze had zo zitten dromen, dat het water was afgekoeld. Licht rillend stapte ze het bad uit. Haar schoenen zaten nog in de verdwenen koffer. Dan maar sandalen. Gelukkig was de lak op haar tenen nog niet geschilferd. Zonder kousen, stapte ze in haar sandalen. Ze trok de jurk over haar hoofd, stak haar lokken op en zette de tiara stevig met de bijbehorende spelden vast. Kritisch bekeek ze haar evenbeeld, trok de rok van de jurk die een beetje strak zat recht en pakte haar smartphone om deze op trillen te zetten. Julian, schoot haar te binnen, helemaal vergeten. Ze zond haar assistent een sms’je om te melden dat ze veilig in Venetië zat. Meteen werd ze door hem terug gebeld. Julian meldde dat de laatste test gelukt was. Nu kon ze het patent gaan aanvragen. Haar moeder wilde ze over dit succes berichten wanneer ook dit in kannen en kruiken zou zijn. Opgelucht liep ze naar de piano nobile.
‘Een glas champagne Eveline?’ sprak haar tante die haar had horen aankomen.
Ze antwoordde lachend in het Italiaans: ‘Si, dat heb ik wel verdiend. De laatste test is goed gegaan.’ Toen pas zag dat er al een andere gast was, een lange man met blond haar van wie ze alleen de brede rug van zijn smokingjasje zag. ‘Jij, vlerk,’ had ze willen zeggen. Toen hij zich langzaam omdraaide, zag ze dat het niet de man was die zich bij het Cipriano had laten afzetten, al leek hij er verdomd veel op. Het had een broer van de vlerk kunnen zijn. Zijn trieste blik viel haar op. Galant kuste hij haar hand en sprak zacht: ‘Wat een eer u vanavond in ons midden te hebben.’
Ze was zo verbluft dat ze alleen maar knikte.
Haar tante sprak: ‘Claude is zeer geïnteresseerd in jouw nieuwe medicijn.’
‘Dat is nog niet op de markt,’ sprak ze en schudde haar hoofd. Ze herinnerde zich dat ze een tiara droeg en terwijl ze met een hand voelde of de tiara nog goed zat. ‘Het is nog niet eens gepatenteerd.’
Claude keek haar ernstig aan en zei: ‘Pancreas kanker toch?’
‘Hoe?’ Begon ze.
Claude wierp een blik op Alexandra.
Eveline zuchtte. ‘Het is mijn enige korte vakantie, dus…’
Claude viel haar in de reden: ‘De artsen hebben mij opgegeven.’ Ze ging voor hem staan, keek hem onderzoekend in zijn ogen en zei kort: ‘Verkeerde diagnose. U hebt geen pancreas kanker, maar suiker.’
Claude keek haar verbluft aan.
‘Iriscopie, van Diederik geleerd,’ zei ze kort en dacht aan haar overleden vriend die zich in de Chinese geneeskunde had gespecialiseerd.
‘Als het goed is, komt mijn tweelingbroer naar Venetië voor een transplantatie, maar noem mij toch Claude.’ Hij reikte haar een glas champagne aan.
Eveline nam een slok en mompelde: ‘Dat is dan zeker die brutale man die zo nodig snel naar het Cipriano moest.’
Haar tante keer verstoord en fluisterde: ‘Pierre?’
‘Zo erg was het ook weer niet, maar de man die mij vanmiddag in mijn watertaxi onbeschoft behandelde, lijkt sprekend op Claude.’
‘Mijn broer kan zich soms onmogelijk opstellen, mijn excuses.’
‘Je hoeft je toch niet voor een volwassen vent te verontschuldigen,’ antwoordde ze lachend. Eveline hoorde iemand gehaast de trap opkomen. Een moment later stond ze oog in oog met de lange blond man. Beiden keken verbaasd.
Hij stak zijn hand uit.
Ze negeerde die en zei koel: ‘Ik ben dokter Verhagen. Je broer heeft geen pancreas kanker. Je kunt dus vertrekken.’ Eveline, opgelucht, dat ze hem de les had kunnen lezen, sprak op normale toon verder: ‘Na jaren onderzoek weet ik heus het een en ander over deze ziekte. Ik denk eerder dat jij je moet laten onderzoeken Pierre, want jouw gedrag doet me aan een ander syndroom denken.’
Verbluft staarde hij haar aan. Met moeite kon ze haar lachen inhouden.
Haar tante schudde haar hoofd en sprak zacht: ‘Oh, oh, Eveline…’
Tijdens de voorstelling zat ze tussen de tweeling. Ze voelde dat Pierre zijn arm bezitterig achter haar op de rand van haar stoel legde, waarop ze in de pauze zei: ‘Hou op met dat populaire gedoe. Eerst negeer jij mij en nu je weet wat ik doe…’ Als door een wesp gestoken trok hij zijn arm terug. De rest van de voorstelling spraken ze geen woord. Toen het applaus verstomd was, gaf Alexandra hen een seintje en zei: ‘Jongelui, op naar het souper.’
Haar tante gaf haar een arm en fluisterde: ‘Pierre is de kwaadste niet, al is de roem hem naar zijn hoofd gestegen.’
Het kwam er niet meer van om te vragen wat hij dan wel deed. Eveline liep naar de prachtig gedekte tafel, bekeek de naamkaartjes en zag dat tante Alexandra haar weer tussen de broers had geplaatst. Snel verwisselde ze haar kaartje met die van de oudste vrouwelijke gast.
Tijdens het souper schaterde ze het uit met de oude besnorde professor die met twinkelende oogjes de ene anekdote na de andere vertelde. Ze voelde de blikken van Pierre wel. Niemand nam notitie van hem en ze zag dat zijn arrogantie op slag was verdwenen. Hij verwarde en intrigeerde haar met zijn pose. Ze probeerde de gedachte aan hem opzij te schuiven, want ze wilde goed uitgerust aan de volgende fase van haar uitvinding beginnen. Een week later stond de tweeling met een grote bos bloemen in een gondel aan de steiger te wachten.
Marie kwam geagiteerd naar haar toe: ‘Eveline, kom gauw… zo’n grote bos bloemen heb ik nog nooit gezien.’
Snel trok ze een knalroze dunne kaftan over haar bikini en liep Marie op blote voeten achterna. Marie opende de kleine deur die direct op het Canal Grande uitkwam. Net kwam er een speedboot aan die haar kletsnat spoot. Eveline voelde dat ze over de gladde planken ging uitglijden en probeerde een van de palen te pakken. Pierre sprong naar haar toe en kon net voorkomen dat ze in het water viel.
‘Dank je,’ fluisterde ze. De dunne kaftan plakte tegen haar lichaam. Ze schudde haar kletsnatte haren uit.
Alsof hij niet opmerkte dat er weinig te raden over bleef, sprak hij: ‘Jouw diagnose… helemaal juist. We komen je daarvoor een bloemetje brengen.’
Marie gebaarde dat ze binnen konden komen.
‘Even iets droogs aantrekken, ik had niet op een douche gerekend,’ begon Eveline .
‘Ik zie je liever zo dan met een tiara,’ zei Pierre olijk.
Zittend rond het kleine zwembad stak Claude van wal. Ze waren naar New York gevlogen met het medische dossier van de Romeinse arts. ‘Een klungel… hij had mijn dossier verwisseld.’
Eveline zag hoe opgelucht beide broers waren. Claude keek niet zo somber meer en van Pierre’s schouders leek een last te zijn afgevallen.
Marie vertrok met de bloemen. Even later kwam Mario met een grote vaas aanzetten die hij met moeite kon tillen.
‘Prachtig, dat hadden jullie toch niet hoeven doen,’ zei ze.
‘Als we jou niet hadden ontmoet…’ sprak Claude net toen Alexandra in jeans de binnentuin in liep. ‘Jongens wat een verrassing, hoorde ik iets over New York?’
‘Na Eveline’s diagnose wilde ik een second opinion.’
‘Kettering Sloane zeker?’ sprak Alexandra.
De broers knikten.
‘Dat je geen kanker hebt,… heerlijk, dat moeten we vieren. Jullie blijven toch voor de lunch?’
Pierre pakte Eveline’s hand en zei: ‘Mijn excuses voor mijn onbeschofte gedrag… stond erg onder druk. De zorg voor Claude… ik moest een belangrijk tournee afzeggen.’
Ze knikte en omdat het aperitief geserveerd werd, was het weer niet het moment om de vraag te stellen wat Pierre nu eigenlijk deed. Veronderstelde iedereen dat ze dat wel wist? Eveline liep naar de keuken en vroeg aan Marie: ‘Weet jij hoe mijn tante de tweeling kent?’
Marie keek haar verbaasd aan en antwoordde: ‘Wist je niet dat Claude en Pierre de kinderen zijn van de eerste vrouw van jouw tantes echtgenoot?’
‘Nee. Ik dacht dat Giacomo geen kinderen uit zijn eerste huwelijk had.’
‘Dat zijn ze ook niet. Eugenie, de eerste vrouw van mijnheer Giacomo hertrouwde met een Fransman die naar Amerika vertrok.’
Ze wilde net vragen of Marie iets over het werk van Pierre wist toen Pierre de keuken in kwam.
‘O, ben je daar… Marie zal ik dat blad met glazen van je overnemen?’
‘Ik heb net begrepen hoe jullie band met mijn tante is. Zeg, waarom moest jij zo nodig maar het dure Cipriano?’ Pierre keek haar onbegrijpend aan en nam het blad mee naar buiten.
De plens water had haar meer afgekoeld dan gedacht. Ze liep naar boven om even een vestje te pakken. Met het kledingstuk in haar hand keek ze uit het raam dat op de binnentuin uitkeek. Haar tante zat geanimeerd met de tweeling te praten. Mario was al bezit om de buitentafel te dekken. Ze zuchtte, om zo te leven… sprookjesachtig. Vlak bij het Canal Grande en toch zo rustig.
‘Al nieuws over het patent?’ vroeg Pierre belangstellend toen ze de tuin inliep.
‘Daarmee ga ik volgende week, als ik terug ben in New York aan de slag.’
Ze keek Pierre aan. In jeans en een mooi wit overhemd, zag hij er geweldig goed uit. Blijkbaar wist hij dat ook. Na de koude soep, leek hij zich te ontspannen en na enkele glazen wijn, lachte hij uitbundig. ‘Jij bent de enige vrouw die zich normaal tegen mij gedraagt,’ fluisterde hij haar zacht tijdens de koffie toe.
‘Waarom zou ik dat niet moeten doen? Zo bijzonder ben je heus niet hoor. Al had je last van stress, je hoefde je toch niet zo onbeschoft tegen mij te gedragen toen we van het vliegveld kwamen? Maar goed, laten we het daar maar niet meer over hebben. De bloemen zijn beeldig, maar het was echt niet nodig om zo uit te pakken.’
‘Mag ik jou vanavond uitnodigen voor een etentje?’ vroeg Pierre en voegde daaraan toe, ‘om het goed te maken.’
‘Liever niet, na deze lunch… morgen… schikt dat?’
‘Prima. Ik haal je af om kwart voor acht.’
‘Oké, chic of casual?’
‘Casual graag.’ Claude keek Pierre met een geamuseerd lachje aan. Ze vroeg zich af, wat er zo bijzonder aan haar vraag was geweest. Ook haar tante had verbaasd gekeken toen Pierre haar had uitgenodigd. Ze haalde haar schouders op en kon zich er niet druk om maken, al spookte zijn opmerking door haar hoofd. Er was iets aan hem dat ze niet kon plaatsen. Gespleten persoonlijkheid? Om haar tante te vragen wat er met Pierre aan de hand was, vond ze zo stom.
De volgende avond stond ze om kwart voor acht klaar. Pierre gaf haar een kus en drukte haar even tegen zich aan en zei: ‘Ik heb mij erg op deze avond verheugd. Bij jou kan ik eindelijk mezelf zijn.’ ‘Dat kan je toch altijd?’ zei ze verwonderd. Hij schudde zijn hoofd en keek somber.
Eveline zei zacht: ‘Af en toe ben jij een rare hoor. Voor wie hou jij je eigenlijk op?’
‘Voor mijn publiek natuurlijk,’ zei hij zo vanzelfsprekend, dat ze in lachen uitbarstte.
‘Nou ik hou mij in ieder geval niet op voor mijn aandeelhouders van mijn farmaceutische bedrijf.’ ‘Maar dat is iets anders,’ zei hij doodernstig.
Ze haalde haar wenkbrauwen op. De watertaxi naderde het Cipriano hotel waar het zwart van de mensen stond.
‘Achteringang gauw,’ sprak Pierre tegen de bootsman.
‘Wat moet die commissie van ontvangst?’ vroeg ze en keek Pierre aan die zijn masker weer had opgezet en met samengeknepen lippen naar de steiger staarde. Ze stootte hem aan. ‘Zeg komen die allemaal voor jou? Wat doe je in hemelsnaam? Ben je beroemd of zo? Ik heb echt geen idee.’ Plotseling werd het haar duidelijk. Pierre was in feite… Voordat ze hierover iets kom zeggen zag ze dat een aantal hysterische jonge vrouwen gekleed en wel het water insprong en naar de boot zwom. Eveline keek vol afschuw naar de gillende meute en zei: ‘Laten we dat etentje vergeten. Kom maar mee terug naar huis. In de ijskast van mijn tante is vast wel een broodje te vinden. Dit is toch te gek. Hoe kan je zo leven?’
Pierre hield zijn hoofd fier omhoog en zwaaide naar de menigte. Hij pakte haar bij haar schouders, trok haar naar zich toe en kuste haar. Verbaasd beantwoordde ze zijn kus. Het gejoel nam af, naarmate de boot zich van het dure hotel verwijderde.
Toen ze zich uit zijn greep had losgemaakt sprak ze: ‘Je zou je knappe gezicht moeten laten veranderen.’
Hij barstte in lachen uit en zei spontaan: ‘Je hebt helemaal gelijk. Niet alleen Claude heb je gered, maar je hebt mij ook laten begrijpen dat ik het roer moet omgooien.’
Met de armen om elkaar heengeslagen kwamen ze bij de steiger van het Palazzo aan. Voor Eveline was dit de beste avond na de dood van Diederik. Nog een week vakantie in Venetië en daarna? Zou ze de stap wagen om hier te blijven? Als ze naar Pierre keek, dacht ze van wel.

WEERZIEN IN CAÏRO

‘Middenpad graag.’
Tess overhandigde haar ticket en staarde in de verte terwijl het meisje een stoelnummer intoetste.
‘Mevrouw, uw instapkaart.’
Tess knipperde met haar ogen en pakte de kaart met een afwezig knikje. Met rechte rug, pakte ze haar handbagage. De taxfree winkel had het parfum Mitsouko van Guerlain in de aanbieding. Dat luchtje had ze op toen… Vol afschuw liep ze door de slurf naar het vliegtuig.
Tess spande haar kaken toen ze voor stoel 13B stond. Stom, niet opgelet bij het inchecken. Achteroverleunend op dezelfde plaats als op die fatale vlucht kwamen de beelden van de kaping boven. Karin, de jonge vrouw met wie ze vanaf het opstijgen gezellig had zitten kletsen… de gewapende en gemaskerde kerel met een aparte tatoeage op zijn onderarm die plotseling het gangpad op liep… de doodsbange stewardess…

Een hand op haar schouder deed haar schrikken.
‘Mevrouw, wakker worden. Wilt u de stoel recht zetten, we gaan landen.’
Opgelucht haalde ze adem. Ze stond op en pakte haar koffertje uit het rek. Meelopend met de meute kwam ze bij de paspoortcontrole. Een dikke beambte lachte haar vriendelijk toe en maakte met zijn hand te kennen dat ze mocht doorlopen. Bij de uitgang hield Larry, een van haar medewerkers, het bord met haar naam op. Ze volgde zijn aanwijzing en stapte in de klaarstaande taxi. Oud Cairo was niets veranderd al bespeurde ze wel meer politie. Gelukkig was de chauffeur niet erg spraakzaam, zodat ze zich alvast kon concentreren op haar voordracht.

De hotelkamer rook fris. Ze hing haar zakelijke kleding uit en zag dat ze nog tijd genoeg had om een paar baantjes in het zwembad te kunnen trekken. Blij dat ze de enige in het water was, deed ze geen badmuts op. Plotseling dook iemand vlak naast haar het water in. Boos draaide ze haar hoofd af, maar kon een plens water op haar hoofd niet vermijden.
‘Zeg u bent hier niet alleen! Kan het iets rustiger?’ riep ze verstoord.
De man kwam boven water. Verbaasd zag ze dat het Niels was.
‘Niels,’ riep ze. Hij reageerde niet maar toen hij zijn gezicht omdraaide lachte hij verheugd.
‘Tess, ik heb je net nodig, dat is ook toevallig.’
‘Kijk wat je gedaan hebt… mijn haar…je wordt bedankt, zo kan ik niet op mijn bespreking verschijnen.’
‘Sorry. Kan ik je spreken?’
‘Geen tijd. Ik moet nu echt naar mijn kamer om mijn haar te föhnen.’
‘Dan kom ik naar je toe. Welk nummer?’
‘We zitten niet meer in de woestijn hoor.’
‘Alsjeblieft, ik heb jou hulp nodig. Jij bent de beste.’
‘Nou, dat hoor ik niet vaak.’ Ze klom uit het water en pakte haar badjas.
‘Ik meen het, dit is geen grapje Tess.’
Hij keek haar zo serieus aan, dat ze haar kamernummer gaf.
Ze stond nog in haar badjas het natte haar te föhnen, toen hij klopte.
‘Wat betekent dit in Godsnaam.’
‘Tess, jij bent gespecialiseerd in computers en…’
‘Ik ben hier voor mijn werk Niels.’
‘Als je nu even naar mij wilt luisteren.’
Ze zette de föhn uit en sloeg haar armen over elkaar.
Niels stak van wal. Al gauw luisterde ze ademloos.
‘Zo, en denk jij dat ik iets kan…’
‘Jij bent iemand die ik kan vertrouwen.’
Ze keek op haar horloge. ‘Ik moet echt opschieten.’
‘Ga maar door met je haar. Ik kom zo terug met enkele papieren. Stop ze als je blieft in je kluis. Heb je een laptop bij je?’

Ze was net aangekleed en hoorde zijn klopje. Hij keek haar bewonderend aan.  ‘Sorry voor dat gespat. Ik heb ook nog een USB stick.’
Ze knikte en opende de hotelkluis. ‘Ik bekijk het wel na de afspraak.’
‘Enig idee hoe lang?’
Ze haalde haar schouders op.
‘Mag ik op tien uur vanavond rekenen?’
‘Waar? Hier?’
‘Ja, dat is veiliger, beter dat ze ons niet samen zien.’
‘Zeg speel je tegenwoordig James Bond?’
Hij zocht in zijn jasje en pakte een geplastificeerde kaart.
Ze pakte deze aan, bekeek de foto en gaf hem terug. Haar wenkbrauwen schoten omhoog. Adam Smith las ze en fluisterde: ‘Wealth of Nations, toe maar.’
Hij grinnikte. ‘Ja, en nu ga ik er vandoor. Tot straks, alvast bedankt.’

De bespreking verliep vlot en na een snel hapje was ze tegen acht uur al weer op haar kamer.
Het beeld van Niels of Adam tijdens de kaping kwam boven. Ze herinnerde zich nog precies waarover ze hadden gesproken. Ze schrok op van een geluid op de gang. Iemand rende langs haar deur en ze hoorde een harde bons. Nieuwsgierig opende ze haar deur. Ze keek de gang in en zag een man ineengedoken op de grond liggen. Hij kreunde. Als uit het niets verscheen Niels. Hij hield zijn vinger op zijn lippen, pakte haar bij haar arm en trok haar de kamer in.
‘Wat…’
‘Je hebt dit niet gezien.’
‘Kom nou Niels. Heb jij die vent?’
Hij knikte en begon: ‘Heb jij die spullen al…’
Ze viel hem woest in de reden: ‘Ik ben jouw slaafje niet hoor. Ik ben nog geen vijf minuten op mijn kamer.’ Ze schopte haar schoenen uit, hing haar jasje op, haalde de spelden uit haar opgestoken haar en schudde haar hoofd. ‘En nu ga jij mij eerst vertellen waarom jij die kerel…’
‘Dat heeft hier niets mee te maken. Je bent intelligent genoeg dat je weet dat mijn beroep betekent dat ik niets mag loslaten. Ik heb jou al teveel verteld, maar anders zou je mij niet willen helpen, voilà.’
‘Oké. Nu je hier toch bent kan je mij beter briefen, dat gaat sneller. Is internet hier veilig als ik ga hacken?’
Hij knikte en pakte het stickje.
Tess zette haar laptop aan en leunde achterover. Ze rekte zich uit. ‘Wil jij zijn gegevens zelf intikken, zodat ik het uit veiligheid…’
Hij pakte haar laptop en tikte het protocol in. Met een knik draaide hij haar laptop weer terug.
Tess sloot even haar ogen, haalde diep adem en begon. Ze zat gebogen achter het scherm en zag vanuit een ooghoek dat Niels haar handelingen probeerde te volgen. Na drie pogingen floot ze. ‘Bingo.’ Ze draaide haar laptop een halve slag en leunde achterover.
‘Dat heb je verrekt snel gedaan.’
Ze snoof, stond op en liep naar het ijskastje. ‘Verdorie, leeg. Ik heb een razende dorst. Is dat ding van jou vol?’
‘Niet naar gekeken,’ zei Niels terwijl hij de gegevens op het scherm bestudeerde.
‘Wil je dat ik dit voor jou ga opslaan?’
‘Kan dat?’
‘Geef mij maar een leeg stickje. Ik zag dat het de nodige bites heeft.’
‘Kan je dat zien?’
‘Uh huh.’ Snel tikte ze enkele formules in. Het ronde wieltje begon al te draaien. ‘Ik schat 20 minuten.’
‘Zoveel?’
‘Wat dacht je, je wilt toch alles hebben? Dit is maar een klein deel, als ik alles ophaal zitten we hier overmorgen nog.’ Tess keek op haar horloge en mompelde: ‘Was dit alles?’
Niels keek verlegen op en zei: ‘Nee, eigenlijk niet.’
Ze zuchtte en begon: ‘Niels, mijn werk.’
‘Daar ben ik al mee bezig. Je baas zal jou hiervoor vrijaf geven.’
‘Beslis jij zomaar voor mij? Jezus Niels, dat pik ik niet.’
‘Geen gemaar Tess, wat als ik je zeg dat de president van de Verenigde Staten jou hiervoor wil inzetten.’
Ze begon hard te lachen. ‘Nou moet je mij geen sprookjes gaan vertellen. Volgens je kaart doe jij al jaren dit soort klusjes. Waarom heb jij vier jaar geleden niets gedaan? Je liet Karin en die andere man afslachten zonder een vinger uit te steken. Ik ben nu aan een stevige borrel toe.’
Boos liep ze naar de deur. Niels was haar voor. Ze voelde zijn handen op haar schouders. Zacht zei hij: ‘Sorry, ik heb me als een lompe boer opgesteld. In mijn werk…’
‘Ja, blijkbaar denk je dat jij je door die kaart alles kunt permitteren. Dat lukt je misschien met dom volk, maar ik zit anders in elkaar.’
‘Dat heb ik vier jaar geleden al gemerkt Tess. Het spijt me dat ik niet eerder contact met je hebt gezocht. Je bent heel bijzonder.’
‘Zo, begin je nu met flemen?’
‘Alsjeblieft Tess, ik ben hier niet handig in.’
Ze pakte zijn hand en haalde die van haar schouder. ‘Ik ben echt bekaf.’
Hij knikte en zei zacht: ‘Doe vannacht voor niemand open. Ik kan ook hier blijven. Je kent me, ik zal niets proberen.’
‘Niels, niemand weet toch wat ik gedaan heb?’
‘Daar ben ik niet zo zeker van. Die man op de gang…’
‘Je gaat mij toch niet vertellen dat jij aan de bar hebt staan opscheppen over mijn hackers talent?’ Ze geeuwde en deed haar laptop in de kluis.
‘Je meent het van die borrel?’
‘Nou en of. De bar is nog open. Jij hebt de gegevens. Stop die stick desnoods in je sok. Kom op naar de bar. Ik ben niet zo’n angsthaas.’
‘Oké, één drankje vooruit dan maar.’
‘Krent,’ zei ze toen ze samen haar kamer verlieten.

In de bar speelde een pianist. ‘Goh ik heb eeuwen niet gedanst. Heb jij dat ook geleerd voor je werk?’
Niels perste zijn lippen op elkaar.
‘Sorry Niels, maar die kaping…’
Hij zei niets, pakte haar hand en leidde haar naar de kleine ronde dansvloer. Hij drukte haar dicht tegen zich aan en gaf haar een kus in haar nek. ‘Dit had ik al veel eerder willen doen.’
Ze sloot haar ogen en volgde zijn ritme. Door haar oogleden speurde ze de bar af. Een man trok haar aandacht, die beweging… ze probeerde zijn pols te zien en hield haar adem in toen ze de tatoeage herkende. Niels wilde haar aankijken maar ze draaide haar mond naar zijn oor en fluisterde: ‘Niels, die man aan de bar in dat witte pak. Hij is de vent die Karin neerschoot.’
Ze voelde hem even verstrakken. Daarna drukte hij haar nog vaster tegen zich aan en siste zacht: ‘Probeer gewoon door te dansen. Trek vooral geen aandacht.’
De pianist ging over op een ander ritme, veel te vlug om op te dansen. De man in het witte pak vond de muziek blijkbaar niet naar zijn zin. Hij stond op en liep hun richting uit. Plotseling kuste Niels haar vurig. Automatisch kuste ze hem terug.
Zodra de man uit het zicht was liet Niels haar los en vroeg: ‘Wil je dat drankje nog?’
‘Jawel, maar niet hier.’
Hij trok haar mee, keek af en toe om zich heen en laveerde haar naar de lift.
Voor haar kamerdeur zei hij: ‘Ik probeer een fles te organiseren, ben zo terug.’
Ze ging met een plof op haar bed zitten. Haar hart ging als een razende tekeer. Zijn kus, zo echt… of was het allemaal verbeelding. Ze doezelde weg. Niels klopte al weer op de deur. Ze keek op haar horloge. Hij was ruim tien minuten weg geweest. Met de fles triomfantelijk voor zich uit zei hij: ‘Gaat het?’
Schor zei ze: ‘Ja, ik schrok wel even. Zeg, met jouw organisatie… kunnen we die te pakken nemen?’
‘Ik kan het aanzwengelen.’
‘Wat! Aanzwengelen? Ik neem aan dat je een wapen hebt.’
‘Tess niet zo gestrest.’
‘Ik weet niet wat ik nu van jou moet denken Niels, of moet ik je Adam noemen. Hoe heet jij eigenlijk?’
Hij liep naar de badkamer en kwam terug met twee glazen. ‘Wil je puur of moet ik er een beetje water bij doen?’
‘Doe maar puur.’ Ze leunde achterover op het tweezits bankje en Niels kwam naast haar zitten. Peinzend draaide ze haar glas rond. Ook Niels sprak niet. Hij schonk haar bij toen ze haar glas leeg had. ‘Je hebt een drukke dag achter de rug. Het is beter dat we gaan slapen voordat we elkaar verwijten gaan maken waarvan we later spijt hebben.’
‘Goed idee, slaap lekker Niels, ik ga naar de badkamer, je vindt de weg vast nog wel naar je slaapkamer.’
Ze voelde zich gesloopt. In de badkamer haalde ze haar make-up van haar gezicht, poetste haar tanden en deed haar sieraden af. Op de tast vond ze haar bed. Tot haar verbazing lag Niels daarop, in diepe rust. Hij had alleen zijn schoenen uitgedaan. Ze had geen energie meer om hem wakker te maken. Voorzichtig kroop ze onder het dekbed. Voor ze het wist sliep ze.

Rond een uur of vier werd ze wakker. De maan scheen door een kier in het gordijn. Niels, in boxershort, snurkte licht. Ze draaide zich om en sliep weer. Tegen een uur of zes werd ze weer wakker. Niels was tegen haar aangekropen. Hij mompelde iets in zijn slaap.
Ze schrok wakker toen iemand op de deur klopte. Ze schoot overeind en zag dat er een enveloppe onder haar deur werd geschoven. Op blote voeten liep ze in haar nachthemd naar de deur en pakte de enveloppe. Verbaasd scheurde ze deze open. Ze las het korte bericht en vloekte.
‘Goeden morgen, slecht nieuws?’
‘Je wordt bedankt.’ Ze gaf het bericht aan Niels, die het grommend las. Prompt ging haar mobieltje.
‘Tess, je bent op staande voet ontslagen.’
‘Pieter, wat zullen we nu hebben?’
‘Je weet best wat ik bedoel. Gisteravond heeft Larry jou gezien. Op de dansvloer met een wildvreemde kerel. Je kent de policy van ons bedrijf.’
‘Niels is geen wildvreemde kerel voor mij.’
‘Probeer je er niet uit te kletsen. Als het goed is ontvang je een brief. Je hotelkamer is deze nacht betaald, maar daarna…’
Boos klapte ze haar mobieltje dicht en sloeg beide handen voor haar gezicht. ‘Shit, nu ben ik ook nog door jou ontslagen!’
‘Vertel even rustig… hoe…’
‘Larry, een van mijn medewerkers heeft ons gisteravond op het dansvloertje gezien. Jouw innige omhelzing heeft hij gefotografeerd en aan Pieter, mijn baas, opgezonden.’
‘Was hij daar? Heb je hem gezien?’
‘Nee, ik sufferd had alle aandacht voor jou en daarna voor de kaper.’ Ze stond plotseling op, tikte op haar mobieltje en zei: ‘Wacht, stel dat hij meerdere foto’s heeft gemaakt, dan staat die vent er misschien ook op.’
Niels wreef over zijn stoppelbaard.
‘Ga jij maar naar de badkamer, dan bel ik Larry even.’
Larry wilde eerst niet luisteren, maar toen hij begreep dat ze niet laaiend was, zei hij: ‘Tess, ik nam meerdere foto’s. Zal even kijken; wit pak aan de bar zei je toch?’
Ze hoorde hem in zichzelf praten toen hij de beelden doorzocht.
‘Hebbes, staat er prima op.’
Zie je een tatoeage op zijn pols?’
‘Daarvoor moet ik hem vergroten.’
‘Delete hem alsjeblieft niet. Dat deze killer nog vrij rond loopt…’
‘We kunnen beneden afspreken in het ontbijtrestaurant.’
‘Prima, ik moet me even aankleden. Tot over een kwartier.’
Niels liep met een handdoek om de slaapkamer in. Hij fronste zijn wenkbrauwen.
‘Over een kwartier zie ik hem in de ontbijtzaal. Kom je ook?’

In de eetzaal zag Tess Larry zitten. Ze schoof bij hem aan. Larry pakte zijn mobieltje en scrolde naar de bewuste foto. ‘Tess, ik heb het niet helemaal begrepen.’
Ze leunde voorover en begon met zachte stem over de kaping te vertellen.
‘Ze wilden alle mobieltjes hebben. De stewardess werd ruw bij haar arm gegrepen en de kaper duwde haar een plastic zak in haar hand. Toen hij zijn arm strekte zag ik een tatoeage van twee slangenkoppen.’
Na een veelbetekenende blik ging ze door: ‘Karin, de jonge vrouw naast mij met wie ik vanaf het opstijgen gezellig had zitten praten, begon snel een sms’je te componeren. Ik hoorde haar vooruit fluisteren toen het zenden niet snel lukte. We hielden onze adem in toen het toestel geluid maakte. De kaper keek speurend rond en liet zijn blik op haar rusten. Obey my orders, snauwde hij en trok haar overeind. Karins toestel kwam met een bons op de grond. Bitch, siste de man en gaf haar een klap in haar gezicht. Karin krijste asshole waarop de vent woedend werd en de stewardess gebood dit op te rapen. Hij griste het mobieltje uit haar hand, klapte het open, keek haar aan, schudde zijn hoofd en richtte zijn machinepistool op haar. Nee! gilde Karin, voordat haar hoofd uit elkaar spatte. Ik voelde stukjes hersens en bloed op mijn gezicht. Mijn keel zat dichtgeknepen en ik kon nauwelijks adem halen. Shut up, snauwde de man mij toe. Ik durfde mij niet meer te bewegen. Van de stewardess mocht ik mij niet opfrissen. De man aan de andere kant van het gangpad, reikte mij een pakje zakdoekjes aan. Ik schatte hem achter in de dertig. Bruin verbrand, blond haar, aan de lange kant. Hij dook weer in zijn boek over opgravingen. Iemand die de kunst verstond om zich onzichtbaar te maken. Het werd nacht. Niemand mocht van zijn plaats. Ik rook dat veel mensen hun ontlasting niet konden ophouden. Ook ik moest nodig. Het was doodstil in het vliegtuig en ik kon de angst ruiken. Iemand begon zachtjes te kreunen, waarop ik een andere persoon hoorde zeggen, laat toch lopen meid, straks knap je. Water, bromde een andere man. Ik hoorde meer kreten zoals: Verdomme, ze kunnen ons toch niet zo behandelen? Klootzakken zijn het, Ik zal ze! De stewardess kwam achter het gordijn vandaan en vroeg verstikte stem: of we stil wilden zijn. Zo, zeiden ze dat? vroeg een lange kerel. Hij stond op en werd prompt door een van de kapers doodgeschoten. Tegen het ochtend gloren pakten de kapers beide lijken op en smeten die naar buiten. Mijn maag draaide om. Een intussen aangekomen cameraploeg filmde de kapers. Ik vroeg of ik ergens anders kon zitten, want mijn plaats was doordrenkt van het bloed, maar ik kreeg te horen dat alle plaatsen bezet waren. Toen keek ik naar de lege plaats naast mijn buurman aan de andere kant van het gangpad. Kom maar naast mij zitten, ik reserveerde twee plaatsen, zei de man. Ik stond op en ging naast hem zitten. Hij keek mij onderzoekend aan en vroeg of het een beetje ging. Zijn naam was Niels. Hij hoorde aan mijn Engels dat ik uit Nederland kwam. Meteen fluisterde hij mij instructies toe hoe ik zoveel mogelijk moest proberen te bewegen om de bloedsomloop op gang te houden. Kijk zo.’
Ze draaide met haar voeten. Larry knikte en maakte een gebaar dat ze door moest gaan.
‘Ik vroeg hem of hij wist hoe lang dit kon duren, maar het was ook zijn eerste kaping en hij vermoedde dat ze eerst losgeld wilden vragen. Ik was bang dat ze ons zouden afschieten, maar Niels zei alleen dat hun waarden nogal met die van ons verschilden. Goed daar had ik weinig aan.’
Larry knikte en perste zijn lippen op elkaar.
‘Niels vertelde dat hij naar Noorwegen ging. Blijkbaar werkte hij op een universiteit. Ik had zijn boek over archeologie opgemerkt en hij knikte toen ik dat suggereerde. Nou daarna vertelde ik dat ik iets deed met computers. Na drie dagen mochten we het vliegtuig verlaten. Niels en ik waren een van de weinige passagiers die geen moeite hadden met lopen. Ik kan wel een week in het bad zitten, zei ik na de aankondiging dat de passagiers naar een hotel gebracht zouden worden. Omdat er niet voldoende kamers waren, moesten veel passagiers een kamer delen. Niels vroeg of ik daar bezwaar tegen had. Ik keek om mij heen en kon geen andere vrouw alleen ontdekken. Ik vertrouwde hem en bovendien konden wij elkaar verstaan.’
Ze keek Larry aan en eindigde met: ‘Toen zag ik Niels hier. Hij heeft het laten overvliegen van het lichaam van Karin verzorgd. God dat jij die ene kus die we ooit met elkaar gewisseld hebben op je mobiel hebt vereeuwigd en dat ook nog eens naar Pieter zond. Leuk hoor. Nu zit ik zonder baan.’
‘Sorry. Ik zal Pieter bellen en het hem uitleggen. Je sprak trouwens nooit over die kaping.’
‘Traumatische ervaringen stop ik het liefst weg Larry.’
‘Zeg, is dat Niels?’
Tess knikte en riep: ‘Niels kom erbij. Zeg Larry als je wilt kun je het verhaal ook van Niels horen. Ik heb er mijn buik van vol. Praten jullie maar, ik ga naar de bar om een espresso te drinken.’
Terwijl de ober de espressomachine bediende, zag ze beide mannen serieus met elkaar praten.
Peinzend roerde ze een klontje rietsuiker door de sterke koffie. Een man liep rakelings langs haar heen. Ze schrok en herkende de kaper, gekleed in de lokale dracht. Ze nam een slok, liet de koffie staan en liep hem achterna.
De man aarzelde even bij de receptie en vervolgde zijn weg naar buiten. Blijkbaar kende hij Cairo goed, want hij liep zonder dralen door de wirwar van straatjes. Tess probeerde een foto van hem te maken, maar meer dan zijn rug en nek kreeg ze niet voor elkaar. Na een kwartier lopen verdween hij door een kleine verveloze deur, een zijdeur van een moskee. Ze stond net met de deurhandel in haar hand toen ze hard werd achteruit getrokken.

RAADSELS ROND HARALD fragment

‘Gaan we nog of wil je dit jaar niet,’ riep ik met overslaande stem.
Chris stak zijn hoofd om de hoek van de deur. ‘Doe normaal zeg, natuurlijk gaan we. Ik moet Anneke inwerken. Die nieuwe opdracht kan een doorbraak zijn.’
‘Oké, ik vroeg het alleen maar.’
Chris perste zijn lippen op elkaar. Hij droeg alweer een nieuw overhemd, hield zijn buik in en zag mij niet meer zitten. Ik was toch niet jaloers na 25 jaar huwelijk?
Vals neuriënd stopte ik mijn zomerkleren in de koffer.
Dit keer zou de zeilcruise met de Starflyer ons rond de Griekse en Turkse eilanden voeren. We vertrokken altijd in de maand mei, een tijd die het beste uitkwam, daar het dan in ons bedrijf redelijk rustig was. Meestal ontmoetten wij gezellige mensen, met wie ik af en toe nog correspondeerde. De weersgoden waren ons goed gezind. Zon, een aangename temperatuur en een rustige zee, luidde de weersvoorspelling.
Een laatste controle bevestigde dat mijn paspoort, de vliegbiljetten naar Rome evenals de vouchers voor transfer naar Civitavecchia in mijn tas zaten.
Op de valreep van ons vertrek legde Anneke vertrouwelijk haar hand op Chris’ arm. ‘Geniet u nu maar van uw reis mijnheer van Swieten. Maakt u zich geen zorgen. Ik weet wat u van mij verwacht en bovendien kan ik u op het schip mailen, bellen of een sms sturen. Italië is niet het andere eind van de wereld en u bent maar een week weg.’
‘Je hebt gelijk Anneke,’ zei Chris en keek haar bewonderend aan.
‘Rust u goed uit, dan kunnen we de volgende opdracht met nieuwe energie aan.’
Mijn man schonk haar een dankbare glimlach en gaf haar een kusje op haar wang. Ik kreeg een stevige handdruk.
‘We boffen met Anneke, wat pikt ze alles snel op en bovendien is ze…’
Ook in de taxi naar Schiphol bleef hij haar ophemelen. Ik luisterde al gauw niet meer en keek nietsziend naar buiten.
De vliegreis verliep prima. Geen kwijtgeraakte koffers op de luchthaven van Rome en de Star Clipper lag aan de kade op ons te wachten.
Aan boord stonden de Filipijnse bedienden al klaar met het traditionele welkomstdrankje, slap spul.
‘Ik ga het schip verkennen,’ zei Chris en hees zijn broek op. Hij zette zijn lege glas met een klap op de bar en baande zich een weg door de consumerende meute. Hij vroeg niet of ik mee ging. Ach, ik kende hem na ruim 25 jaar huwelijk dus trok ik mij hiervan niets meer aan. Ik keek hem na en zag dat zijn licht gele vrijetijdsbroek niet meer strak zat. Vast voor Anneke, fluisterde een klein duiveltje in mijn oor. Ik bekeek de medepassagiers. Oersaai zo te zien. Al mijn pogingen om een praatje te maken mislukten, want van de monosyllabische antwoorden werd ik niet vrolijker. Ik zou mijzelf moeten amuseren, want Chris ging natuurlijk weer de hele dag zitten lezen.
Mijn gedachten dwaalden af naar vroeger. Wat was ik toen naïef. Ik leerde Chris kennen op een feestje; een kersverse ingenieur met lichtjes in zijn ogen, goed figuur en een vlotte babbel, een viriele man die juist aan zijn eerste baan was begonnen. Mijn studie kunstgeschiedenis, de studie voor een net braaf meisje, had ik nog niet afgerond. Het streelde mijn ego dat Chris direct veel werk van mij maakte. Hij had al een auto, terwijl ik op een oeroude Solex reed.
Vroegere vriendjes waren fuifnummers. Dolle pret, maar ze hadden weinig geestelijke bagage. Zo niet Chris, hij wist veel, waardoor ik mij nooit in zijn gezelschap verveelde.
Als studente woonde ik thuis, want kamerhuur kon er niet af. Toen Chris al snel vroeg of ik met hem wilde trouwen, zei ik spontaan ja. Was het een vlucht, omdat ik niet meer thuis wilde wonen? Niemand is volmaakt, maar als je veel met elkaar gemeen hebt, is de kans op een duurzame relatie groter en dat hadden we destijds.
Automatisch pakte ik een van de – met een Oosterse glimlach – geserveerde hapjes en mijmerde verder. De opmerking routine kills marriage, spookte door mijn hoofd. Sleur komt sowieso om de hoek kijken, maar ik was vast besloten om van mijn huwelijk een succes te maken. Seks met Chris was niet bijzonder spannend, maar verder had ik niet te klagen. Hij sloeg me niet, respecteerde mij, was nooit krenterig en voor de tweeling was hij een goede vader. Chris vond zichzelf een gemakkelijk mens. Alles was goed, mits het op zijn manier gebeurde… Door mijn ouderwetse opvoeding vond ik het normaal dat de man het voor het zeggen had. Bij het wisselen van zijn banen in en naar het buitenland volgde ik hem braaf, want ik wist niet beter.
Fred, de vriendelijke kleine Filippino die ons van vroegere reizen herkende, kwam op mij af. ‘Fijn u weer aan boord te zien mevrouw.’
‘Fred, alles goed?’
‘Ja mevrouw, ik heb er een dochter bijgekregen.’
‘Gefeliciteerd, je had toch al twee zoons?’
‘Goed dat u dat nog weet mevrouw. Wilt u nog een glaasje?’
‘Nee dank je.’
Hij liep verder met een grote kan om de slappe vruchtencocktail aan de passagiers te slijten. Aan de bar bestelde ik uit balorigheid een sterke Negroni.
Aan het geluid in de haven hoorde ik dat we gingen vertrekken. Nieuwsgierig liep ik naar de reling, boog mij voorover en zag dat enkele stevige mannen in overall al bezit waren om de trossen los te gooien, een teken dat iedereen aan boord was. Net wilde ik een slok nemen toen er plotseling een grote zwarte auto met hoge snelheid kwam aanrijden. Deze stopte met piepende banden voor de loopplank. Echt een maffia bak. Mijn herinnering aan de beroving door de maffia in Oost Europa kwam boven en onwillekeurig schoot er een rilling door mij heen.
Geboeid bleef ik kijken. De bemanning stelde zich plotseling erg onderdanig op. Wie was deze geheimzinnige passagier die op de valreep kwam aanzetten? De chauffeur opende gedienstig het achterportier. Een slanke man, keurig gekleed in blazer en wit linnen lange broek, stapte uit. Terwijl het personeel zich haastig om zijn dure bagage bekommerde, liep hij kwiek de loopplank op. Duidelijk een man van de wereld, gewend om bevelen te geven en die ik eerder op een duur mega jacht verwachtte dan op ons sportieve schip.
Wow, dacht ik, toen hij langs mij liep. Zonder iemand aandacht te schenken volgde de intrigerende man een bediende. Blijkbaar had hij geen behoefte aan het welkomstdrankje, want hij verscheen even later niet op het dek.
Ik voelde aan de beweging dat het schip al begon te varen. Tijd genoeg voor het diner, dus eerst mijn koffer uitpakken en iets anders aan trekken. Chris kwam de hut binnen toen ik hiermee net klaar was.
Terug op het dek zag ik dat lang niet iedereen de moeite had genomen om zich te verkleden. Met een groot glas water in mijn hand bekeek ik de langstrekkende kuststrook.
Klokke half acht klonk de scheepsbel, een teken dat we aan tafel konden gaan. Veel mensen struinden de eetzaal in of ze uitgehongerd waren. Een van de passagiers stootte mij daarbij nogal ruw, waarbij het laatste restje water net op mijn boezem terecht kwam. De man zag dat dit een vlek had gemaakt.
‘Mijnheer, kijk wat u gedaan hebt,’ zei ik tamelijk verontwaardigd.
‘O, dat droogt wel weer.’
‘Hufter,’ siste ik en kreeg er nog meer de pest in dat we deze reis hadden geboekt. Ik zette mijn lege glas op de bar en bleef daar staan wachten op mijn echtgenoot.
Chris was ook op het geluid van de scheepsbel afgekomen. Hij liep met zijn mobieltje aan zijn oor, keek speurend rond en toen hij mij ontdekt had, brak hij het gesprek gauw af. Ik hoorde hem nog net Anneke zeggen.
‘Zo sprak je met Anneke? Had ze iets bijzonders te melden?’
Hij bromde een beetje voor zich uit. Blijkbaar liep alles goed, maar om nu al te bellen vond ik een beetje overdreven.
Samen liepen we naar de eetzaal waar de purser ons het menu aanreikte. Zoals we op dit schip gewend waren werd de tafelschikking voor de eerste avond door de gerant geregeld.
‘Hebt u er geen bezwaar tegen om iemand anders bij u aan tafel te krijgen?’ vroeg de man beleefd.
‘Nee hoor, dat is prima, want ik vind het altijd leuk om andere mensen te leren kennen.’
Hij liep voor ons uit naar een van de kleinere tafels voor vier personen en schoof een stoel voor mij achteruit. Even later kwam de gerand terug met onze nieuwe tafelgenoot. Tot mijn verrassing was het de man die op de valreep aan boord was gestapt.
‘Fijn dat ik bij u aan tafel mag komen zitten, ik zal me even voorstellen. Harald …’
Hij sprak keurig Oxfort Engels, maar zijn achternaam had ik niet verstaan omdat iemand met een denderende klap een metalen schaal liet vallen.

IK BEN ER OOK NOG fragment

‘Poes, vanavond komt mijn rugbyclubje. Je zorgt wel dat er iets lekkers is.’ Ze hoorde geroezemoes, gelach en gerinkel van glazen voordat Aernout het gesprek afbrak.
Barbara wreef met haar hand door haar halflange haar en zette haar lege espresso kopje met een klap op het aanrecht. Als succesvol chirurg was hij nu bijna een jaar met pensioen. Van de belofte dat ze nu zouden gaan reizen zag ze zo niets terechtgekomen. Aernout was weer helemaal in de ban van rugby. Af en toe bekeek hij zijn handen, waarbij hij goedkeurend bromde. ‘Nu hoef ik die niet meer te sparen. God, wat heb ik die rugby gemist…’
Gisteren had ze tijdens de lezing op de bibliotheek over zelfontplooiing haar besluit genomen. Nu kon ze zelf nog iets leuks doen voordat een bejaardenhuis het eindpunt zou betekenen. In de spiegel zag ze weer enkele lijnen. Voor 62 zag ze er nog goed uit. Ze hield haar wangen strak naar achteren en lachte tegen haar spiegelbeeld. Dan maar alleen op reis. Meerdere vriendinnen deden dat. Aernout was de kwaadste niet, maar hij verwachtte dat zij altijd voor hem klaarstond, zoals ze al vanaf zijn studententijd had gedaan. Toen er nog geen computers waren typte ze zijn proefschrift uit. Zij was het die de kinders opving, de was deed en zijn overhemden streek als hij weer eens naar een congres ging. Meegaan zat er toen niet in, want de kinderen hadden haar nodig. Nu stonden alle drie op eigen benen al kreeg ze vaak het verzoek om op de kleinkinderen te passen. Kleintjes waren leuk, maar als pubers vond zij ze ronduit onuitstaanbaar.
Ze hoorde Aernout fluitend thuiskomen. Hij smeet zijn sportspullen in de hal, rekte zich uit en riep: ‘Poes, is er nog iets te eten? Je weet toch dat we vanavond…’ Hij wachtte haar antwoord niet af, maar pakte meteen zijn krantje en plofte in zijn luie stoel.
Barbara ging voor hem staan. Ze haalde diep adem en zette haar handen in haar zij. ‘Aernout, wat als ik nu eens geen zin heb om voor jouw clubje te gaan koken, bedienen en opruimen?’
‘Doe niet zo flauw, je kunt dat prima.’
Aernout zat er als een zoutzak bij in zijn ribfluwelen slobberbroek, designers T-shirt en met zijn van Bommelschoenen. Haren iets te lang, al stond hem dat prima.
Barbara begon enkele decibellen hoger: ‘Vanavond doe ik dat niet. Ik heb besloten vandaag eens aan mezelf te denken. Straks ga ik naar de kapper, daarna ga ik nieuwe kleren kopen en vanavond ga ik uit eten bij De Viersprong. Zoek het maar uit, haal maar pizza’s.’
Ze draaide zich om. Aernout reageerde niet eens. De krant zakte een centimeter, maar hij ging rustig door met het lezen.
Prompt ging de telefoon. Haar oudste dochter.
‘Mam, ik kan met Thomas mee naar Portugal, 5 dagen. Kan je komen oppassen?’
‘Nee, schat, ik heb er schoon genoeg van om jullie te bedienen. Ik ga zelf op reis.’
‘Mam, doe niet zo flauw. Heeft papa jou uitgenodigd? Kan me niet voorstellen. Zijn rugby vriendjes staan toch bovenaan zijn lijstje?’
‘Ja, schat en dat is precies de reden waarom ik nu aan mezelf ga denken. Ik heb mijn beste jaren voor jullie klaar gestaan en dat is meer dan genoeg geweest. Vanaf nu doe ik dingen voor mezelf.’
‘Nou, veel plezier, ik vraag de moeder van Thomas wel.’ Gepikeerd brak ze het gesprek af.
Barbara liep naar haar bureautje en trok het kleinste laatje open. Ze zag dat haar paspoort en haar creditcard nog een paar jaar geldig waren. Ze deed haar oude vertrouwde jack aan en sloeg de voordeur hard achter zich dicht. Het grind knarste boos. Ze startte haar oude Volvo en reed naar het dorp. Bij de kapper kon ze zonder afspraak terecht. ‘Maak er maar iets leuks van Sandrine,’ begon ze.
Sandrine bekeek haar hoofd van alle kanten en vroeg: ‘Meent u dat? U wilde toch altijd hetzelfde?’
‘Nu eens niet, bedenk maar iets. Een ander kleurtje? Het moet wel flatteren en het hoeft ook weer niet hypermodern.’ Ze pakte een tijdschrift en hield dat op haar oude jeansrok. Hoog tijd om die ook te vervangen.
Ze gniffelde toen ze aan Aernout dacht. De keuken zou straks wel een puinhoop zijn. Flink zijn, sprak ze zichzelf toe. Nu niet meer gaan toegeven.
Twee uur later bekeek ze zichzelf in de spiegel. Het nieuwe kleurtje stond haar prima en de korte coupe flatteerde enorm.
‘Bent u tevreden?’
‘Sandrine, geweldig. Ik moet er even aan wennen dat ik dit ben. Nu nog nieuwe kleren.’
‘Gaat u op reis?’
‘Ik zit daar wel aan te denken meisje.’
‘Kijkt u eens bij Spetters, een nieuwe boetiek, hij zit naast de kaasboer.’
‘Dank voor de tip Sandrine, ik zal dat zeker doen.’
Neuriënd stapte ze de kapsalon uit. Na een stukje rijden, parkeerde ze de auto op het marktplein. Ze zag het winkeltje al. Voor de etalage bleef ze staan. Mooie kleren, natuurlijk materiaal. Ze las de zwierige letters: kasjmier, zijde, katoen en wol. Het belletje rinkelde toen ze de deur opendeed. Een jonge vrouw kwam haar tegemoet en keek haar vriendelijk aan. ‘Wat kan ik voor u doen mevrouw?’
Barbara wees naar haar jeansrok. ‘Ik ben deze praktische kleding meer dan beu. Ik wil beginnen met twee nieuwe outfits, beiden voor het tussenseizoen. Ik zag in de etalage een mooie kasjmier omslagdoek. Kijkt u maar wat mij het meest flatteert.’
De eigenaresse kneep haar ogen half dicht, liep om haar heen met haar hand onder de kin en mompelde iets in zichzelf. Hier en daar pakte ze een kledingstuk, hield dit haar voor en verwisselde een paar voorwerpen. ‘Met deze kleren lijkt u langer… geel, roze en lichtblauw zijn uw kleuren. Kijk ik heb hier enkele kasjmier tricots. Een lichtblauwe suède rok met daarover een zachtgeel kasjmier twinset… prachtig. Barbara voelde de zachte stof en knikte enthousiast. ‘Ook twee jurken voor dinertjes graag, maar niet te stijf.’
De vrouw opende een spiegelkast en pakte twee schitterende jurken.
‘Mooi, maar ik wil liever iets dat niet kreukt… voor op reis.’
Met opgetrokken wenkbrauwen, spitte de vrouw haar voorraad door en hield twee andere jurken op. ‘Zoekt u zoiets?’
Barbara knikte. ‘Ja, dat is precies wat ik in gedachten had. Die wil ik eerst passen.’
‘Wilt u koffie?’
‘Dolgraag, ik heb gewoon vergeten te lunchen. Ik merk dat ik rammel.’
‘Ik kan ook iets anders voor u halen.’
‘Oh, als dat niet teveel moeite is…’ Ze stond in haar onderjurk en wilde de mooie jurk over haar hoofd doen.
‘Kom ik help u even. Bekijkt u rustig wat u wilt hebben. Ik ben zo terug. Is zalm goed?’
‘Heerlijk,’ riep ze op kousenvoeten.
De stapel kleren die ze graag wilde hebben groeide. In de etalage lonkten enkele schoenen en een paar smaakvolle handtassen haar toe. Ook hiervan legde ze een paar bij de stapel.
Tegen halfzes kwam ze bepakt en bezakt thuis. Op de oprit stonden al enkele auto’s van Aernouts buddy’s.
Zingend liep ze naar boven. Ze was net halverwege de trap, toen Aernout de gang opkwam.
Hij keek op zijn horloge. ‘Net op tijd om te gaan koken poes.’
‘Heb je niet gehoord wat ik vanmorgen zei? Schat, ik ga straks uit.’
Verbluft liet ze Aernout achter. In de slaapkamer gooide ze de glimmende draagtassen op het bed en viste de jurk uit een zak die ze wilde aantrekken.
Aernout had niet eens opgemerkt dat ze naar de kapper geweest was en dat ze er nu veel beter uit zag. Al droeg ze een vuilniszak, hij zag haar gewoon niet meer.
Ze pakte een mooie nieuwe tas uit. Plaats genoeg voor haar sleutels, autopapieren en smartphone. De grote afgeleefde shopper gooide ze onder in de kast. Gauw een douche, deodorant op, parfum, schoon ondergoed, nieuwe kousen en de nieuwe schoenen aan. Ze trok de jurk voorzichtig over haar hoofd en bekeek zichzelf in de spiegel.
Na een goedkeurend gemompel, pakte ze de nieuwe kasjmier omslagdoek en liep de trap af.
‘Wow,’ hoorde ze Egbert die net van de wc af kwam mompelen. Hij draaide zijn broek recht. ‘Ga je uit? Krijgen we vanavond niets?’
‘Goed gezien Egbert, je bent een grote jongen, dus jullie redden je wel.’
Hij sprak geen woord en keek haar alleen maar aan.
‘Dag, prettige avond.’
Weg was ze. Twintig minuten later stond haar auto op de parkeerplaats van De Viersprong, het restaurant waar ze altijd met Aernout at wanneer ze iets te vieren hadden.
Jules, de gerant begroette haar. ‘Komt mijnheer later?’
‘Nee, Jules, hij eet met zijn rugbyclubje. Ik trakteer mezelf vanavond.’
Hij leidde haar naar een tafeltje in een hoek.
‘Zeg Jules, mag ik als vrouw alleen niet aan onze vaste tafel zitten? Prop mij niet in een hoekje, alsjeblieft.’
Een van de andere gasten keek op. Een slanke man. Hij kwam haar ergens bekend voor. Hij stond op. ‘Barbara is het niet? Ik ben Bert, Bert van Nispen, weet je nog?’
Ze keek de man vragen aan. Toen wist ze het weer. Stralend zei ze: ‘Bert, natuurlijk… jij zat toch in Nieuw Zeeland? Terug? Goh, ik had je hier niet verwacht, sorry dat ik je niet meteen herkende. Hoe gaat het?’
Uit zijn blik merkte ze op dat het beter kon.
‘Ben je hier alleen Barbara? Ik ving net zoiets op.’
‘Ja, jij ook?’
‘Bezwaar om samen te eten?’
‘Helemaal niet.’
Jules was al bezig bij te dekken.
Barbara nam Bert goed op. Hij miste iets van de zwierigheid van vroeger. Slanker dan Aernout, licht kalend en grijs aan zijn slapen. Ze had hem tijdens de vorige reünie van haar school gemist. Vaag had ze iets opgevangen dat zijn vrouw kanker had.
Ze ging zitten. Bert vroeg de kaart.
‘Zo, is er een speciale reden dat je hier bent?’
‘Ja. Nu Marga er niet meer is… ik wordt ook een dagje ouder… dat pensioen… ik eh… eigenlijk wil ik hier oud worden.’
‘Nederland is niet meer wat het geweest is hoor.’
Hij keek naar zijn handen. ‘Weet ik, maar nu ik nog goed ben lijkt me een pied à terre kopen geen slecht idee. Ik kan dat altijd verhuren.’
‘Zo kan je het ook bekijken. Ik dacht dat Nieuw Zeeland geweldig was. Laatst hoorde ik enthousiaste verhalen van vrienden die in… o, gut…hoe heet dat ding ook alweer…’
Ze trok een denkrimpel en stak toen plotseling haar vinger omhoog. ‘Ik weet het weer Madoo Lodge. Zegt dat jou iets, ze vonden dat fantastisch.’
Bert gniffelde. ‘Dat is ook toevallig zeg. Daar heb ik jaren de scepter gezwaaid.’
‘Je meent het… en nu wil je terug naar dit kikkerlandje?’
‘Het is daar inderdaad schitterend, maar daar heb ik geen gewoon leven.’
‘Het was vast geweldig om daar te werken. Eerlijk gezegd ben ik de situatie thuis even beu. Ik dacht er zelfs over om daar een tijdje te gaan logeren.’
‘Een dure grap, maar ik kan er voor zorgen dat je voor een vriendenprijs terecht kunt. Zeg, meen je dat je daar zou willen werken? Sorry dat ik van de hak op de tak spring, maar…’
‘Waarom niet. De hele dag niets doen ligt mij niet. Zorgen voor anderen heb ik mijn hele leven gedaan. Aernout vertikt het om te reizen. Na al die medische congressen heeft hij het wel gezien. Ik zat thuis met de kinderen. Vind je het gek dat ik nu iets voor mezelf wil doen? Nu kan ik dat nog. Een jaar er tussen uit, iets van de wereld zien… daar kijk ik echt naar uit.’
Bert wenkte de ober. Ze bekeken de kaart. ‘Het menu ziet er prima uit. Wat jij?’
‘Bert, het menu is hier altijd uitstekend. Laten we meteen bestellen voordat we blijven kletsen.’
Ze deed het servet op schoot en keek Bert afwachtend aan.
‘Toevallig zoeken ze iemand van jouw kaliber. Je zou dit tijdelijk kunnen doen voordat ze iemand gevonden hebben voor vast. Aan je gezicht zie ik dat je liefst vanavond al zou willen vertrekken.’
Ze grinnikte. ‘Dan kost mij dit dus niets?’
‘Integendeel, je zou zelfs een salaris krijgen, maar dan krijg je gedonder met de fiscus. Pensioen en zo. Ik mail ze wel. Daar is vast een mouw aan te passen. Als je daar als consultant bent, is er geen vuiltje aan de lucht. Je krijgt je salaris dan gewoon op je Nederlandse rekening.’
Barbara slaakte een diepe zucht. ‘Het lijkt erop dat dit zo heeft moeten zijn.’
Bert keek keurend naar de fles die bij het wijn arrangement zat en mompelde goedkeurend.
‘Ik zit hier maar over mezelf te zeuren. Ik hoop niet dat Marga erg geleden heeft… kanker niet?’
‘Ja, een rotziekte. Ze was erg moedig. Ik mis haar natuurlijk enorm, maar het leven gaat door. Net voor mijn pensioen. Van samen leuke dingen doen is niets gekomen.’
Ze snoof en dacht aan de dingen die Aernout beloofd had. Nee, een jaartje afstand nemen… ze kreeg er hoe langer hoe meer zin in.
‘Koffie?’ vroeg Bert.
‘Ja, beter wel. Ik moet nog rijden. Ben jij met de auto?’
‘Nee, ik loop wel.’
‘Kan ik iets voor je doen?’
Bert schudde zijn hoofd. Hij keek op zijn horloge. ‘Met het tijdsverschil kan ik beter nu bellen. Ik weet hoe zeer ze omhoog zitten.’
Hij wenkte de ober om af te rekenen.
‘Bert ik betaal de helft.’
‘Geen sprake van. Als ik met jou bij mijn opvolger op de proppen kom, voel ik mij al een stuk beter. Het was een deel van mijn leven. Wonen jullie nog steeds in dezelfde villa?’
‘Ja. Hier is mijn kaartje met mijn mobiele nummer. Het is nog vroeg en ik slaap toch pas laat.’
Bert sloeg haar cape om haar schouder en gaf haar een discrete kus. ‘Ik bel je zo snel mogelijk.’
In haar auto, kwam en allerlei scenario’s over Nieuw Zeeland boven. Benieuwd wat Bert haar zou vertellen, liet ze de Volvo buiten het hek staan. Uit de keuken klonk luid gelach. Ze rook dat er iets was aangebrand. Zo zacht mogelijk liep ze naar boven. Beter slapen in de logeerkamer, dan met een half zatte snurkende Aernout naast zich. De nieuwe aanwinsten lagen nog op haar bed. Ophangen en slapen, nam ze zich voor. In de badkamer ging haar mobieltje. Bert zag ze.
‘Je bent daar van harte welkom. Hoe eerder hoe liever. Schikt het als ik morgenochtend langskom? Ik zorg dat je ticket besteld wordt. En Barbara… ik heb genoten om met je te praten.’
Hij had al weer neergelegd voordat ze iets kon zeggen. Woelend lag ze in het logeerbed. Best spannend om naar Nieuw Zeeland te gaan. Eenzaam zou ze zich daar niet voelen. Vast veel interessante gasten… ze zou daar als ze weer terug was vast een boek over kunnen schrijven. Langzaam dommelde ze in.

Haar telefoontje rinkelde. De wekker wist ze. Half negen. Mooie tijd om op te staan. Bert zou langskomen. Met gespitste oren liep ze naar de badkamer. Uit hun slaapkamer klonk een zacht geronk. Ook na haar douchepartij hoorde ze Aernout nog niet rommelen.
In haar nieuwe suède rok en gele kasjmier trui met halve mouwen, liep ze naar beneden.
De keuken was een slagveld. Ze duwde enkele vuile borden opzij en begon koffie te zetten. Ze at twee plakken koek staand aan het aanrecht.
Een blad met twee kopjes, enkele chocolaatjes en een paar suikerklontjes zette ze alvast in de zitkamer.
Aernout kwam op de geur van verse koffie in kamerjas naar beneden. Hij gaf haar een afwezige kus in haar nek. ‘Zo poes, nog niet aan de slag?’
Ze pakte hem bij beide armen beet. ‘Nu moet je eens echt naar mij luisteren. Ik ben er ook nog en ik vertik het om te blijven koken en opruimen voor jouw vriendjes. Je bent nu bijna een jaar met pensioen en wat hebben we samen gedaan? Niets toch? Ik vertrek naar Nieuw Zeeland. Ik ga daar werken.’
Aernout barstte in lachen uit. ‘Jij werken? Je kunt niets.’
Ze beukte met haar vuisten op zijn borst. De bel ging. Ze liep naar de deur en liet Bert binnen.
‘Hé Bert, hoe is het? Long time no see…’
‘Kom Bert, Aernout moet opruimen. Ik heb koffie klaar staan.’
Verbluft bleef Aernout even staan voordat hij haar achterna kwam. Met half openhangende kamerjas brieste hij: ‘Wat zijn dat voor smoesjes. Vertrek jij zomaar met Bert?’
Bert kwam tussenbeide. ‘Aernout, even rustig ja. Ik kan het uitleggen.’
‘Godsamme, dat zegt elke vent die met de vrouw van een ander slaapt. Eruit verdomme.’
‘Ik ga pakken,’ riep ze.
‘Barbara, wacht even, geef je man eerst een sterkte koffie. Daarna vertel ik hem hoe de vork in de steel zit.’
Aernout struikelde over de loshangende punt van zijn peignoir en vloekte.
Barbara schonk een mok koffie, reikte deze aan Aernout en zei bars: ‘Vooruit drink op.’

DE CONTAINER fragment

DE CONTAINER

Elisabeth scheurde de enveloppe met haar vinger open en voelde kippenvel opkomen toen ze het krankzinnig hoge bedrag zag. Dat kon toch niet waar zijn, Robert had alle officiële zaken direct na Alex’ dood geregeld. Ze pakte de telefoon en wachtte ongeduldig tot Robert opnam. Gelukkig nam de jonge advocaat zelf het gesprek aan. Struikelend over haar woorden legde ze in het kort uit waarover het ging. ‘Robert, dit is van de gekken. Ze willen dat ik erf-belasting betaal, over mijn eigen bezit. Dat kan toch niet! Bovendien heb ik dat geld niet en ik pieker er niet over dit te doen. Kan jij iets regelen?’
‘Elisabeth, iets regelen kan je nooit met de belasting. Ik zal dit eerst rustig bekijken.’
‘Kan je niet meteen komen? Ik sta te trillen op mijn benen.’
‘Nu lukt niet, maar ik kom vanavond wel. Maak je niet druk.’
‘Dat doe ik wel, een of andere sufferd heeft een fout gemaakt en…’
‘Alsjeblieft… ga rustig zitten. Eerst moet ik die papieren doorlezen voordat ik actie kan ondernemen.’
Ze liep te ijsberen en rende naar de voordeur toen de bel ging. Ze zag Roberts gezicht in het kijkglaasje en deed open.
‘Robert, fijn dat je meteen kon komen. Eerlijk gezegd heb ik het niet meer.’
Ze ging hem voor naar de woonkamer.
‘Ga zitten. Robert wat heb je nu weer bij je? Ik dacht dat alle formaliteiten al zijn afgehandeld.’
Ze gaf de papieren aan Robert. Hij begon ze op zijn gemak door te lezen. Ze onderdrukte de neiging om te zeggen dat hij meteen naar het bedrag moest kijken en probeerde zo rustig mogelijk te wachten tot hij alle bladzijden had gelezen.
‘Robert, dit kan niet.’ Elisabeth keek verontwaardigd.
De jonge advocaat schoof ongemakkelijk op zijn stoel en haalde hulpeloos zijn schouders op.
Elisabeth boog zich naar voren. ‘Je wilt toch niet beweren dat ik dit moet betalen?’
Ze trommelde met haar vinger op de naam Dolak. ‘Von Wohlleben moet het zijn. Rosenburg is van mij. Het zou toch te gek zijn als ik over mijn eigen bezit erf-belasting moet betalen?’
‘De papieren…’
Driftig zwaaide ze met haar wijsvinger. ‘Niets, die papieren. Rosenburg is van mij.’
‘Maar Alex heeft daar toch ook gewoond? Hij betaalde de restauratie.’
‘Jongen, de vader van Alex was onze rentmeester. Hij woonde met zijn gezin in het poorthuis. Eerst pikten die rot communisten de huizen van het personeel in en werd mijn vader verplicht om inwoning te accepteren. Zo kwamen de Dolaks op ons kasteel te wonen. Je kunt je niet voorstellen hoe dat gegaan is.’
‘Maar zijn naam…’
‘Blijkbaar hebben de ambtenaren in Praag Dolak ingevuld en niet von Wohlleben. Het was Alex die naar Praag ging om de terugvordering te regelen. Als advocaat kon hij dat beter dan ik.’ Ze snoof. ‘Je weet hoe sommige kerels nog op vrouwen neerkijken. Mijn vader, baron von Wohlleben, kreeg geen cent toen de communisten ons bezit inpikten. Na ruim veertig jaar kreeg ik het terug. Nou kreeg…  Alex heeft hemel en aarde bewogen. Toen ik het zag… uitgewoond door een stel barbaren en subsidie om de ellende op te knappen, ho maar. Gelukkig heeft mijn vader dit niet gezien. Hij zou een hartstilstand…’ Ze sloeg haar hand voor haar mond en sloot even haar ogen.
‘Ik zal kijken wat ik doen kan.’
‘Sorry, wat ben ik voor een gastvrouw. Natuurlijk is het niet jouw schuld. Ik zit hier maar te klagen. Wil je een glas wijn Robert?’
Hij knikte. Ze liep naar de ouderwetse keuken en kwam terug met een fles en twee kristallen glazen. ‘Vroeger was onze wijn een top product. Alex wilde eerst het slot restaureren en daarna de wijngaard aanpakken. Nu…’
‘Je mist hem erg hè?’
‘Vreselijk Robert. We kenden elkaar door en door. God, waarom kreeg hij die stomme hartstilstand…’
Ze zette de glazen voorzichtig neer en gaf hem de kurketrekker. Robert ontkurkte de fles. Ze schoof de glazen in zijn richting.
Beiden hieven het glas.
‘Hm, lekker.’
‘Robert, je bent te beleefd. Het smaakt naar niets. Probeer iets aan die erfbelasting te doen. Als mijn laatste geld ook nog eens wordt ingepikt, kan ik het opknappen van de wijngaard wel vergeten… dan bedruipt Rosenburg zich nooit.’ Ze steunde haar hoofd in beide handen.
‘Kom, niet de moed verliezen, dat is niets voor jou.’
‘Jij hebt gemakkelijk praten, je bent nog jong. Zoveel jaren om het domein Rosenburg weer te herstellen heb ik niet meer.’

Woelend in haar bed telde ze de slagen van de kerkklok en kwam tot 6. Door haar oogharen zag ze dat het al licht begon te worden. Haar hand gleed over het laken naar de plek waar Alex bijna 40 jaar had gelegen. Waarom was je ook zo stom om mijn naam niet te melden…
Zittend op de rand van het bed, zochten haar voeten de slippers. Ze liep naar de badkamer en opende de kraan van de douche en voelde de temperatuur. Er bleef koud water uit komen. Alles komt ook tegelijk, mompelde ze. Door de koude douche was ze wel meteen wakker. In haar badjas liep ze naar de garderobe en zocht sportieve kleren voor Rosenburg. Gekleed in een beige linnen broek en blouse liep ze geeuwend de zitkamer in en trok de lange zachtblauwe zijden gordijnen open. Zou ze dit appartement en het antiek nu moeten verkopen? Een brede lichtstraal viel op de antieke vitrinekast met het kostbare Meissen servies; haar grootmoeders trots. Wie wilde nog serviesgoed hebben dat niet in een afwasmachine kon?

De antieke spiegel hing scheef, iets waaraan Alex zich altijd aan had geërgerd. Alsof ze hem nog een plezier kon doen, pakte ze een punt van de rijk bewerkte vergulde lijst en gaf deze een zetje. Meedogenloos weerkaatste het verweerde glas enkele nieuwe lijnen in haar gezicht.
Korzelig pakte ze de vuile glazen en de halflege fles. Automatisch rook ze aan de hals en keerde hem boven de gootsteen om. Terwijl het restant rode wijn langzaam over de kleine zwart-witte tegeltjes in de afvoer verdween, staarde ze naar de omgekeerde foto van slot Rosenburg op het etiket.
Automatisch zette ze een Meissen kopje onder het espressoapparaat. Met kleine slokjes dronk ze de koffie, al proefde ze deze nauwelijks. Ze balde haar vuisten en staarde naar de map belastingpapieren op Alex’ bureau. Geen moment had ze er bij stilgestaan dat ze successierechten zou moeten betalen en zeker niet dit krankzinnig hoge bedrag.
Als succesvolle advocaat had Alex altijd keurig zijn vermogen aan de belasting opgegeven. Alex had moeten vechten om het domein te kunnen terugvorderen en de restauratie had zijn fortuin grotendeels opgeslokt. Oneerlijk, oneerlijk, ging als een mantra door haar hoofd.
Robert, Alex’ jonge opvolger, hield zich als advocaat aan de wet. Oplichters trokken zich nooit iets van de regels aan en kwamen daarmee ook nog weg. In een flits zag ze de ijdele Todor voor zich.

Alex was pas twee maanden dood. Ze had naast hem gezeten toen hij een acute hartstilstand kreeg. Hij had haar nog iets willen zeggen, maar zijn gemompel was onverstaanbaar. Zelf had ze hartmassage toegepast, de ambulance was er binnen vijf minuten, maar ook in het ziekenhuis konden de artsen niets meer voor hem doen.
Zijn veel te vroege overlijden had ze nauwelijks verwerkt en nu kreeg ze ook nog eens deze aanslag. Om dit te kunnen betalen zou ze het appartement in Wenen moeten verkopen. Snel zou dat niet lukken, zeker niet omdat er hoogst ouderwets sanitair in zat. Ze had geen geld willen uitgeven om dit op te knappen. Altijd hopend om weer naar Rosenburg te kunnen gaan had ze een spaarpotje gemaakt. Dit was nog niet de helft van het bedrag dat ze zou moeten betalen.
De klok sloeg zeven uur. Beter actie ondernemen dan thuis blijven zitten malen. Na het sluiten van het hoge raam, trok ze de gordijnen half dicht, gaf haar planten een plens water en pakte de mooie weekendtas, het laatste cadeau van Alex. Ze streelde het zachte leer en zocht enkele praktische kleren. In de slaapkamer trok ze haar nachthemd onder het kussen vandaan en omwikkelde hiermee de ingelijste foto van Alex. Zuchtend stopte ze die voorzichtig tussen haar kleren. Na het inpakken van enkele toiletspullen was ze klaar om te vertrekken.
Naar Rosenburg nam ze nooit een handtas mee; haar lichte bodywarmer was handiger. De sleutelbos van Rosenburg zat nog in een van de zakken. Nu nog haar rijbewijs, geld, creditcard, Alex nieuwste smart Phone en de autosleutels.
Het geluid van haar hakken weerkaatste eenzaam en hol bij het aflopen van de hardstenen trap naar de royale entree.
Beneden zat de conciërge op haar stoel te slapen. Voorzichtig schudde Elisabeth haar wakker. Het mensje schrok. ‘O, mevrouw Dolak, gaat u weg?’
‘Ja, ik ga enkele dagen naar Moravië. Kun je voor de post en de planten zorgen?’
‘Ja mevrouw Dolak, natuurlijk mevrouw Dolak.’
Elisabeth knikte, gaf haar het briefje met Alex’ mobiele nummer en liep naar de auto. Ze kon prima met Alex’ Range Rover overweg. De weg, een dikke honderd kilometer, kon ze wel dromen. Even buiten Wenen zag ze dat er weer een stuk autoweg was klaargekomen.
Elisabeth was met haar gedachten bij Rosenburg en schrok zodanig van het waarschuwende getoeter dat ze prompt op de rem trapte. De veiligheidsriem sneed in haar borst. Geschrokken keek ze speurend om zich heen en zag gelukkig nergens politie. Ruim negentig kilometer in de bebouwde kom en ook nog door het rode licht, dat kon een forse bekeuring opleveren, iets waarvoor ze nu echt geen geld meer had. In haar achteruitkijkspiegel zag ze een van de wegwerkers met zijn vinger op zijn voorhoofd tikken.
Met aandacht voor de weg in plaats van onoplosbare rampscenario’s te bedenken, kwam ze bij de Oostenrijkse dorpjes tegen de grens met Tsjechië waar de welvaart voorbij was gegaan. De oude kleine wijnkelders, bedekt met gras, werden nog steeds gebruikt. Ze passeerde de openstaande grens en reed door Mikulov, waar de mensen druk bezig waren om de oude huisjes op te knappen. De daken met de platte terracottakleurige leitjes gaven het stadje hun oude uitstraling terug. Buiten Mikulov reed ze via een landweg naar Rosenburg.
Ze zag dat ze dit binnen twee uur had gereden.
Het grote smeedijzeren hek stond open, een teken dat Rudy weg was. Ze reed door tot het bordes met de verweerde leeuwenkoppen en zette de motor af.
De voorkant van het kasteeltje zag er nu beter uit nu het de oude gele kleur weer terug had. Met gevulde plantenbakken zou het slot er minder doods uit zien, maar daarvoor had ze nu geen geld meer. Ze stapte uit en wisselde van schoeisel. De buitenlucht, een mengsel van bos en velden werkte verkwikkend. Haar enige hoop om aan geld te komen was de wijn, maar dan moest ze en vakman inhuren. Ze liep automatisch naar de wijngaard. Rudy deed op zijn manier zoveel mogelijk, maar hij miste de juiste kennis. Nog een bof dat ze op hem kon rekenen. Zijn grootvader was in dienst geweest op slot Rosenburg als tuinman. Ook zijn vader was iemand van het oude stempel geweest die trouw was aan de landheer. Vroeger… Nee, niet aan denken. Ze moest verder.

De dikke druiventrossen beloofden een overvloedige oogst. Ze bukte, trok een druif van een volle tros en keek al kritisch proevend om zich heen. Een felle schittering verblindde haar. Nieuwsgierig liep ze daar op af.

STAGE IN ZUID FRANKRIJK fragment

Julie voelde de grond onder zich wegzakken na het lezen van het bericht. Ze boog zich voorover en kneep haar handen samen. Waarom had Philippe haar nooit iets gezegd?
Hij was alweer anderhalve week geleden begraven. Normaal bekeek ze zijn laptop nooit, maar nu had ze willen weten of er nog een mailtje beantwoord moest worden.
Haar hand ging naar de fles Cointreau. Peinzend staarde ze voor zich uit. Dat hij haar niet in vertrouwen had genomen, stak nog het meest. Ze pakte de fles weer op en zag dat deze al bijna leeg was. Lamgeslagen leunde ze achterover.
Ze kende het korte bericht van buiten. Lieve vader, binnenkort word ik 21. Ik heb jou nog nooit gezien en ik zou het zo fijn vinden als je op mijn partij zou willen komen. Je liefhebbende Carola.

Vijfentwintig was ze toen ze in de zomer van 2000 na haar studie medicijnen besloot om hartchirurg worden. Haar praktische vader, blij met zijn nieuwe hartklep, raadde haar aan om eerst een stage te gaan lopen om te zien of de chirurgie haar wel zou bevallen. Ze volgde zijn raad op en bekeek de advertenties in het vakblad. Australië vond ze te ver, China trok haar niet en na het blad nog eens te hebben doorgespit, zag ze een kleine annonce in het Frans. Na de advertentie grondig te hebben doorgelezen zette haar laptop aan. Al was het ziekenhuis van Orange geen universiteitskliniek, de foto’s van de wijnstreek maakten haar enthousiast om daar te gaan werken. Deze kleine kliniek deed voornamelijk hartoperaties. Op haar mailtje, kreeg ze al gauw een bericht dat ze de zomermaanden kon komen. Enthousiast pakte ze haar koffer.
Haar bezorgde vader omarmde haar. ‘Lieve kind, je verdient daar vast een schijntje. Schrijf alsjeblieft als je het financieel niet redt.’
‘Paps, heel lief van je, maar ik neem aan dat ze voor mij wel een bedje in het ziekenhuis hebben.’
Ze kocht een treinkaartje naar Orange. Haar vader stond erop om haar naar het station te brengen. Ze omhelsde haar vader, stapte in en zwaaide tot ze hem niet meer zag. Ze moest twee keer overstappen voordat ze op het kleine station van Orange was. Geen taxi te bekennen. Teleurgesteld zette ze haar bagage op de grond en zocht in haar rugzak naar het telefoonnummer van het ziekenhuis. Na veel zoeken vond ze eindelijk een telefooncel die het deed. De telefoniste van het ziekenhuis sprak Frans met een Provençaals accent. Na wel drie keer gezegd te hebben dat ze aangenomen was als stagiaire, vroeg de juffrouw voor welke afdeling ze zou gaan werken.
‘Hartoperaties,’ zei ze en zag zitten dat ze zou moeten lopen. Terwijl ze ongeduldig wachtte tot ze zou worden doorverbonden, hoorde ze het geluid van aankomende ambulances op de achtergrond. Na enig gekraak nam iemand met een warme stem op. ‘Zo, jij bent onze stagiaire uit Holland… goede reis gehad? Waar ben je?’
‘Bij het station van Orange, maar ik zie nergens een taxi. Welk nummer moet ik bellen?’
‘Oh, taxi’s zijn daar bijna nooit. Ik zal je zelf wel ophalen. Heb je een onderkomen?’
‘Nee, ik begreep dat ik intern geplaatst was.’
‘Nee, maar maak je geen zorgen ik organiseer wel iets.’
Twintig minuten later zag ze een oude Jeep aankomen. Een aantrekkelijke jongeman stak zijn hoofd door het raampje. ‘Ben jij Julie uit Pays-Bas?’
Ze knikte.
‘Zet je bagage in de achterklep en stap maar in.’ Hij gaf haar een hand en reed zodra ze zat weg. ‘Ik ben Philippe de Montségur, eerste assistent. Het huis van mijn ouders is groot genoeg dat jij daar kunt bivakkeren.’
Hij pakte zijn mobieltje en ze hoorde hem met zijn moeder spreken. Hij bromde goedkeurend in zichzelf en klapte het toestel dicht. Tijdens het rijden hield hij al zijn aandacht bij het verkeer.
Julie keek verrukt naar het Franse landschap.
Philippe draaide na een grote supermarkt een smal weggetje in. Vijf minuten later stopte hij voor een groot vervallen huis. ‘Het kasteel van mijn moeder. Kom ik stel je even aan mijn familie voor.’
Met gemengde gevoelens stapte ze uit. Ze liep achter Philippe aan over het door onkruid overwoekerde pad. Hij stopte voor het verzakte bordes, draaide zich om en knikte. Hij liep de trap op en opende de verveloze deur. Hij liep de lange gang in en riep. ‘We zijn er moeder.’
Ze zette haar koffer neer en bekeek de vergane glorie. Een rijzige vrouw met het haar in een strenge knot en een zuinige blik kwam de gang in en stak een magere arm uit. ‘Welkom in Frankrijk. Philippe zei dat u hier twee maanden komt werken als stagiaire. Loop maar met Philippe door het huis en zoek een van de leegstaande kamers uit.’
‘Ik wil u niet tot last zijn, madame.’
‘Ik vind het alleen maar gezellig om een vrouw in huis te hebben tussen al mijn mannen.’
Julie trok haar lippen tot een lachje. Ze had geen greintje warmte in de stem van madame de Montségur gehoord.
De steile trap naar de tweede verdieping kraakte. Ze snoof, het rook muf en zag er stoffig uit. Nieuwsgierig bekeek ze de kamers. Het ouderwetse meubilair leek al 100 jaar op dezelfde plaats te hebben gestaan. Ze koos een zolderkamer met een schitterend uitzicht. Philippe knikte en keek op zijn horloge. ‘Pak later maar uit. We moeten nu aan tafel.’
Beneden sprak zijn moeder: ‘Heb je al gegeten? Ik mag toch wel je zeggen? Je ziet er zo jong uit.’
‘Nee madame en eh ja madame.’
‘Je kunt met ons mee-eten.’
‘Ik wil me niet opdringen.’
‘Je hoort wat mijn moeder zegt. Haar wil is wet. Je moet met ons aan tafel.’
Ze werd voorgesteld aan zijn vader, een oude stugge man die autoriteit uitstraalde. Even later kwam een jongeman binnen. Hij knikte naar haar en liep naar zijn moeder. Philippe trok hem aan zijn mouw. ‘Marcel, mijn broertje. Hij is net begonnen aan zijn studie sterrenkunde. Dit is Julie, ze loopt stage in het ziekenhuis. Ze logeert twee maanden bij ons. Ze koos de grote zolderkamer.’
Marcel knikte en stak zijn hand uit. Julie pakte zijn hand en zag dat hij mijlen ver weg was met zijn gedachten.
Philippe’s moeder wees naar de grote ronde tafel die al gedekt was voor vier personen. Ze pakte een zilveren tafelbel en schelde. Een kleine oude vrouw in het zwart gekleed met een wit schort voor stak haar hoofd om de deur van de eetkamer.
‘Marie deze juffrouw komt hier twee maanden logeren. Dek je even bij?’
Marie knikte kort en vertrok. Ze kwam zenuwachtig met een bord, bestek en een glas aanlopen. Julie lachte haar vriendelijk toe, maar kreeg geen reactie.
Nauwelijks was haar bord met zwaar bewerkt Frans tafelzilver bij-gedekt of ze hoorde de bevelende stem van Philippes moeder. ‘Kom we kunnen aan tafel.’
De mannen gingen gehoorzaam zitten. De vader haalde zijn servet uit een zilveren ring, ontrolde die en legde dit hoog over zijn buik. Marcel schoof aan en keek voor zich uit.
Marie stond klaar met een schaal en hield deze voor aan de moeder. Nadat zij had opgeschept, liep Marie naar haar. Ze schepte een lepel van het vreemde voedsel op haar bord.
Ze wachtte met eten totdat iedereen bediend was. De vader pakte een fles lokale wijn, haalde een zilveren kurk van de fles en schonk voor ieder een glas wijn in.
Julie voelde de kritische blik van Philippe’s moeder toen ze het prutje langzaam uit elkaar trok. ‘Cassoulet, typisch van deze streek.’ Met een knik wees ze naar het stokbrood, waarvan haar zoons zich goed bedienden.
‘Hm, lekker,’ zei ze zacht. Ze kauwde het taaie vlees en at met lange tanden.
‘Je moet goed eten meisje. Schep nog eens op. Geen muizenporties hoor, daarop kan jij niet staan.’
Zodra de borden door Marie waren weggehaald sprak de moeder op autoritaire toon. ‘Philippe, reik jij het kaasplateau even aan.’
Ze keek toe hoe weinig iedereen hiervan nam en paste haar portie aan. Ze peuzelde een stukje stokbrood op. Philippe’s moeder overzag de tafel als een generaal. Resoluut legde ze haar servet naast haar bord. ‘Iedereen koffie neem ik aan.’
Marie kwam al weer opdraven met een zilveren blad met 5 dampende kopjes.
Het oude servies had ook zijn beste tijd gehad.
Philippe dronk de koffie in een slok op, schoof zijn stoel naar achteren en gaf haar een teken. ‘Vooruit aan de slag.’
Ze stond op en dankte voor de maaltijd. Ze pakte haar tas en kon hem nauwelijks bijhouden toen hij op een drafje naar zijn auto rende.
Tijdens de rit vroeg ze: ‘Wat moet ik eerst doen? Mij inschrijven? Hebben jullie speciale kleding?’
‘Oh, eh… zoek maar iets uit.’
Hij parkeerde voor het ziekenhuis en liep naar binnen. Julie stapte uit, sloot het portier en wilde Philippe iets vragen. Voordat ze dit kon doen, stond hij al te praten met een andere arts. Een loeiende ambulance reed binnen. Philippe ontfermde zich meteen over de patiënt.
In een aangrenzend kamertje hingen licht turquoise tunieken. Ze stond te dubben wat ze zou uitkiezen, toen de deur openging en een zwarte jonge vrouw haar verbaasd aankeek. ‘Wat zoek je hier?’
‘Ik ben Julie, en ik ben aangenomen als stagiaire. Hartchirurgie. Philippe zei dat ik iets moest uitzoeken en mij daarna bij de receptie moest melden.
‘Oh, typisch Philippe…Ik ben Alice, anesthesist in opleiding.’ Alice hield een licht turquoise tuniek omhoog. ‘Trek dit maar aan. Jouw maat. Kom maar mee naar de lockers voor je spullen. Je moet je inschrijven bij de administratie. Je hebt de papieren toch wel bij je?’
Licht gepikeerd zei ze: ‘Uiteraard.’
Bij de administratie kreeg ze een badge en verder lieten ze haar aan haar lot over. Ze stond verloren in de gang toen er weer een ambulance voor reed. De broeders sprongen uit de auto, deden de achterdeur open en reden de brancard naar de ingang.
‘Vite, vite…’ hoorde ze roepen. Ze zag een jonge knul die zwaar bloedde. Motor ongeluk hoorde ze de mannen van de ambulance roepen.
‘Hé, jij daar, sta niet te dralen, help liever mee om hem op dit bed te krijgen.’
Tegen Pierre, zoals op het naamkaartje van de arts stond begon ze: ‘Eerst controleren op een inwendige bloeding. Hij mag niet verschoven worden.’
‘Stagiaire,’ snoof een van de artsen.
‘Laat hem liggen…’ haar woorden werden door het gekreun van de jongen niet verstaan. ‘Bloeddruk meten, zuurstof toedienen en in de wachtstand voor de röntgen,’ snauwde Pierre.
Om met ruzie te beginnen zag ze niet zitten. Ze probeerde nog een keer. ‘Ik zou dat niet doen.’
Bot riep Pierre: ‘Luister, ik zeg het maar één keer. Doe wat ik zeg of je kunt oprotten.’
Ze tilde de jongen met een jonge arts op het gereedstaande bed. Meteen werd een kapje met zuurstof op zijn mond gedaan. De arts was al bezig om zijn vinger van een knijpertje te voorzien en reed het bed naar de afdeling operatie.
Ze moest hard werken en van de Franse slag merkte ze niets. Tijd voor een pauze kreeg ze niet. Aan het eind van haar eerste werkdag was ze kapot, vooral omdat ze constant Frans had moeten spreken.
‘Stap maar in, we gaan naar huis. Je bent zeker gevloerd,’ sprak Philippe toen ze hem uit de operatiekamer zag komen.
Hij sprak niet veel in de auto.
Voor zijn ouderlijk huis hoorde ze hem mompelen: ‘Patiënt verloren…’
‘Die jongen van dat motor ongeluk?’
Hij knikte stil en kneep zijn lippen samen. ‘Jezus, een sufferd heeft hem van de brancard gehaald…’
‘Die sufferd was ik.’
Hij keek haar woest aan.

WAAR IS TATJANA fragment

Denk erom geen woord, anders stuur ik Popov op je af.’
Sergei smeet zijn mobieltje op de grond en draaide zich in bed om. Prompt begon het apparaat weer te rinkelen. Op de tast graaide hij naar het toestel. Weer Kiril. Hij kreunde en hoorde dreigend. ‘Begrepen?’
‘Rot op, ik hoef die troep van jou niet meer, vuile moordenaar.’ Hij zette het toestel uit en liep wankelend naar de badkamer. Met één hand steunde hij tegen de muur om te plassen. Kokhalzend haalde hij net de wasbak. Met zijn hand spoelde hij zijn gezicht schoon. Hij rilde toen hij in de spiegel in plaats van zichzelf, het dode gezicht van Vladimir zag. Knipperend met zijn ogen, strompelde naar zijn bed en liet zich daarop vallen. Ook met een kussen over zijn hoofd, bleef het beeld van Vlad als een videoclip op zijn netvlies komen.
‘Shit drugs,’ kreunde hij.
Hoe hij was thuisgekomen wist hij niet meer. Met grote inspanning probeerde hij zich te concentreren. Langzaam kwam de herinnering aan de oudejaarspartij weer boven.
Zijn vaders chauffeur Andrej had hem rond half tien naar de exclusieve disco gebracht, waar hij met andere jongelui van rijke ouders Nieuwjaar wilde vieren. Een ijzige sneeuwjacht joeg over de stad en de gepantserde Mercedes gleed diverse malen van de weg. Met honderd dollar was Andrej niet te strikken om voor de ingang te blijven wachten. Sergei ploegde zich een weg door de sneeuwmassa en haastte zich naar binnen. Nog op tijd om een portie cocaïne te kunnen bemachtigen, voegde hij zich bij het snel groter wordende groepje rondom Kiril. Hij wreef zenuwachtig met zijn hand onder zijn neus en wachtte ongeduldig zijn beurt af.
Sergei rilde van Kirils lijzige nasale stem. ‘Hallo Sergei. Ik heb iets nieuws voor jou. Wil je deze pillen proberen? Je kunt er twee krijgen en ik vraag daarvoor vijftig dollar per stuk, een koopje. Bij Konstantin ben je de helft meer kwijt, maar jij hebt een rijke pa, toch?’
Sergei siste: ‘Oké, geef maar op.’ Hij trok de dollar biljetten uit zijn zak en hield deze plagend voor Kirils neus.
De schriele jongen rukte ze snel uit zijn hand en hief zijn vinger op. ‘Denk erom, neem ze niet tegelijk.’
Sergei griste het plastic zakje met beide pillen weg en liep in het hallucinerende licht van de draaiende glitterbal naar de bar. Speurend naar vrienden, streek hij met zijn hand door zijn lange blonde haar. De DJ draaide zijn rap op volle sterkte. ‘Een dubbele wodka!’ brulde hij. Met een biljet wapperend en een gebaar dat de barkeeper de rest kon houden, bediende de man hem als eerste. Meteen spoelde hij een pil weg. De grote spiegelwand reflecteerde zijn bleke gezicht. Knipperend met zijn ogen voelde hij het effect van de pil al gauw opkomen. Prima spul, lekker snel. In de spiegel zag hij zijn klasgenoot Vladimir beide pillen nemen. Hij draaide zich om en zette zijn handen tegen zijn mond. ‘Vlad, spuug uit die boel, je mag ze niet tegelijk nemen.’ In de keiharde muziek ging zijn stem verloren en door het gedrang kon hij Vlad niet bereiken. Sergei keek speurend naar zijn makker. Een onbekend meisje sloeg haar armen om zijn nek en begon hem te kussen. Bot duwde hij haar van zich af. ‘Rot op, stomme trut.’ Het meisje stak haar tong tegen hem uit. Hij zag een groepje klasgenoten en liep naar ze toe. Samen bekeken ze de blote meid die aan de paal stond te dansen.
‘Wat een lelijkerd. Moet je die hangtieten zien en die dikke kont… Emma was beter,’ zei Sacha en stak zijn derde vinger naar haar op.
Ivan gaf Peter een duw. Hij wankelde en botste tegen Vladimir aan die zich met moeite aan een tafeltje overeind hield.
‘Vlad, je had die pillen niet tegelijk mogen nemen,’ zei Sergei.
Vlad keek hem wazig aan en mompelde: ‘Even afkoelen.’
 
Tegen twaalf uur stond Sergei met zijn klasgenoten op het Rode plein naar het vuurwerk te kijken. De sneeuwjacht was gaan liggen, maar geen van de jongelui had oog voor het sprookjesachtige fonkelen van de verse sneeuwkristallen onder de sterrenhemel. Op de Kremlin-torentjes kwamen de kleuren door de poedersneeuwlaag pastel tevoorschijn, een schitterend gezicht, dat door de vele buitenlanders die Nieuwjaar op het Rode Plein vierden driftig werd gefotografeerd. De menigte hield de grote klok in de gaten en begon luidruchtig aan het aftellen. Nadat de klok twaalf uur had geslagen knalden de champagnekurken, waarop de aanwezigen elkaar luidruchtig Nieuwjaar wensten. Bij iedere knal volgde een luid gejoel. Na de finale liep Sergei rillend met zijn kameraden de disco in. Voor de ingang riep Sacha: ‘Hé, is Vladimir al naar huis?’
De jongelui stampten de sneeuw van hun bontlaarzen en gingen door met feesten. Rond vier uur hielden de meeste vrienden het wel voor gezien. Sergei liep met het groepje mee en griste zijn jack van de kapstok. Buiten hoorde hij een ijselijke gil. Met de anderen rende hij op het geluid af. Om de hoek van het gebouw bleven ze staan en keken verschrikt naar iets op de grond. Dat iets was Vladimir. De jongen lag in een onnatuurlijke houding en keek met nietsziende open ogen. Ivan probeerde hem op te tillen, maar hij was al helemaal stijf. Doodgevroren, nadat hij beroofd was. Zijn dure warme jack en zijn bontlaarzen waren verdwenen.
Het groepje rondom het lichaam van Vladimir groeide. Sergei stond aan de grond genageld. Igor moest kotsen en Natascha viel van afgrijzen flauw. Sacha pakte zijn mobieltje. Kiril liep op de commotie af. Ruw griste hij het toestel uit Sacha’s hand en begon zijn klantjes meteen te commanderen. ‘Luitjes gauw wegwezen voordat de politie komt, anders zitten we uren op het bureau. Jullie staan stijf van de drugs en dat vinden jullie pappies vast niet leuk.’
Sergei liet zich met de anderen als in trance meevoeren. Enkele straten van de nachtclub rende Kiril er vandoor en liet hen achter.
‘Schoft,’ riep Sergei hem na. ‘Jij hebt hem vermoord met die rot pillen van jou.’
 
Zijn wekker ging af. Elf uur zag hij. De traditionele lunch met zijn vader mocht hij niet missen, al wist hij precies wat zijn vader hem zou zeggen: goed je best doen.
Hij voelde zich laf omdat hij Vladimir zo had achtergelaten. Waren al zijn klasgenoten zo? Vonden ze de problemen die Kiril zou kunnen krijgen belangrijker dan Vladimir? Zou Vlad het overleefd hebben als hij actie had ondernomen? Kiril dacht alleen aan zijn eigen handel, de vuile egoïst. Hij schopte zijn kleren en bontlaarzen opzij. In de badkamerspiegel zag hij nu zijn eigen gezicht, grauw en lusteloos. Zijn blauwe bloeddoorlopen ogen en vergrote pupillen duidden op druggebruik. In een opwelling pakte hij een glas en smeet dit naar zijn evenbeeld, alsof hij de situatie hiermee kon oplossen. De klap werkte ontnuchterend en hij voelde meteen iets van spijt. Hij haatte zijn eigen zwakheid. Kijkend naar de scherven, speelde hij even met de gedachte om zijn pols door te snijden. Wat maakt het ook uit of ik mijn best doe of niet, mijn vader wordt helemaal door zijn werk opgeslokt en mijn moeder geeft niets om mij.
Bot gedrag, stoer doen en iedereen met minachting behandelen gold in dit wereldje als de stelregel om mee te kunnen doen. Vonden zijn vrienden deze manier van leven echt leuk of deden ze alsof? Hij merkte heus wel dat hij door het personeel van zijn vader werd geminacht. Respect moet je verdienen, hield zijn vader hem altijd voor. Hij miste elke motivatie en voelde zich waardeloos. Om zo te eindigen als Vladimir leek hem verschrikkelijk. In augustus werd hij achttien. Wat dan? Zonder diploma zou hij niet kunnen studeren. Zou Vladimir nog leven als hij hem was blijven zoeken en hem de pillen had laten uitspugen? Drugs hadden een funeste uitwerking. Hij ging eraan kapot, maar het lukte hem niet om op eigen kracht uit de vicieuze cirkel komen.
Een lange douche ontnuchterde hem enigszins. Hij rechtte zijn rug en kleedde zich aan.